Plantenencyclopedie W
Planten die beginnen met de letter W
Plantenencyclopedie W verzamelt sterke soorten waarvan de Nederlandse naam begint met de letter W, variërend van weelderige vaste planten tot wintergroene heesters.
Wisteria – Blauwe regen (Klimplant)
Bloeit in mei–juni met lange, hangende bloemtrossen in wit, roze, lila, paars of blauw, afhankelijk van het ras. De bloemen verspreiden een heerlijke geur. Kan met zijn krachtige windende takken tot wel 20 meter hoog klimmen en heeft een stevige ondersteuning nodig. Standplaats in de volle zon voor een maximale bloei. Bladverliezend en zeer winterhard. De zaden en peulen zijn sterk giftig. Snoei gebeurt tweemaal per jaar: in januari–februari de zijtakken terugsnoeien tot 2–3 knoppen, en in juli–augustus de lange jonge scheuten inkorten tot 5–6 bladeren. Vermeerderen door afleggen of enten. Mogelijke ziekten: wisteriacorona (virus), bladvlekkenziekte, taksterfte en incidenteel wolluis.
Waldsteinia ternata – Goudaardbei (Vaste plant)
Is een zeer sterke en groenblijvende bodembedekker die perfect is voor tuinen met zon tot diepe halfschaduw. Deze vaste plant bloeit rijkelijk met heldergele bloemen in april en mei, bereikt een hoogte van ongeveer 10 tot 15 cm en een breedte van 30 tot 40 cm. Blijft het hele jaar door mooi groen en vormt snel een dicht, onkruidonderdrukkend tapijt van bladeren. Groeit het beste in droge tot lichtvochtige, goed doorlatende grond. Plantdichtheid: 8 tot 11 planten per vierkante meter. Vermeerderen kan eenvoudig door de plant te delen of te scheuren in het voorjaar of najaar. Mogelijke ziekten: bladvlekkenziekte, wortelrot (bij te natte grond) of slakkenvraat in het voorjaar.
Waaierpalm – Trachycarpus fortunei (Boom / Exoot)
Vormt karakteristieke, grote waaiervormige bladeren en een harige stam. Kan in de volle grond uiteindelijk 4 tot 8 meter hoog worden. Zeer winterhard (tot ca. -15 °C), mits de grond in de winter goed droog blijft. Standplaats in de volle zon tot halfschaduw, op een warme en beschutte plek uit de wind om bladschade te voorkomen. Groenblijvend. Oude, bruine bladeren dicht bij de stam afknippen. Vermeerderen door zaaien. Mogelijke ziekten: wortelrot (bij te natte grond), wintervriezen en incidenteel wolluis.
Wederik – Lysimachia punctata (Vaste plant)
Bloeit met felle, goudgele kransen van bloemen langs de stengels in de maanden juni–augustus en wordt ca. 60 tot 80 cm hoog. Een zeer sterke en vitale groeier die snel een dichte pol vormt. Standplaats in de zon tot halfschaduw, in normale tot vochtige, humusrijke grond. Bladverliezend en uitstekend winterhard. Plantdichtheid: 5–7 stuks per m². In het voorjaar tot de grond afknippen. Vermeerderen door de pol in het voorjaar of najaar eenvoudig te delen. Mogelijke ziekten: slakkenvraat (bij jong blad), bladvlekkenziekte en incidenteel bladluizen.
Weigelia – Weigela ‘Marjorie’ (Heester)
Bloeit zeer rijk met roze en witte bloemen tegelijk aan de struik in mei–juni en wordt ca. 1,5 tot 2 meter hoog. Geeft in de herfst een extra sierwaarde met oker- tot paarskleurig blad. Volledig winterhard en bladverliezend. Standplaats in de zon tot halfschaduw, in neutrale, goed doorlatende en vochthoudende grond. Snoei na de bloei alleen dode en zieke takken, of pas verjongingssnoei toe door 1/3 van de oudste takken tot aan de grond te verwijderen. Vermeerderen door afleggen of het nemen van houtige stekken na de bloei. Mogelijke ziekten: bladvlekkenziekte, echte meeldauw en incidenteel bladaaltjes.
Weigelia – Weigela ‘Nana Variegata’ (Heester)
Een compacte, bontbladige sierheester met opvallend groen-wit gerand blad die in mei en juni bloeit met zachtroze bloemen. De plant wordt 120 tot 150 cm hoog en 80 tot 100 cm breed. Ze groeit het best op een zonnige tot halfschaduwrijke plek (voldoende zon stimuleert de bonte bladkleur) op licht zure tot neutrale, vochtige en goed doorlatende grond. Snoei na de bloei enkel de dode of zieke takken weg, of pas verjongingssnoei toe door een derde van de oudste takken tot de grond terug te knippen. Vermeerderen kan na de bloei door afleggen of stekken. Mogelijke ziekten: bladvlekkenziekte, echte meeldauw en incidenteel bladaaltjes.
Weigelia – Weigela ‘Red Prince’ (Heester)
Bloeit intens dieprood in mei–juni op het hout van het voorgaande jaar. Wordt ca. 1,5 meter hoog en breed. Volledig winterhard en bladverliezend. Standplaats in de zon tot halfschaduw, stelt weinig eisen aan de bodem en groeit op vrijwel alle grondsoorten behalve op zeer zware, natte klei. Na de bloei enkele van de oudere takken diep wegsnoeien om de struik jong en vitaal te houden. Vermeerderen door middel van afleggen of stekken na de bloeiperiode. Mogelijke ziekten: bladvlekkenziekte, echte meeldauw en lichte schade door bladluizen.
Wilde kamperfoelie – Lonicera periclymenum (Klimplant)
Bloeit met heerlijk geurende, buisvormige wit-gele tot rozerode bloemen in mei–september, gevolgd door kleine rode bessen waar vogels dol op zijn. Kan 3 tot 5 meter hoog klimmen en slingert zich via de takken omhoog. Standplaats met de voet in de schaduw/halfschaduw en de ranken in de zon, in humusrijke, vochthoudende maar goed doorlatende grond. Bladverliezend en zeer winterhard. Na de bloei licht snoeien om de vorm te behouden. Vermeerderen door afleggen of zomerstekken. Mogelijke ziekten: echte meeldauw (vooral bij te droge en warme standplaats) en bladluizen.
Wilde marjolein / Oregano – Origanum vulgare (Vaste plant / Kruid)
Bloeit met een zee van kleine, zachtroze tot paarse bloemetjes van juli tot september en wordt ca. 30 tot 50 cm hoog. Het aromatische blad is eetbaar en zeer geliefd in de keuken. Standplaats in de volle zon, op een warme plek in droge, kalkrijke en goed doorlatende grond. Trekt buitengewoon veel bijen, hommels en vlinders aan. In het vroege voorjaar oude stengels wegsnoeien. Vermeerderen door te zaaien in het voorjaar of te scheuren in het najaar. Plantdichtheid: 7–9 stuks per m². Mogelijke ziekten: wortelrot (bij te natte voeten) en incidenteel spint.
Wilde wingerd – Parthenocissus tricuspidata (Klimplant)
Een krachtige, zelfhechtende klimplant die via handige zuignapjes muren en schuttingen begroeit en wel 10 tot 15 meter hoog kan worden. Bloeit onopvallend in juli, waarna blauwzwarte bessen gevormd worden. Bekend om de spectaculaire, vuurrode herfstverkleuring van het blad. Standplaats in de zon tot lichte schaduw (de zon geeft de mooiste herfstkleur) in normale, goed doorlatende tuingrond. Bladverliezend en zeer winterhard. Snoeien in de zomer of het najaar om de plant binnen de perken te houden. Vermeerderen door houtige stekken. Mogelijke ziekten: bladvlekkenziekte en echte meeldauw.
Winterjasmijn – Jasminum nudiflorum (Klimplant / Heester)
Bloeit met vrolijke, heldergele bloemen op de kale, naakte groene takken in de winterperiode van december tot februari. Wordt ca. 2 tot 3 meter hoog og groeit als een lianenachtige struik die ondersteuning of een klimrek nodig heeft om omhoog te klimmen. Standplaats in de zon tot halfschaduw, in goed doorlatende, normale tuingrond. Zeer winterhard en bladverliezend. Direct na de bloei in het vroege voorjaar de oudere takken diep terugsnoeien om jonge bloemscheuten te stimuleren. Vermeerderen door afleggen of stekken. Mogelijke ziekten: incidenteel wortelrot of bladvlekkenziekte.
Wollige kortoor / Ezelsoor – Stachys byzantina (Vaste plant)
Vormt een dichte, zachte mat van dikke, viltige, zilvergrijze bladeren en bloeit met roze-paarse bloemaren in juni–augustus. Wordt ca. 30 tot 40 cm hoog (inclusief bloem). Standplaats in de volle zon, in droge, arme en zeer goed doorlatende grond. Wintergroen in milde winters en goed winterhard, maar heeft een hekel aan wintervocht. In het voorjaar lelijk geworden blad wegnemen. Vermeerderen door de plant te delen in het voorjaar. Plantdichtheid: 7–9 stuks per m². Mogelijke ziekten: rot in het hart van de plant (bij te veel regen of vocht) en meeldauw.
Wollige sneeuwbal – Viburnum lantana (Heester)
Bloeit roomwit in mei–juni met een aangename vanillegeur. Wordt ca. 2 meter hoog en 1,5 meter breed. Standplaats in de zon tot halfschaduw, in droge, kalkrijke grond. Zeer winterhard en bladverliezend. Vormt na de bloei rode bessen die later zwart kleuren en zeer geliefd zijn bij vogels. Snoei is meestal niet nodig; indien gewenst verjongen na de bloei door oude takken weg te nemen. Vermeerderen via zaad of houtige stekken. Mogelijke ziekten: viburnumkever, bladvlekkenziekte en echte meeldauw.
