plantenencyclopedie T
Taxus baccata – Venijnboom
Heeft een hekel aan natte voeten; de grond moet goed gedraineerd zijn. Wintergroen en winterhard. Snoeien in april en september; loopt zelfs na diepe snoei weer uit. Alle plantendelen zijn giftig. Aanplant per meter haag: 40–60 cm: 4 stuks • 60–80 cm: 3 stuks • 80–100 cm: 3 stuks • 100–120 cm: 2,5 stuks • 120–140 cm: 2,5 stuks • 140–160 cm: 2 stuks • 160–180 cm: 2 stuks • 180–200 cm: 1,5 stuks.
Telekia speciosa- Koeienoog (Vaste plant)
Bloeit geel van juni–augustus en wordt ca. 1,5 m hoog en ca. 60–90 cm breed. Trekt insecten aan. Bladverliezend en winterhard. Het beste groeit het in de zon of halfschaduw op vochtige, matig voedselrijke grond. Snoeien in het voorjaar is aan te raden voor gezonde groei en bloei. Vermeerdering door ter plekke te zaaien in mei–juni en september–oktober. Aanplanten met ca. 3–5 stuks per vierkante meter. Mogelijke ziekten: Slakkenvraat (jong blad), wortelrot (bij te natte grond), meeldauw.
Thalictrum aquilegiifolium ‘Thundercloud’ – Akeleiruit (vaste plant)
Thalictrum aquilegiifolium ‘Thundercloud’ is een bossige vaste plant die van mei tot juli bloeit met wolkachtige pluisbloemen in een dieppaarse, lavendelachtige kleur. De plant bereikt een gemiddelde hoogte van 80 tot 100 centimeter en staat bij voorkeur in de halfschaduw op een beschutte plek. De bodem moet voedselrijk, humusrijk en goed vochthoudend zijn. De hoge bloemstengels kunnen bij harde windvlagen topzwaar worden en omvallen. Het afknippen van de uitgebloeide stengels na de zomer houdt de plant vitaal. Vermeerdering vindt plaats door het scheuren van de wortelstok in de vroege lente. Deze plant is uitstekend geschikt voor een natuurlijke, gelaagde border. De geadviseerde plantafstand bedraagt vijf tot zeven stuks per vierkante meter.
Thalictrum delavayi – Ruit (vaste plant)
Bloeit paars in juni–augustus en wordt ca. 1,75 meter hoog. Standplaats zon–lichte schaduw, in vochtige, goed doorlatende, humusrijke grond. Pollen om de paar jaar delen voor groeikracht. Plantdichtheid: 7–9 stuks per m². Vermeerderen door delen in voorjaar of zaaien in september–oktober.
Thuja plicata ‘Whipcord’ – Reuzenlevensboom (Conifeer)
Produceert onopvallende bloemkegels en zelden vruchten. Vormt een compacte, fonteinvormige struik met draadachtige, afhangende twijgen van 100 cm hoog en 100 cm breed. Extreem winterhard en groenblijvend. Het loof kleurt van glanzend groen naar winters brons. Standplaats: zon of halfschaduw. Bodem: humusrijk, lichtvochtig en goed waterdoorlatend. Bestand tegen zeewind, strenge vorst en stedelijke luchtvervuiling. Verzorging: snoei overbodig; vormcorrectie in augustus enkel in de jonge, zachte scheuten. Vermeerdering: halfverhoute stekken in het najaar. Kan last hebben van taksterfte of wortelrot bij te natte voeten.
Tradescantia virginiana – Eendagsbloem (vaste plant)
Bloeit blauw of wit in juni–september; bloemen bloeien slechts één dag. Wordt ca. 50 cm hoog. Winterhard, niet wintergroen en niet giftig. Standplaats zon, in goed doorlatende, voedselrijke grond. Woekert nauwelijks. Vermeerderen door stekken of scheuren in najaar. Plantdichtheid: 7–9 stuks per m².
Trachycarpus wagnerianus – Waaierpalm
Kan goed tegen kou maar niet tegen natte grond. Verdraagt droge winters tot –18 °C. Geschikt voor kuip, mits beschut geplaatst. Windbestendig; bladeren scheuren niet snel. Standplaats zonnig–volle zon, in zeer goed gedraineerde grond. Groenblijvend en tot ca. 5 meter hoog. Beste groei in volle grond. Bruin blad dicht bij de stam afknippen. Jaarlijks bemesten. Vermeerderen door zaaien.
Trachelospermum jasminoides – Toscaanse jasmijn (klimmer)
Bloeit geurend wit in juni–september en wordt ca. 5 meter hoog. Wintergroen en winterhard tot –10 °C. Bij invriezen in voorjaar terugsnoeien. Standplaats warme, zonnige plek, in goede tuingrond. Rankt en moet geleid worden. Na bloei licht snoeien. Voor- en najaar bemesten. Kan dopluis krijgen. Vermeerderen door afleggen.
Tricyrtis – Paddenlelie / Armeluisorchidee (vaste plant)
Bloeit wit, roze, purper, blauw of geel in september–oktober. Standplaats halfschaduw–schaduw, in humusrijke grond. Gevoelig voor natte, koude winters, leliehaantje en slakken. Vermeerderen door delen in najaar.
Tropaeolum majus – Oost-Indische kers (eenjarig)
Bloeit van juni tot oktober geel, oranje en vuurrood. De plant wordt 30–45 cm hoog en vormt vruchten die geschikt zijn om kappertjes van te maken. Let op: de Oost-Indische kers trekt bladluizen aan. Plant haar op een zonnige plek in goed doorlatende grond, 5–8 exemplaren per vierkante meter. Zowel het blad als de bloemen zijn eetbaar en geven een frisse toets aan salades. Verwijder regelmatig uitgebloeide bloemen om de bloeiperiode te verlengen. Zaai de zaden in april direct op de gewenste plek voor het beste resultaat. Mogelijke ziektes: bladluizen, rupsen van koolwitjes, valse meeldauw, echte meeldauw.
Tulipa – Tulp (Bol)
Tulpen zijn er in diverse kleuren en bloeien van maart tot mei. Plant de bollen tussen september en december, vóór de nachtvorst, in de zon tot lichte schaduw. Zorg voor een goed doorlatende bodem, want tulpen houden niet van natte voeten. Verwijder na de bloei de uitgebloeide bloemen, maar laat het loof zitten totdat het geel wordt, zodat de bol energie kan opslaan voor het volgende jaar. Tulpen zijn van nature meerjarige bollen, maar gezaaide tulpen bloeien vaak pas na 7–10 jaar. Broedbollen kunnen zich aan het einde van het seizoen vormen; deze zorgen ervoor dat de plant in de daaropvolgende jaren weer bloeit. Onder gunstige omstandigheden kunnen sommige tulpen meerdere jaren bloeien.
