Splitsen in juli: planten delen voor meer groei en kracht

Waarom splitsen in juli werkt

Asclepias tuberosa – Zijdeplant (Vaste plant)
Uitspraak = as-KLEE-pie-as tu-be-ROO-za

Bloeit oranje/geel in juli/augustus en wordt ongeveer 75 cm hoog en 40 à 50 cm breed. Staat graag in de volle zon in goed doorlaatbare grond en trekt veel vlinders aan. Is niet groenblijvend en matig winterhard. De bloemen en plantdelen zijn niet eetbaar; de plant is licht giftig. Mogelijke ziektes zijn wortelrot en bladvlekkenziekte. Vermeerderen kan door in maart te zaaien. Per vierkante meter 7 tot 9 stuks.

Oranje bloeiende zijdeplant

Clematis ‘Triternata Rubromarginata’ – Bosrank (Klimmer)
Uitspraak = KLÉE-maa-tis

Bloeit met geurende paars/witte bloemen in juli/september en groeit tot ongeveer 3 meter hoog en 150 à 200 cm breed. Staat graag in halfschaduw of zon in goede, niet te natte tuingrond. Is bladverliezend in de winter en volledig winterhard. De bloemen en plantdelen zijn niet eetbaar. Mogelijke ziektes zijn verwelkingsziekte en meeldauw. Snoeien gebeurt in februari/maart. Vermeerderen kan door te stekken of afleggen in het voorjaar. Per vierkante meter 3 stuks.

Paars met wit bloeiende bosrank

Hibiscus syriacus ‘Hamabo’ – Altheastruik (Heester)
Uitspraak = hie-BIS-kus sie-RIE-aa-kus

Wordt ongeveer 3 meter hoog en 150 à 200 cm breed en bloeit wit/roze met een rood hartje in juli/september. Staat graag in de zon of halfschaduw in humusrijke, goed doorlatende grond. Is bladverliezend en volledig winterhard. De bloemen en plantdelen zijn niet eetbaar. Mogelijke ziektes zijn bladvlekkenziekte en wortelrot. Snoei in maart voor een compacte groei. Vermeerderen kan door wortelstek in het najaar of door te zaaien in het voorjaar.

Altheastyruik met wit en rood bloeiend hart

Acer shirasawanum ‘Aureum’ – Japanse esdoorn (Heester)
Uitspraak = AA-ser

Japanse esdoorn met geelgroen blad die 2,20 tot 2,50 m hoog en 150 à 200 cm breed wordt. Bloeit zeer onopvallend in mei en staat graag in zon tot halfschaduw in lemige grond, zandgrond of veengrond die niet te droog is. Is niet wintergroen, weinig windbestendig en groeit zeer traag. Mogelijke ziektes zijn verwelkingsziekte en bladvlekkenziekte. In principe zo weinig mogelijk snoeien. Krijgt in het najaar een roodoranje herfstkleur.

Japanse esdoorn met groen blad

Acer palmatum ‘Beni Maiko’ – Japanse esdoorn (Heester)
Uitspraak = AA-ser

Heeft in het voorjaar rozerood blad en in de zomer donkerrood tot groen blad. Wordt ongeveer 4 meter hoog en 200 à 250 cm breed. Verdraagt zon en halfschaduw en staat het liefst in zanderige, humusrijke grond die niet te droog is. Is winterhard en bladverliezend. De zaden zijn niet eetbaar; de plant vormt onopvallende bloemen en vruchten. Mogelijke ziektes zijn verwelkingsziekte en bladvlekkenziekte.

Acer palmatum ‘Butterfly’ – Japanse esdoorn (Heester)
Uitspraak = AA-ser

Japanse esdoorn met witbonte bladeren en roze bladrand, die 1 à 1,5 m hoog en even breed wordt. Geeft in april/mei onopvallende bloemen en gevleugelde nootjes. Is traaggroeiend, bladverliezend en winterhard, en krijgt in de herfst een scharlakenrode bladrand. Staat graag in zon met lichte schaduw, beschut, in goed doorlatende, humeuze zandgrond. De zaden zijn niet eetbaar; de plant vormt geen bessen. Mogelijke ziektes zijn verwelkingsziekte en bladvlekkenziekte. Snoei zo weinig mogelijk, bij voorkeur laat in de winter of vroeg in de lente. Vermeerderen kan via zaad.

Festuca glauca ‘Intense Blue’ – Zwenkgras / Schapengras (Siergras)
Uitspraak = fes-TUU-ka GLAU-ka

Festuca glauca ‘Intense Blue’ is een laag, blauwgrijs siergras dat dichte pollen vormt met fijne, naaldachtige bladeren. De plant blijft het hele jaar door decoratief en krijgt in juni/juli luchtige, strokleurige aren boven het blad. Hij wordt 20 tot 30 cm hoog en ongeveer 25 tot 30 cm breed. Dit zwenkgras staat graag in de volle zon op droge tot matig vochtige, goed doorlatende grond; op arme zandgrond kleurt het blad het mooist. Te natte omstandigheden kunnen leiden tot bladschimmel of wortelrot. De plant is volledig winterhard en blijft in zachte winters grotendeels groen. Vermeerderen kan door de pollen in het voorjaar te delen. Mogelijke ziektes zijn bladschimmel, wortelrot en soms roest. Per vierkante meter 9 tot 11 planten.

Hydrangea macrophylla ‘Zorro’ – Hortensia (Heester)
Uitspraak = hie-DRÁN-geea ma-kro-FIL-la

Heeft bijna zwarte, stevig opgaande stengels en bloeit in juli/september op tweejarig hout. In neutrale grond kleuren de bloemen roze, terwijl ze in zure grond helder blauw worden. Wordt 120 à 150 cm hoog en staat graag in humeuze, vochthoudende grond op een plek die niet te droog mag worden. Is niet wintergroen maar wel wintervast; vooral het jonge loof en de nieuwe knoppen zijn licht vorstgevoelig. Snoei is niet nodig, alleen de dode bloemen worden in het voorjaar weggeknipt zodat de nieuwe knoppen onbeschadigd blijven. Vermeerderen kan door te stekken in maart/april. Mogelijke ziektes zijn meeldauw en bladvlekkenziekte.

Roze bloeiende hortensia

Acer palmatum ‘Shaina’ – Japanse esdoorn (Heester)
Uitspraak = AA‑SER

Wordt 1,20 tot 1,80 m hoog en 120 à 150 cm breed en staat graag in halfschaduw in humeuze, goed doorlatende grond. Heeft rood/bruin blad, groeit langzaam en kleurt in de herfst rood/oranje. Is bladverliezend en winterhard. De zaden zijn niet eetbaar; de plant vormt geen bessen. Mogelijke ziektes zijn verwelkingsziekte en bladvlekkenziekte. Snoei zo weinig mogelijk.

Japanse esdoorn met rood en groen blad

Hydrocotyle ‘Nova zealandiae’ – Waternavel (Waterplant)
Uitspraak = hie-dro-KOO-tie-le

Wordt 5 tot 10 cm hoog en 20 à 40 cm breed en staat graag in zon of halfschaduw. Kan 10 tot 80 cm onder water worden geplant en is winterhard; werkt als zuurstofplant in de vijver. Mogelijke ziektes zijn bladschimmel en wortelrot bij te natte of slecht doorluchte omstandigheden. Vermeerderen gebeurt door de plant te splitsen of te delen.

Waternavel met groen blad

Phlox paniculata – Vlambloem (Vaste plant)
Uitspraak = FLOKS pa-nie-ku-LAA-ta

Bloeit in roze, wit en paars in juli/september en wordt ongeveer 1 meter hoog en 40 à 60 cm breed. Staat graag in de volle zon in goed doorlaatbare, voedselrijke grond en is vlinderlokkend. Is bladverliezend en winterhard.  Mogelijke ziektes zijn meeldauw en bladvlekkenziekte. Na de bloei terugknippen stimuleert een tweede bloei. Per vierkante meter 5 stuks. Vermeerderen kan door kopstekken in het voorjaar, door ter plekke te zaaien in september/oktober of door de kluit te delen.

Roze bloeiende vlambloem

Oplossingen bij ziekten

Wortelrot: Verminder watergift en laat de grond volledig opdrogen. Verbeter drainage met zand of perliet. Verwijder rotte wortels en verpot in schone, luchtige grond. Laat de plant nooit in water staan.

Bladvlekkenziekte: Verwijder aangetaste bladeren. Geef water bij de wortel, niet op het blad. Zet de plant luchtiger voor betere ventilatie. Ontsmet gereedschap en potten.

Verwelkingsziekte: Verwijder aangetaste delen direct. Verminder watergift. Vervang de grond of verplaats de plant naar een nieuwe plek. Vermijd stikstofrijke mest. Bij ernstige aantasting de plant verwijderen omdat de schimmel in de grond blijft.

Meeldauw: Verwijder aangetaste bladeren. Zorg voor betere ventilatie en vermijd stilstaande lucht. Geef ’s ochtends water en niet op het blad. Behandel met een oplossing van water, baking soda en een drupje zeep. Vermijd te veel schaduw.

Kroonrot: Verminder watergift. Zorg dat de kroon droog blijft en zet de plant hoger. Verbeter drainage. Verwijder aangetaste delen. Bij zware aantasting de plant vervangen en grond vernieuwen.

Schimmelvorming algemeen: Verbeter ventilatie. Pas watergift aan en geef alleen bij de wortel. Verwijder aangetaste delen. Vervang potgrond bij zware aantasting. 

Scroll naar boven