Verbascum ‘Buttercup’ – Toorts (vaste plant)
Bloeit geel in juni–augustus en wordt ca. 1 meter hoog. Standplaats zon, in vochthoudende, goed doorlatende, voedselrijke grond. Niet wintergroen; heeft in de winter bescherming nodig tegen regen en sneeuw. Plantdichtheid: 5 stuks per m². Vermeerderen door zaaien in voor- of nazomer, of door deling na de bloei.
Verbena bonariensis – IJzerhard (tweejarig)
Tweejarige plant die zich rijkelijk uitzaait. Kan als vaste plant worden behandeld wanneer goed afgedekt met stro in de winter. Verdraagt geen natte standplaats. Bloeit paars in juli–september en wordt 1–1,4 meter hoog. Standplaats zon. In voorjaar wat mest geven. Zeer geliefd bij vlinders. Plantdichtheid: 1–3 stuks per m². Vermeerderen door ter plekke te zaaien in september–oktober.
Verbesina alternifolia – Verbesina (vaste plant)
Bloeit geel in augustus–oktober en wordt ca. 2 meter hoog. Standplaats zon–halfschaduw, in droge tot lichtvochtige grond. Woekert niet. Stevige stelen met gele bloemen die bijen, hommels en vlinders aantrekken. Herten mijden deze plant vanwege de bittere bladeren. In voorjaar tot laag bij de grond snoeien. Plantdichtheid: 3 stuks per m². Vermeerderen door zaaien in het najaar.
Viburnum × bodnantense ‘Dawn’ – Wintersneeuwbal (heester)
Bloeit roze op kale takken van december–maart en wordt ca. 2,5 meter hoog. Standplaats zon–halfschaduw, in lichtzure tot licht kalkhoudende, vochtige, humusrijke, goed doorlatende grond. Winterhard, niet wintergroen. Na de bloei kruisende en zwakke takken verwijderen; enkele oude takken tot aan de grond wegsnoeien voor verjonging.
Viburnum davidii – Sneeuwbal (heester)
Vormt donkerblauwe bessen na de bloei; geliefd bij vogels maar giftig voor kinderen en dieren. Groenblijvend. Kan bij strenge vorst schade oplopen maar herstelt goed. Standplaats zon–schaduw, in vruchtbare, goed doorlatende grond. Bladvlekziekte mogelijk bij te natte standplaats. Gevoelig voor diverse insectenplagen. Snoeien na de bloei indien nodig; voor verjonging jaarlijks 1/3 van de takken verwijderen. Vermeerderen door afleggen of stekken (maart of augustus).
Viburnum lantana – Wollige sneeuwbal (heester)
Bloeit roomwit in mei–juni met vanillegeur. Wordt ca. 2 meter hoog en 1,5 meter breed. Standplaats zon–halfschaduw, in droge, kalkrijke grond. Winterhard en bladverliezend. Vormt bessen die geliefd zijn bij vogels.
Viburnum opulus ‘Compactum’ – Gelderse roos (heester)
Bloeit wit in mei–juni en wordt ca. 1,5 meter hoog. Blad verkleurt in de herfst rood, roze en paars. Vormt felrode bessen die tot diep in de winter blijven hangen. Winterhard, niet wintergroen. Standplaats zon–halfschaduw, in voedzame, humusrijke, vochthoudende grond. Zeewindbestendig. Snoeien na de bloei: jaarlijks 1 op de 5 oude stengels bij de basis verwijderen. Zwakke scheuten wegsnoeien. Bij verjonging alle stengels tot de basis terugsnoeien (bloei pas in het tweede jaar).
Viburnum tinus – Sneeuwbal (heester)
Bloeit wit van januari–mei en vormt daarna donkerblauwe bessen. Standplaats zon–halfschaduw, liefst beschut, in goed doorlatende, matig vruchtbare grond. Wintergroen; kan bij strenge vorst invriezen. Geschikt als informele haag. Snoeien na de bloei. Gevoelig voor de viburnumkever; larven en kevers handmatig verwijderen of biologisch bestrijden. Bladverkleuring kan duiden op Phytophthora ramorum; aangetaste delen verwijderen en plant eventueel afvoeren. Vermeerderen door halfverhoute stek. Zeewindbestendig.
Viburnum farreri – Sneeuwbal (heester)
Wordt 2–3 meter hoog en 1,5–2 meter breed. Bloeit licht geurende roze‑witte bloemen in januari–maart. Vormt rode bessen die later zwart kleuren. Bladverliezend en winterhard. Standplaats zon–halfschaduw, in voedzame, humusrijke grond. Snoeien in maart, alleen kruisende takken verwijderen. Wind- en zeewindbestendig. Kan last hebben van bladvlekkenziekte of honingdauw door bladluis; aangetaste delen verwijderen. Vermeerderen door stekken.
Vinca minor – Kleine maagdenpalm (vaste plant)|
Wintergroene bodembedekker die van april tot juli blauw bloeit. Vormt een dichte mat van ongeveer 10 cm hoog (tot 15 cm tijdens de bloei) en 30–50 cm breed. Groeit in zon tot schaduw en blijft ook in de winter aantrekkelijk. Kan gevoelig zijn voor bladvlekkenziekte, meeldauw, wortelrot en incidentele aantasting door slakken of bladluizen. Plantdichtheid: ongeveer 12 planten per m². Vermeerderen: door scheuren of via uitlopers met wortels.
Viola odorata – Maartsviooltje (vaste plant)
Bloeit heerlijk geurend paars in maart–april en wordt ca. 10 cm hoog. Wintergroen en winterhard. Standplaats lichte schaduw, in voedselrijke, doorlatende, vochthoudende grond; verdraagt ook droogte. Snoeien niet nodig. Plantdichtheid: 8–11 stuks per m². Vermeerderen door delen of zaaien in september (kou nodig voor kieming).
Vitis vinifera ‘Vroege van der Laan’ – Druif
Sterke druif die in oktober rijpt. Standplaats zuidmuur, zonnig en warm. Snoeien en aanbinden noodzakelijk. In december–januari alle zijtakken terugknippen tot 1–2 ogen; gesteltakken blijven staan. Na de bloei bloeiende takken snoeien voor vruchtzetting. Grond vruchtbaar en niet te nat; druif wortelt diep. In najaar kalkrijke mest geven; in voorjaar organische mest of stikstofrijke kunstmest.
