Plantenencyclopedie V

Verbascum ‘Buttercup’ – Toorts (vaste plant)

Bloeit geel in juni–augustus en wordt ca. 1 meter hoog. Standplaats zon, in vochthoudende, goed doorlatende, voedselrijke grond. Niet wintergroen; heeft in de winter bescherming nodig tegen regen en sneeuw. Plantdichtheid: 5 stuks per m². Vermeerderen door zaaien in voor- of nazomer, of door deling na de bloei.

Verbascum nigrum- Zwarte toorts (Heemplant)

Deze plant bloeit geel met een bloedrood hart van juni–september. Het bereikt een hoogte van ca. 60 cm tot 1,5 m en een breedte van ca. 50–60 cm. Verbascum nigrum is een vaste plant, bladverliezend en gedijt het beste op een droge, zonnige, matig voedselrijke locatie. Vermeerdering door zaaien of scheuren, bij voorkeur in september–oktober. Mogelijke ziekten: Meeldauw, roest, bladvlekkenziekte, slakkenvraat (jong blad).

Verbena bonariensis – IJzerhard (Tweejarig/Vaste plant)

De Verbena bonariensis is een tweejarige plant die zichzelf uitzaait en bloeit paars van juli tot en met september. De plant wordt 1 tot 1,40 meter hoog en circa 30-50 cm breed. Hij prefereert een zonnige standplaats. Een te natte plek is funest; dek de plant in de winter af met stro. Geef in het voorjaar wat mest. Plant 1 tot 3 stuks per vierkante meter. Vermeerderen kan door ter plekke te zaaien in september/oktober. De plant is populair bij vlinders. Mogelijke ziekten: Meeldauw, bladvlekkenziekte, bladluizen, witte vlieg, wortelrot.

Verbena rigida – IJzerhard (1‑jarig)

Verbena rigida bloeit met paarse bloemen van juli tot oktober en wordt 20 tot 40 cm hoog en 40 tot 50 cm breed. Deze bladverliezende, matig winterharde plant houdt van volle zon en groeit het best op droge tot normale, goed doorlatende grond. De bloemen trekken bijen en vlinders aan. Zaaien kan van half mei tot eind mei direct in de volle grond; het zaad is een lichtkiemer en mag niet worden bedekt. Plant 6 tot 9 stuks per vierkante meter. Mogelijke ziekten: meeldauw, wortelrot, bladkevers en bladluizen. 

Verbesina alternifolia – Verbesina (vaste plant)

Verbesina alternifolia bloeit geel van augustus tot oktober en wordt ongeveer 2 meter hoog en circa 60 tot 80 centimeter breed. De plant staat graag in zon tot halfschaduw, op droge tot lichtvochtige grond die luchtig aanvoelt. De soort woekert niet en vormt stevige stelen met gele bloemen die aantrekkelijk zijn voor bijen, hommels en vlinders. Snoei in het voorjaar tot laag bij de grond. Herten mijden deze plant vanwege de bittere bladeren. Plant 3 stuks per vierkante meter. Vermeerderen: zaaien in het najaar, direct in de volle grond. Mogelijke ziekten: meeldauw, verwelking.

Veronicastrum virginicum ‘Roseum’ – Virginische ereprijs (vaste plant)

Bloeit zachtroze in juli–augustus en wordt ca. 150 cm hoog en 45–60 cm breed. Standplaats: zon tot halfschaduw, op voedselrijke, goed doorlatende, droog tot vochthoudende grond. Is bladverliezend en zeer winterhard. Plantdichtheid: 7–9 stuks per m². Snoei: afgestorven stengels verwijderen in najaar of voorjaar. Vermeerderen: delen in het voorjaar. Mogelijke ziekten: meeldauw, wortelrot, bladvlekkenziekte. Veronicastrum vormt lange, kaarsrechte bloeiaren die veel bijen en vlinders aantrekken en een sterk verticaal accent in de border geven.

Viburnum × bodnantense ‘Dawn’ – Wintersneeuwbal (heester)

Bloeit roze op kale takken van december–maart en wordt ca. 2,5 meter hoog. Standplaats zon–halfschaduw, in lichtzure tot licht kalkhoudende, vochtige, humusrijke, goed doorlatende grond. Winterhard, niet wintergroen. Na de bloei kruisende en zwakke takken verwijderen; enkele oude takken tot aan de grond wegsnoeien voor verjonging.

Viburnum davidii – Sneeuwbal (heester)

Vormt donkerblauwe bessen na de bloei; geliefd bij vogels maar giftig voor kinderen en dieren. Groenblijvend. Kan bij strenge vorst schade oplopen maar herstelt goed. Standplaats zon–schaduw, in vruchtbare, goed doorlatende grond. Bladvlekziekte mogelijk bij te natte standplaats. Gevoelig voor diverse insectenplagen. Snoeien na de bloei indien nodig; voor verjonging jaarlijks 1/3 van de takken verwijderen. Vermeerderen door afleggen of stekken (maart of augustus).

Viburnum lantana – Wollige sneeuwbal (heester)

Bloeit roomwit in mei–juni met vanillegeur. Wordt ca. 2 meter hoog en 1,5 meter breed. Standplaats zon–halfschaduw, in droge, kalkrijke grond. Winterhard en bladverliezend. Vormt bessen die geliefd zijn bij vogels.

Viburnum opulus ‘Compactum’ – Gelderse roos (heester)

Bloeit wit in mei–juni en wordt ca. 1,5 meter hoog. Blad verkleurt in de herfst rood, roze en paars. Vormt felrode bessen die tot diep in de winter blijven hangen. Winterhard, niet wintergroen. Standplaats zon–halfschaduw, in voedzame, humusrijke, vochthoudende grond. Zeewindbestendig. Snoeien na de bloei: jaarlijks 1 op de 5 oude stengels bij de basis verwijderen. Zwakke scheuten wegsnoeien. Bij verjonging alle stengels tot de basis terugsnoeien (bloei pas in het tweede jaar).

Viburnum tinus – Sneeuwbal (heester)

Bloeit wit van januari–mei en vormt daarna donkerblauwe bessen. Standplaats zon–halfschaduw, liefst beschut, in goed doorlatende, matig vruchtbare grond. Wintergroen; kan bij strenge vorst invriezen. Geschikt als informele haag. Snoeien na de bloei. Gevoelig voor de viburnumkever; larven en kevers handmatig verwijderen of biologisch bestrijden. Bladverkleuring kan duiden op Phytophthora ramorum; aangetaste delen verwijderen en plant eventueel afvoeren. Vermeerderen door halfverhoute stek. Zeewindbestendig.

Viburnum farreri – Sneeuwbal (heester)

Wordt 2–3 meter hoog en 1,5–2 meter breed. Bloeit licht geurende roze‑witte bloemen in januari–maart. Vormt rode bessen die later zwart kleuren. Bladverliezend en winterhard. Standplaats zon–halfschaduw, in voedzame, humusrijke grond. Snoeien in maart, alleen kruisende takken verwijderen. Wind- en zeewindbestendig. Kan last hebben van bladvlekkenziekte of honingdauw door bladluis; aangetaste delen verwijderen. Vermeerderen door stekken.

Vicia sativa subsp. angustifolia – Smalle wikke (Eenjarige klimplant)

Smalle wikke is een eenjarige klimplant met roodpaarse bloemen van mei tot augustus. Ze klimt tot circa 1 meter hoog via ranken en trekt bijen en vlinders aan. De plant groeit op lichte, goed doorlatende grond in zon of halfschaduw. Vermeerderen gebeurt via zaden in peulen. Wikke wordt ook gebruikt als groenbemester vanwege haar stikstofbindende vermogen. Mogelijke ziektes: meeldauw, wortelrot, roest, bladvlekkenziekte, bladluizen.

Vinca minor – Kleine maagdenpalm (vaste plant)|

Wintergroene bodembedekker die van april tot juli blauw bloeit. Vormt een dichte mat van ongeveer 10 cm hoog (tot 15 cm tijdens de bloei) en 30–50 cm breed. Groeit in zon tot schaduw en blijft ook in de winter aantrekkelijk. Kan gevoelig zijn voor bladvlekkenziekte, meeldauw, wortelrot en incidentele aantasting door slakken of bladluizen. Plantdichtheid: ongeveer 12 planten per m². Vermeerderen: door scheuren of via uitlopers met wortels.

Viola odorata – Maarts viooltje (Vaste plant)

Bloeit heerlijk geurend paars van maart tot april en wordt 10 cm hoog. Is wintergroen, winterhard en staat het liefst in lichte schaduw op voedselrijke, doorlaatbare, vochthoudende grond. Verdraagt ook droge plekken. Snoeien is niet nodig. Plant 8–11 stuks per vierkante meter. Vermeerderen kan door te delen of door buiten te zaaien in september; de zaden moeten een koude periode doormaken om te kiemen. Kan last hebben van schimmel, bladvlekken, bol of wortelrot, slakken of muizen, die de jonge scheuten of de wortelstokken eten.

Vitis vinifera ‘Vroege van der Laan’ – Druif

Sterke druif die in oktober rijpt. Standplaats zuidmuur, zonnig en warm. Snoeien en aanbinden noodzakelijk. In december–januari alle zijtakken terugknippen tot 1–2 ogen; gesteltakken blijven staan. Na de bloei bloeiende takken snoeien voor vruchtzetting. Grond vruchtbaar en niet te nat; druif wortelt diep. In najaar kalkrijke mest geven; in voorjaar organische mest of stikstofrijke kunstmest.

Scroll naar boven