Winterhard in juli: sterke planten die tegen een stootje kunnen

Waarom winterhard in juli belangrijk is

Jacobaea vulgaris – Jacobskruid (Tweejarig)
Uitspraak = ja‑ko‑BEE‑a vul‑GA‑ris

Bloeit in juli–augustus met gele bloemen en is giftig voor mens en dier. De plant is belangrijk voor nectar en trekt veel insecten aan. Zaait zich rijkelijk uit en kan daardoor een probleem vormen in graslanden. Is volledig winterhard en staat graag in zon–halfschaduw. Wordt 70 cm tot 1 m hoog en is bladverliezend. Groeit in normale, matig voedselrijke bodem.  2 planten per m². Alle plantdelen, inclusief bladeren, bloemen en zaden, zijn giftig en dus niet eetbaar. Vermeerdert zich vooral door zelf uitzaaien. Mogelijke ziektes zijn meeldauw, bladvlekkenziekte en bladschimmel.

Geel bloeiende jacobskruid

Lysimachia clethroides – Wederik (Vaste plant)
Uitspraak = lie‑si‑MA‑kie‑a klet‑TROI‑des

Bloeit in juli–september met witte bloemen en wordt ongeveer 90 cm hoog. Staat graag in de zon of halfschaduw in goed doorlaatbare, vochtige grond die humus mag bevatten, maar niet rijk hoeft te zijn aan voeding. Kan gaan woekeren door zijn sterke wortelgroei. Per vierkante meter 7 planten. Is niet groenblijvend maar wel volledig wintervast. Vermeerderen kan door te scheuren/delen in het voor- of najaar. Mogelijke ziektes zijn meeldauw en wortelrot.

Wit bloeiende wederik

Acanthus mollis ‘Latifolius’ – Berenklauw (Vaste plant)
Uitspraak = A‑KAN‑THUS

Bloeit wit met paars/roze schutbladeren in juli/augustus en wordt ongeveer 120 cm hoog. Per vierkante meter 3–5 stuks. Is winterhard en niet bladhoudend. Staat graag beschut in de zon in vochthoudende tot droge, niet te voedselrijke grond. Het onderste schutblad heeft een stekel. Vermeerderen kan door te zaaien/scheuren/wortelstekken. Mogelijke ziektes zijn meeldauw en wortelrot.

Paars met roze bloeiende berenklauw

Anethum graveolens – Dille (1‑jarig)
Uitspraak = a‑NE‑tum gra‑vee‑O‑lens

Bloeit geel in juli/september en is 1‑jarig. De zaden zijn winterhard. Wordt ongeveer 1,20 m hoog en wil een standplaats in de zon. Houdt van een luchtige, goed doorlaatbare grond. Vermeerderen door dun ter plekke te zaaien in april/mei en daarna een dun laagje aarde erover te strooien. Dille is eetbaar; zowel blad als zaad worden gebruikt in de keuken. Mogelijke ziektes zijn meeldauw en bladschimmel. Per vierkante meter 20–25 planten.

Geel bloeiende dille

Hippuris vulgaris – Lidsteng (Waterplant)
Uitspraak = HIP‑pu‑ris vul‑GA‑ris

Groeit met slanke, rechtopstaande stengels die 20 tot 30 cm boven het water uitkomen en staat graag in de zon of halfschaduw. Deze zuurstofplant voelt zich het best in helder water op een diepte van 0–60 cm, waar hij zich stevig wortelt. Is volledig winterhard en kan zich sterk uitbreiden, waardoor een mand handig is om de groei te begrenzen. Vormt onder water dichte bossen die zuurstof afgeven en schuilplaatsen bieden voor waterdieren. Vermeerderen gebeurt door delen van de wortelstokken in het voorjaar. Mogelijke ziektes zijn bladschimmel en rotting bij te warm of stilstaand water.

Cosmos bipinnatus – Cosmea (1‑jarig)
Uitspraak = KOS‑MOS

Eenjarige die in juli/oktober rijk bloeit in wit, lila en roze en ongeveer 90 cm hoog wordt. Houdt van een zonnige plek met voedselrijke, luchtige grond die niet te nat is. Groeit snel uit tot een open, vertakte plant met fijne, geveerde bladeren die beweging en lichtheid in de border brengen. Cosmea trekt veel bijen en vlinders aan en blijft tot ver in de herfst doorbloeien zolang je blijft plukken of uitgebloeide bloemen verwijdert. Vermeerderen door buiten ter plekke te zaaien in mei/juni; de zaden kiemen gemakkelijk en de plant bloeit hetzelfde jaar. Per vierkante meter 12–15 planten. Mogelijke ziektes zijn meeldauw en bladschimmel.

Leucothoe axillaris ‘Curly Red’ – Druifheide (Heester)
Uitspraak = LEU‑KO‑TO‑EE

Wordt 40 à 50 cm hoog en valt op door zijn sterke bladverkleuring: in het najaar roodbruin en in het voorjaar fris rozerood. Is volledig winterhard en staat graag op een zonnige plek, al verdraagt hij ook lichte schaduw. De grond moet lichtzuur, vochtig en goed doorlatend zijn, zodat de wortels luchtig blijven. Na de bloei kan het oude hout worden weggeknipt om jonge, frisse bladeren te stimuleren en de struik compact te houden. Vermeerderen kan uit zomerstek. Aantal per vierkante meter 4 à 5 stuks. Mogelijke ziektes zijn bladvlekkenziekte en wortelrot.

Hydrangea macrophylla ‘Zorro’ – Hortensia (Heester)
Uitspraak = hie-DRAN-gee-ja ma‑KRO‑fil‑la

Heeft bijna zwarte, stevig opgaande stengels en bloeit in juli/september op tweejarig hout. In neutrale grond kleuren de bloemen roze, terwijl ze in zure grond helder blauw worden. Wordt 120 à 150 cm hoog en staat graag in humeuze, vochthoudende grond op een plek die niet te droog mag worden. Is niet wintergroen maar wel wintervast; vooral het jonge loof en de nieuwe knoppen zijn licht vorstgevoelig. Snoei is niet nodig, alleen de dode bloemen worden in het voorjaar weggeknipt zodat de nieuwe knoppen onbeschadigd blijven. Vermeerderen kan door te stekken in maart/april. Mogelijke ziektes zijn meeldauw en bladvlekkenziekte.

Roze bloeiende hortensia

Dahlia hybriden (Knol)
Uitspraak = DA‑LIE‑JA

Bloeit in juli/oktober in vele kleuren en hoogtes. De knollen worden eind april net onder het grondoppervlak geplant op een zonnige plek in vruchtbare, humusrijke grond. Rond het vormen van de bloemknoppen kan een gift gedroogde koemestkorrels worden gegeven; kunstmest geeft te slappe groei. Voor een volle plant worden de groeitoppen weggenomen en uitgebloeide bloemen verwijderd. Na de eerste nachtvorst wordt het loof afgeknipt en worden de knollen uitgegraven om ze vorstvrij te bewaren. Vermeerderen kan door delen in het voorjaar of door half april te zaaien, zonder garantie op zaai‑echtheid. Mogelijke ziektes zijn meeldauw en stengelrot.

Paars met wit bloeiende dahlia

Hemerocallis ‘Green Flutter’ – Daglelie (Vaste plant)
Uitspraak = HE‑ME‑RO‑KAL‑LIS

Bloeit geel/groen met niet‑geurende bloemen in juli en geeft vaak een herbloei in september. Wordt 45 tot 50 cm hoog, is groenblijvend en volledig winterhard. Staat graag in de zon of halfschaduw en groeit op elke goed doorlatende grond. Aantal per vierkante meter is 5 à 7 stuks. De bloemen zijn eetbaar. Verwijder de dode bloemen na de bloei. Wanneer de bloei afneemt kan de plant in maart worden opgenomen, gescheurd en opnieuw uitgeplant. Vermeerderen gebeurt door te scheuren in maart. Mogelijke ziektes zijn roest en bladschimmel.

Geel bloeiende daglelie

Oplossingen bij ziekten

Meeldauw: voldoende water geven bij droogte en zorgen voor goede luchtcirculatie.

Bladvlekkenziekte: zorgen voor goede luchtcirculatie.

Bladschimmel: aangetaste bladeren verwijderen en plant luchtiger zetten.

Wortelrot: zorgen voor zeer goede drainage (zanderige, luchtige grond).

Stengelrot: aangetaste delen verwijderen en droger houden.

Roest: zorgen voor voldoende luchtcirculatie.

Scroll naar boven