Standplaats planten: zo kies je de juiste plek

Wat betekent standplaats voor planten

Crataegus monogyna – Eenstijlige meidoorn (struik/kleine boom)
Uitspraak: kra-TEE-gus mo-NO-gi-na

De eenstijlige meidoorn bloeit in mei tot juni met witte bloemen, soms lichtroze. Als struik wordt hij 5 tot 8 meter hoog, maar hij wordt ook gekweekt in boomvorm. Voor een rijke bloei is een zonnige standplaats ideaal. De voorkeur gaat uit naar kalkrijke grond die niet te arm en niet te droog is. In september tot oktober verschijnen rode vruchtjes, die geliefd zijn bij vogels. De takken zijn voorzien van rechtopstaande doorns. Vermeerdering gebeurt door zaaien, maar dit proces kan tot twee jaar duren voordat kieming optreedt. Mogelijke ziektes: bacterievuur, meeldauw, roest, bladvlekkenziekte, wortelrot, taksterfte, schurft of bladluizen. 

Eenstijlige meidoorn wit bloeiend

Weigela ‘Red Prince’ – Weigela (heester)

De Weigela ‘Red Prince’ bloeit rijk rood in mei en juni op het hout van het voorgaande jaar. Om de struik jong en vitaal te houden, snoei je direct na de bloei enkele takken weg. De standplaats kan zowel in de zon als in halfschaduw zijn, en de plant groeit in vrijwel iedere grondsoort. De struik bereikt een hoogte van circa 1,50 meter. Hij is winterhard, maar niet wintergroen. Vermeerderen kan eenvoudig door afleggen van takken. Mogelijke ziektes: meeldauw, bladvlekkenziekte, wortelrot, taksterfte, bladluizen met secundaire infecties.

Weigela rood bloeiend

Syringa josikaea ‘Odensala’ – Sering (heester)
Uitspraak: si-RIN-ga

De Syringa josikaea ‘Odensala’ bloeit paars in mei tot juni en kan een hoogte van circa 4,50 meter bereiken. De standplaats is lichte schaduw tot volle zon, bij voorkeur in vochthoudende, humusrijke grond met een zure tot neutrale zuurgraad. De soort is niet wintergroen en heeft een oppervlakkig wortelstelsel. Op arme gronden is het raadzaam in het voorjaar mest te geven. Snoei na de bloei enkele takken tot aan de grond weg wanneer de struik te hoog of te breed wordt. Mogelijke ziektes: meeldauw, bladvlekkenziekte, wortelrot, bacterievuur, taksterfte of bladluizen. 

Sering paars bloeiend

Trachelospermum jasminoides – Toscaanse jasmijn (klimmer)
Uitspraak: TRA-ke-lo-sper-mum jas-mi-noi-des

Bloeit heerlijk geurend wit van juni tot september en kan tot circa 5 meter hoog worden. De plant is wintergroen en winterhard tot ongeveer –10 °C. Mocht de jasmijn invriezen, snoei dan de aangetaste takken terug in het voorjaar. De standplaats is bij voorkeur zonnig, in goede tuingrond. De plant klimt met ranken en zoekt steun om zich aan vast te hechten. Snoei de oude takken licht terug na de bloei om de groei te stimuleren. Geef in het voor- en najaar wat mest. Vermeerderen door afleggen van takken. Mogelijke ziektes: dopluis, wortelrot, meeldauw, bladvlekkenziekte of taksterfte.

Toscaanse jasmijn wit bloeiend

Sesbania punicea – Rode sesbania (struik/heester)
Uitspraak: SES-ba-nia pu-ni-ce-a

Alle delen van Sesbania punicea zijn giftig. De struik kan tot circa 5 meter hoog worden en bloeit met oranje-rode bloemen van de lente tot in de vroege zomer. De zaden maken een ratelend geluid en de plant kan al in het eerste jaar bloeien. De standplaats is zonnig of in lichte schaduw. De soort is bladverliezend en winterhard. Vermeerderen gebeurt door zaad. Mogelijke ziektes: wortelrot, bladvlekkenziekte, meeldauw, taksterfte of bladluizen.

Rosmarinus officinalis ‘Capri’ – Rozemarijn (vaste plant)
Uitspraak: ROS-ma-ri-nus of-fi-ci-na-lis

Rozemarijn ‘Capri’ wordt circa 30 tot 40 cm hoog en bloeit lichtblauw in mei tot juni. De ideale standplaats is zonnig, in goed gedraineerde, droge en kalkhoudende grond. De plant is wintergroen en matig winterhard. Per vierkante meter worden 7 tot 9 exemplaren aangeplant. Snoei na de bloei om de plant compact te houden. Vermeerderen kan eenvoudig door in de zomer stekken te nemen. Mogelijke ziektes: wortelrot, meeldauw, bladvlekkenziekte, taksterfte of bladluizen met secundaire infecties.

Rhododendron ponticum ‘President Roosevelt’ – Rododendron (heester)
Uitspraak: RHO-do-den-dron

De Rhododendron ponticum ‘President Roosevelt’ bloeit donkerroze met wit in mei tot juli en bereikt een hoogte van circa 1,50 meter. De ideale standplaats is halfschaduw tot schaduw, in droge tot vochtige, humusrijke en zure grond. Strooi tuinturf rond de plant om de zuurgraad te ondersteunen. Na de bloei kan er gesnoeid worden door oud hout weg te knippen, zodat de struik vitaal en compact blijft. Mogelijke ziektes: wortelrot, meeldauw, bladvlekkenziekte, taksterfte, roest of bladluizen.

Persicaria bistorta ‘Superba’ – Adderwortel (vaste plant)
Uitspraak: PER-si-ka-rie-a

De Persicaria bistorta ‘Superba’ bloeit lichtroze van mei tot juli en bereikt een hoogte van circa 40 tot 80 cm. De plant kan woekeren, maar is goed onder controle te houden. De standplaats is zon tot halfschaduw, in goed doorlaatbare grond. In de volle zon mag de grond niet uitdrogen. De soort is half wintergroen en winterhard. Vermeerderen gebeurt door de plant in het voorjaar te delen. Per vierkante meter worden 7 tot 9 exemplaren aangeplant. Mogelijke ziektes: meeldauw, bladvlekkenziekte, wortelrot, taksterfte of bladluizen .

Adderwortel roze bloeiend

Wisteria – Blauwe regen (klimplant)
Uitspraak: WIS-te-ria 

De blauwe regen bloeit in mei tot juni met heerlijk geurende bloemen in wit, roze, lila, paars of blauw, afhankelijk van de soort. De plant kan tot wel 20 meter hoog klimmen en heeft een zonnige standplaats nodig. Snoei de zijtakjes in januari tot februari terug tot twee à drie knoppen. In juli tot augustus worden de zijtakken teruggesnoeid tot circa 15 cm. De zaden zijn giftig. De plant is bladverliezend en winterhard. Mogelijke ziektes: meeldauw, wortelrot, bladvlekkenziekte, taksterfte, bladluizen en dopluis.

Blauwe regen blauw bloeiend

Allium moly – Goudlook (bol)

Allium moly bloeit geel in mei tot juni en bereikt een hoogte van circa 15 tot 25 cm. De ideale standplaats is zonnig, in vruchtbare en goed doorlaatbare grond. De soort is niet groenblijvend, maar wel goed winterhard. De bloemen trekken hommels, bijen en vlinders aan en zijn dus waardevol voor bestuivers. Vermeerderen kan door te zaaien of door de bollen in de herfst te delen. Mogelijke ziektes: roest, meeldauw, bladvlekkenziekte, wortelrot of bolrot.

Goudlook geel bloeiend

Oplossingen bij ziekte en plagen

Meeldauw→ Aangetaste delen wegsnoeien, luchtige standplaats, niet te nat houden.

Bladvlekkenziekte→ Zieke bladeren verwijderen, goede luchtcirculatie, niet op blad sproeien.

Roest→ Aangetaste bladeren weghalen, plant luchtig zetten, resistente soorten kiezen.

Wortelrot (Phytophthora e.a.)→ Verbeter drainage, vermijd natte grond, aangetaste planten verwijderen.

Bolrot (bij Allium)→ Alleen gezonde bollen planten, goed doorlatende grond, geen wateroverlast.

Taksterfte→ Dode takken wegsnoeien, snoeiwonden klein houden, plant vitaal houden.

Bacterievuur (vooral bij meidoorn)→ Aangetaste takken direct verwijderen, gereedschap ontsmetten.

Botrytis (grijze schimmel, bij o.a. rozemarijn)→ Beschadigde plantdelen weghalen, luchtige standplaats, niet te vochtig houden.

Luizen (bladluis, dopluis, witte vlieg, spint)→ Bestrijden met waterstraal of natuurlijke vijanden (lieveheersbeestjes), plant gezond houden.

Scroll naar boven