Zwammen
Wat zwammen precies zijn
Armillaria mellea – Echte honingzwam (paddenstoel)
Uitspraak = ar‑mil‑LA‑ria mel‑LEE‑a
De echte honingzwam is een geel‑ tot honingbruin paddenstoeltje dat vaak in grote bundels groeit aan de voet van verzwakte bomen of op oude stronken. De hoed heeft fijne schubjes, de steel draagt een duidelijke ring en onder de schors van aangetaste bomen ontstaat witte waaiervormige houtrot. Ondergronds vormt de soort zwarte, schoenveterachtige rizomorfen die zich door de bodem verspreiden en nieuwe wortels kunnen infecteren. In tuinen duikt hij vooral op bij bomen die al onder stress staan door droogte, ouderdom of wortelschade. De vruchtlichamen verdwijnen vanzelf, maar het mycelium blijft actief in hout en wortels; het verwijderen van paddenstoelen verandert daar niets aan.

Macrolepiota procera – Grote parasolzwam (paddenstoel)
Uitspraak = mak‑ro‑le‑pi‑OO‑ta pro‑SEE‑ra
De grote parasolzwam is een opvallend grote paddenstoel met een hoge, slanke steel en een brede hoed die openvouwt als een parasol. De hoed is beige met donkere schubben en heeft centraal een duidelijke knobbel. De steel is lang, vezelig en draagt een beweegbare ring. De soort groeit op graslanden, bosranden, heide en open plekken, vaak solitair of in heksenkringen. In tuinen verschijnt hij soms op voedselarme, zandige bodems met veel organisch materiaal. Het is een saprofyt die dood plantenmateriaal afbreekt en onschadelijk is voor bomen en struiken.

Kretzschmaria deusta – Kogelhoutzwam
Uitspraak = kretz‑MAR‑ia DOY‑sta
De kogelhoutzwam is een agressieve houtparasiet die vooral de stamvoet van loofbomen aantast, met name beuk, linde, esdoorn en kastanje. De vruchtlichamen beginnen als grijs‑witte korstjes en veranderen later in harde, zwarte, knolachtige structuren die sterk lijken op verkoold hout. Onder de schors veroorzaakt de soort een intensieve witrot die het hout bros maakt en de stabiliteit van de boom ernstig kan verzwakken. In tuinen verschijnt hij vooral bij oudere of al verzwakte bomen, vaak na droogtestress of wortelschade. De zwarte korsten verdwijnen niet vanzelf; het mycelium blijft actief in het hout en verwijderen van de zwammen verandert niets aan de aantasting.

Lycoperdon perlatum – Parelstuifzwam
Uitspraak = lie‑ko‑PER‑don per‑LA‑tum
De parelstuifzwam is een kleine, wit‑ tot crèmegekleurde zwam met een kegel‑ tot peervormig lichaam dat bedekt is met fijne stekeltjes of “pareltjes”. Naarmate hij ouder wordt, verkleurt hij bruin en ontstaat bovenaan een opening waaruit olijfgroene sporenwolken vrijkomen wanneer hij wordt aangeraakt. De soort groeit op humusrijke bodems in bossen, parken en tuinen, vaak in groepen. Het is een saprofyt die dood organisch materiaal afbreekt en volledig onschadelijk is voor planten en bomen. De zwammen verschijnen vooral in de nazomer en herfst en verdwijnen vanzelf zodra het mycelium zijn cyclus voltooit.

Scleroderma bovista – Kleine aardappelbovist
Uitspraak = skle‑ro‑DER‑ma bo‑VIS‑ta
De kleine aardappelbovist is een ronde, aardappelachtige zwam met een dikke, leerachtige buitenwand die eerst lichtgeel tot oker is en later donkerbruin verkleurt. Het vruchtlichaam blijft gesloten tot de sporenmassa binnenin volledig olijfbruin en poederig is; daarna scheurt de bovist open en komt de sporenwolk vrij. De soort groeit op voedselarme zandgronden, heide, bermen en open plekken in bossen, vaak in kleine groepjes. Het is een saprofyt die organisch materiaal afbreekt en geen schade veroorzaakt aan planten of bomen. De zwammen verschijnen vooral in de nazomer en herfst en verdwijnen vanzelf zodra het mycelium zijn cyclus afrondt.

