Plantenverzorging & Tuinadvies | Plantadvies
Wat kunnen we zaaien of delen

Zaaien in juli

Lysimachia ciliata ‘Firecracker’ – Wederik (vaste plant)

Uitspraak: LI‑SI‑MA‑KIA si-li-A-ta


Bloeit geel in juli–augustus. Wordt ca. 75 cm hoogen 30–50 cm breed. Standplaats: zon tot lichte halfschaduw, humusrijke, vochthoudende grond. Is winterhard, bladverliezend en niet windgevoelig. Plantdichtheid: 5 stuks per m². Vermeerderen: delen in het voorjaar.

Mogelijke ziekten: meeldauw, bladvlekkenziekte, wortelrot en slakkenvraat. Het donkerpaarse blad geeft zelfs zonder bloei een sterk kleurcontrast, waardoor deze cultivar vaak wordt gebruikt om lichte of groene borders visueel diepte te geven.

Rudbeckia fulgida 'Goldsturm' – Gele zonnehoed

(vaste plant)

Uitspraak: RUD‑BEK‑KIA ful-GI-da


Bloeit geel met donker hart van juli tot september. Wordt ca. 90 cm hoog en 40–60 cm breed. Is niet groenblijvend, goed winterhard en staat graag in zon tot halfschaduw op alle voedzame, doorlatende gronden. Plantdichtheid:7–9 stuks per m². Vermeerderen: ter plekke zaaien in september–oktober of delen in het voorjaar. Mogelijke ziekten: meeldauw, bladvlekkenziekte, wortelrot en slakkenvraat. Deze cultivar is een van de meest gebruikte zonnehoeden in vasteplantenborders omdat hij extreem lang bloeit en zelfs bij slecht weer zijn bloemen opvallend stevig houdt.

Helianthus annuus – Zonnebloem (1‑jarig)

Uitspraak: he-li-AN-tus AN-nu-us


Bloeit juli–september en wordt tot ca. 300 cm hoog en 40–60 cm breed. Staat graag op een zonnige, warme standplaats in voedzame, doorlatende grond. Zaaien: half april–juni, direct op de plek of voorzaaien. Plantdichtheid: ca. 3–5 stuks per m² (afhankelijk van cultivar en hoogte). Vermeerderen: zaaien(éénjarig, dus niet delen). Mogelijke ziekten: meeldauw, bladvlekkenziekte, (stengelrot), wortelrot en slakkenvraat. Jonge zonnebloemen vertonen heliotropisme: de bloemknoppen draaien mee met de zon; volwassen bloemen richten zich meestal blijvend naar het oosten.

Albizia julibrissin ‘Rozea’ – Perzische slaapboom (boom)

Uitspraak: al-BI-tsia ju-li-BRIS-sin


Bloeit roze in juli–augustus. Wordt 8–15 meter hoog en 6–8 meter breed. Standplaats: zonnig, warm en beschut, op niet‑zure, goed doorlatende grond (verdraagt geen natte voeten). Is winterhard tot ca. –15 °C, niet groenblijvend. Jonge bomen beschermen bij strenge vorst. Snoeien is niet nodig; bij te grote groei kan in maart de top worden verwijderd. Plantdichtheid: solitaire boom (1 per standplaats). Vermeerderen: uit zaaien of enten. Mogelijke ziekten: bladvlekkenziekte, verwelkingsziekte, wortelrot en insectenvraat (o.a. bladluizen). De bladeren vouwen zich ’s avonds dicht, alsof de boom gaat slapen.

Impatiens glandulifera – Reuzenbalsemien, Springbalsemien (1‑jarig)

Uitspraak: im‑PA‑tsee‑ens glan-du-li-FE-ra


Bloeit roze, rood of wit van juli tot oktober en verspreidt een zoete geur. Wordt ca. 200 cm hoog en 60–90 cm breed. Standplaats: zon tot lichte schaduw, op een open, vochtige tot natte, voedselrijke grond. Is éénjarig; de rijpe vruchten springen open bij aanraking en verspreiden het zaad explosief. Plantdichtheid: ca. 3–5 stuks per m² (in gebieden waar hij nog voorkomt). Vermeerderen: niet toegestaan— uitzaaien is verboden in de hele EU vanwege invasiviteit. Mogelijke ziekten: meeldauw, bladvlekkenziekte, wortelrot en slakkenvraat. De zaaddozen staan onder hoge druk en kunnen bij aanraking tot enkele meters ver wegschieten.

Hypericum ‘Magical Beauty’ – Hertshooi

(vaste plant / heester)

Uitspraak: hi‑PEE‑ruh‑kum


Bloeit geel in juli–augustus en wordt ca. 90 cm hoog en 60–80 cm breed. Standplaats: zon tot lichte schaduw, op een vochthoudende tot vochtige, voedzame bodem. Vormt na de bloei zalmkleurige bessen. Is winterhard, niet wintergroen. Snoeien in maart–april: tot 30 cm boven de grond terugnemen of enkele verhoute takken inkorten. Plantdichtheid: ca. 3 stuks per m². Vermeerderen: scheuren (voorjaar/najaar), winterstek, halfverhoute zomerstek of afleggen. Mogelijke ziekten: bladvlekkenziekte, roest, wortelrot en insectenvraat (o.a. bladluizen). 

Echinacea purpurea ‘Hot Summer’ – Zonnehoed

(vaste plant)

Uitspraak: e‑ki‑NA‑sea pur‑PU‑re‑a


Bloeit oranje/rood in juli–augustus en wordt ca. 70 cm hoog en 40–50 cm breed. Standplaats: volle zon, op rijke, goed doorlatende grond. Is niet wintergroen, maar goed winterhard. Plantdichtheid:7 stuks per m². Vermeerderen: ter plekke zaaien (september–oktober), scheuren of wortelstek. Mogelijke ziekten: meeldauw, bladvlekkenziekte, wortelrot en slakkenvraat. De bloemen van ‘Hot Summer’ verkleuren tijdens het rijpen van warm oranje naar rood, waardoor één plant meerdere tinten tegelijk toont.

Hydrangea macrophylla ‘Teller White’ – Hortensia (heester)

Uitspraak: hy‑DRAN‑gee‑a ma‑KRO‑FIL‑la


Bloeit wit in juli–augustus en wordt ca. 150 cm hoog en 120–150 cm breed. Standplaats: halfschaduw, op zure, vochtige, humusrijke grond. Is bladverliezend en winterhard. Bloeit op oud hout→ dus niet in het voorjaar terugsnoeien. Plantdichtheid: 1 per m² (solitair of in kleine groepen). Vermeerderen: stekken (halfverhoute stek in zomer), afleggen of scheuren bij oudere planten.

Mogelijke ziekten: meeldauw, bladvlekkenziekte, wortelrot, hortensia‑bladluis. De Teller‑groep staat bekend om de platte schermbloemen met grote steriele randbloemen.

Buddleja – Vlinderstruik (heester)

Uitspraak: BUD‑lee‑a 


Bloeit wit, paars of roze van juli tot september. Afhankelijk van de soort wordt Buddleja  50 cm tot 4 meter hoog en 60–300 cm breed. Standplaats: volle zon, op vochtige maar goed doorlatende, voedselrijke grond. Is niet groenblijvend en matig winterhard. Bloeit op nieuw hout→ na de vorst terugsnoeien tot kniehoogte.

Plantdichtheid: afhankelijk van de soort 1 per m² (solitair) of 1 per 2 m²bij grote soorten.  Vermeerderen:

halfverhoute stek na de snoei. Mogelijke ziekten: meeldauw, wortelrot bij natte grond, bladluis, spint. Buddleja produceert extreem veel nectar — daarom is het één van de top 3 vlinderplanten in Europese tuinen.

Perovskia atriplicifolia – Reuzenlavendel (heester)

Uitspraak: pe‑ROV‑ski‑a a‑tri‑pli‑si‑FO‑li‑a 


Bloeit lavendelblauw in juli–augustus en wordt ca. 100 cm hoog en 80–100 cm breed. Standplaats: volle zon, op iets arme, droge tot vochthoudende, goed doorlatende grond. Wordt sterk bezocht door bijen en vlinders. Is bladverliezend, matig winterhard en kan vorstschade oplopen. Snoei in het voorjaar terug voor jaarlijkse verjonging. Plantdichtheid:3–5 stuks per m². Vermeerderen: najaar zaaien in de vollegrond; ook mogelijk via halfverhoute stek in zomer. Mogelijke ziekten: wortelrot, meeldauw, bladvlekkenziekte.

Lysimachia ciliata Firecracker - Wederik. Bloeit geel in juli-augustus.
Rudbeckia fulgida Goldsturm - Gele zonnehoed. Bloeit geel in juli-september.
Helianthus annuus - Zonnebloem. Bloeit geel in juli-september.
Albizia julibrissin Rozea - Perzische slaapboom. Bloeit roze in juli-augustus.
Impatiens glandulifera - Reuzenbalsemien - Springbalsemien. Is verboden te vermeerderen.
Hypericum Magical Beauty - Hertshooi. Bloeit geel in juli-augustus.
Echinacea Purpurea Hot summer - Zonnehoed. Bloeit oranje/rood in juli-augustus.
Hydrangea macrophylla Teller White - Hortensia. Bloeit wit in juli-augustus.
Buddleja - Vlinderstruik. Bloeit wit, paars of roze in juli-september.
Perovskia atriplicifolia - Reuzenlavendel. Bloeit lavendelblauw in juli-augustus.

🌿 Oplossingen per ziekte / plaag

Meeldauw: Zorg voor voldoende luchtcirculatie (niet te dicht op elkaar planten). Geef water bij de wortels, niet op het blad. Verwijder aangetast blad direct.

Bladvlekkenziekte: Verwijder aangetaste bladeren. Verbeter luchtcirculatie en voorkom bladnat. Geef planten voldoende voeding voor herstel.

Wortelrot: Verbeter drainage en gebruik luchtige grond. Vermijd overbewatering. Verwijder zwaar aangetaste planten.

Slakkenvraat: Verwijder schuilplaatsen. Gebruik barrières zoals koperband of cacaodoppen. Verzamel slakken handmatig in de avond.

Stengelrot: Zorg voor goede drainage en luchtige grond. Vermijd beschadiging van stengels. Verwijder aangetaste delen direct.

Verwelkingsziekte: Verwijder aangetaste planten volledig. Gebruik schone potgrond. Voorkom waterstress.

Insectenvraat (bladluizen, hortensia‑bladluis, spint): Spoel planten af met water. Verwijder zwaar aangetaste delen. Versterk de plant met goede voeding. Bevorder natuurlijke vijanden. Bij spint: verhoog luchtvochtigheid.