Zomerbloeiende planten in juli: kleur en kracht in de tuin
Welke zomerbloeiers staan in juli op hun mooist
Clematis ‘Princess Diana’ – Clematis (klimplant)
Uitspraak = KLÉE-maa-tis
Clematis ‘Princess Diana’ is een rankende klimplant met roze, tulpvormige bloemen die bloeien van juli tot september. De plant groeit het best in halfschaduw op humusrijke, gelijkmatig vochtige grond en vormt haar bloemen op jonge scheuten. Deze clematis bereikt een hoogte van ongeveer 150 tot 200 centimeter en een breedte van 60 tot 90 centimeter. Mogelijke ziekten zijn clematisverwelking, meeldauw, bladschimmel, slakkenvraat en spint. Vermeerderen kan door halfhoutige stekken van jonge scheuten te nemen of door ranken af te leggen. Op één vierkante meter past één plant.

Petunia Ramblin – Petunia (1‑jarig)
Uitspraak = PE‑TU‑NIE‑JA
Petunia Ramblin is een eenjarige petunia met een sterk hangende groeiwijze en een zeer vroege bloei in het begin van de zomer tot eind september. Houdt van een zonnige standplaats en vraagt om de week een gift mest om rijk te blijven bloeien. De grond mag niet uitdrogen, want dat remt de bloei. Uitgebloeide bloemen regelmatig weg knippen, net als lange, dwalende stengels om de plant compact te houden. Wordt 20 tot 30 centimeter hoog en 60 tot 90 centimeter breed. Mogelijke ziekten zijn meeldauw, wortelrot, bladluis en trips. Vermeerderen gebeurt via zaaien in het voorjaar.

Ocimum basilicum ‘Dark Opal’ – Basilicum rood (1‑jarig)
Uitspraak = O‑kie‑mum ba‑ZI‑li‑kum
Een roodbladige, eenjarige basilicum die een warme, zonnige plek nodig heeft en het liefst uit de wind staat. De plant is vorstgevoelig en kan pas na half mei buiten worden uitgeplant. Door regelmatig bladeren te oogsten blijft de plant bossig en wordt bloei onderdrukt, wat de smaak ten goede komt. Deze basilicum wordt ongeveer 30 tot 45 centimeter hoog en 25 tot 35 centimeter breed. Mogelijke ziekten zijn valse meeldauw, wortelrot bij te natte grond, bladluis en trips. Vermeerderen gebeurt door in mei direct in de volle grond te zaaien of eerder binnen voor te zaaien. Op één vierkante meter passen ongeveer twintig tot vijfentwintig planten.

Zinnia elegans – Zinnia (1‑jarig)
Uitspraak: ZIN‑NIE‑JA
De Zinnia elegans is een snelgroeiende zomerbloeier voor volle zon, met stevige stelen en felle bloemen in rood, roze, oranje, geel, groen en wit. Hoe warmer en droger, hoe beter: natte voeten en schaduw geven minder bloei. Door uitgebloeide bloemen weg te knippen blijft de plant tot in september doorgaan. Ideaal als snijbloem en zeer geliefd bij vlinders. Zaaien kan binnen in april of buiten vanaf half mei. Ziekten zijn vooral meeldauw (wit poeder op blad) en bladvlekkenziekte. Vermeerderen: zaaien in het voorjaar.

Agapanthus ‘Charlotte’ – Afrikaanse lelie (vaste plant)
Bloeit met blauwe bloemen in juli en september. De plant staat graag in de zon op goed doorlatende grond en wordt ongeveer 55 centimeter hoog en 40 tot 50 centimeter breed. Voor een rijke bloei is bemesting belangrijk. Ze is niet volledig winterhard maar behoudt wel groen blad; overwinter daarom vorstvrij. Mogelijke ziekten zijn wortelrot, slakkenvraat en bladvlekkenziekte. Vermeerderen kan door de plant in september te delen. Op één vierkante meter vijf tot acht planten. Deze agapanthus groeit het beste in de grond met voldoende wortelruimte, in tegenstelling tot de hardnekkige mythe dat een te kleine pot meer bloei zou geven. Uitdunnen alleen bij overvolle pollen of verminderde bloei.

Agapanthus ‘Whitney’ – Afrikaanse lelie (vaste plant)
Agapanthus ‘Whitney’ is een compacte Afrikaanse lelie met witte bloemen die bloeien in juli en september. De plant staat graag in de zon op vruchtbare, goed doorlatende grond en wordt ongeveer 55 centimeter hoog en 40 tot 50 centimeter breed. Voor een rijke bloei is bemesting belangrijk. Ze is niet volledig winterhard maar behoudt groen blad; overwinter daarom koel en vorstvrij. Mogelijke ziekten zijn wortelrot, slakkenvraat en bladvlekkenziekte. Vermeerderen kan door in september te delen. Per vierkante meter 5 a 8 stuks. Deze agapanthus geeft een betere groei in de volle grond. Uitdunnen alleen bij overvolle pollen of verminderde bloei.

Helenium ‘Crimson Beauty’ – Zonnekruid (vaste plant)
Uitspraak = HE‑LE‑NI‑UM
Bloeit met geel‑oranje bloemen die bloeien van juli tot september. De plant staat graag in de volle zon op een voedselrijke, humusrijke bodem die niet te droog en niet te nat is. Ze wordt ongeveer 70 centimeter hoog en 40 tot 50 centimeter breed. De plant is winterhard maar niet groenblijvend en trekt veel bijen en vlinders aan. Mogelijke ziekten zijn meeldauw, roest en wortelrot bij te natte grond. Vermeerderen kan door in het voorjaar te scheuren of door ter plekke te zaaien in september of oktober. Op één vierkante meter passen vijf tot zeven planten. Zonnekruid bloeit het rijkste wanneer het elk voorjaar wordt gedeeld; dit houdt de plant vitaal en compact.

Hydrangea quercifolia – Eikenbladhortensia (Heester)
Uitspraak: hie-DRAN-gee-ja kwerk‑sie‑FO‑lie‑a
Bloeit wit in juli–september en verkleurt later roodachtig. Wordt ongeveer 2 meter hoog en 1,5–2 meter breed. Standplaats gefilterd zonlicht tot halfschaduw, in een zeer goed doorlaatbare, voedzame grond. Bloeit op meerjarig hout. Snoei alleen dode of zwakke takken weg in het voorjaar. Bladverliezend en goed winterhard, maar bij voorkeur beschut tegen koude oosten- of noordenwind. Mogelijke ziekten: botrytis, meeldauw, bladvlekkenziekte, wortelrot. Vermeerderen: half verhoute stekken eind augustus–begin september, laten wortelen in stekgrond of buiten in een koude bak. Plantdichtheid:4 per m².

Leycesteria formosa – Fazantebes (Heester)
Uitspraak: lei-ses-TE-rie-a
Bloeit wit met rode schutbladeren in juli–september en wordt 1,5–2 meter hoog en ongeveer 1,5 meter breed. Houdt van een beschutte standplaats in zon tot halfschaduw, bij voorkeur op het zuiden. De grond moet goed doorlaatbaar zijn. Niet‑wintergroen en redelijk winterhard. Na de bloei verschijnen bessen die van rood naar zwart verkleuren en zeer geliefd zijn bij vogels. Snoei in het voorjaar goed terug. Mogelijke ziekten: botrytis, meeldauw, bladvlekkenziekte, wortelrot. Vermeerderen: zaaien in september–november of stekken in maart/april/mei. Plantdichtheid:3–4 per m². De bessen zijn eetbaar voor mensen, maar vooral geliefd bij vogels door hun zoete geur en opvallende kleur.

Perilla frutescens – Perilla, Japanse basilicum, Shiso (Eenjarig)
Uitspraak: pe-RIL-la fru-TE-sens
Wordt 30–100 cm hoog en 30–60 cm breed. Heeft ovaal tot hartvormig blad in groen of rood/paars, soms gekruld. De smaak is kruidig, een mix van munt, basilicum en anijs. In de nazomer verschijnen kleine wit‑lila bloemetjes. Houdt van een zonnige, warme standplaatsen een goed doorlatende, humusrijke bodem. Zaai binnenshuis in april–mei en plant uit na de IJsheiligen. Mogelijke ziekten: botrytis, meeldauw, bladvlekkenziekte, wortelrot. Vermeerderen: zaaien in het voorjaar; soms zelfzaaiend. Plantdichtheid:9–12 per m². Shiso wordt in Japan al eeuwen gebruikt bij sushi en umeboshi vanwege zijn unieke kruidige smaak.

Oplossingen bij ziekte en plagen
Clematisverwelking: Aangetaste stengels tot de grond wegknippen; plant dieper zetten.
Meeldauw: Aangetaste bladeren verwijderen; luchtcirculatie verbeteren.
Bladschimmel: Aangetaste bladeren verwijderen; niet over het blad sproeien.
Bladvlekkenziekte: Zorgen voor goede luchtcirculatie.
Botrytis: Koel en droog houden; aangetaste delen verwijderen.
Slakkenvraat: Handmatig verwijderen; barrières of biologische korrels gebruiken.
Spint: Bladeren afspoelen; luchtvochtigheid verhogen; biologische bestrijding.
Bladluis: Afspoelen met water; groene zeep; natuurlijke vijanden inzetten.
Trips: Gele vangplaten; natuurlijke vijanden inzetten.
Wortelrot: Zeer goede drainage; luchtige, zanderige grond; watergift verminderen.
