Plantenencyclopedie M

Magnolia – Beverboom

De Magnolia bloeit vaak al vroeg in het voorjaar, waardoor de knoppen gevoelig zijn voor nachtvorst, ze kunnen dan bruin verkleuren en beschadigd raken. Houd bij het planten rekening met een beschutte plek om vorstschade te beperken.

Magnolia stellata – Stermagnolia (heester)

Bloeit wit in maart–april. Wordt ca. 4 meter hoog en 4,5 meter breed. Bladverliezend en winterhard. Standplaats volle zon–lichte schaduw, in humusrijke, voedzame, waterdoorlatende en kalkvrije grond. Zo weinig mogelijk snoeien; zo nodig direct na de bloei. Windbestendig, niet giftig en traaggroeiend.

Malus ‘Evereste’ – Sierappel (sierheester / kleine boom)

Bloeit wit in mei en wordt 5–6 meter hoog. Bladverliezend. Standplaats zon, in voedzame, goed doorlatende grond. Vrij van meeldauw en schurft. Bladeren kleuren in de herfst oranjegeel. Vormt veel oranjerode appeltjes die tot ver in de winter blijven hangen. Zo min mogelijk snoeien om waterscheuten en minder bloei te voorkomen.

Malus floribunda – Sierappel

Bloeit in mei/juni met wit‑roze bloemen. Wordt ca. 6 m hoog, eerst opgaand en later rond van vorm. In de zomer verschijnen sierappels die van geel naar rood verkleuren. Standplaats: zon tot halfschaduw, in vochtige, voedzame maar niet te zure grond; geschikt voor klei, zand, veen en kalkhoudende bodem. Snoeien kan, maar met mate. Gevoelig voor ziekten zoals appelmeeldauw, appelroest, schurft en bacterievuur, die de sierwaarde en gezondheid kunnen aantasten.

Magnolia – Beverboom

De Magnolia bloeit vaak al vroeg in het voorjaar, waardoor de knoppen gevoelig zijn voor nachtvorst, ze kunnen dan bruin verkleuren en beschadigd raken. Houd bij het planten rekening met een beschutte plek om vorstschade te beperken.

Malus floribunda – Sierappel (kleine boom / sierheester)

Bloeit wit‑roze in mei–juni. Wordt ca. 6 meter hoog, met opgaande groei die later rond wordt. Vormt sierappels die van geel naar rood verkleuren. Standplaats zon–halfschaduw, in vochtige, goede, niet te zure grond. Geschikt voor klei, zand, veen en kalkrijke bodem. Kan gesnoeid worden, maar met mate.

Malus ‘Professor Sprenger’ – Sierappel (heester / kleine boom)

Bloeit sterk geurend wit in mei en wordt 5–6 meter hoog. Bladverliezend en winterhard. Standplaats zon, in drogere, voedzame, goed doorlatende grond. Windbestendig, maar verdraagt zeewind slecht. Vormt gele appeltjes die tot in de winter blijven hangen; niet eetbaar maar niet giftig. Gevoelig voor schurft en bloedluis. Onderhoud en snoei in oktober–november.

Mahonia japonica – Mahoniestruik (heester)

Wintergroen en winterhard, tot ca. 1,25 meter hoog. Standplaats zon–halfschaduw, in humusrijke grond. Heeft hulstachtig blad zonder doorns. Bloeit heerlijk geurend geel van december tot eind februari. Snoeien is meestal niet nodig; zo ja, takken tot aan de grond terugsnoeien. Kan last hebben van roest (roodbruine vlekken onder blad) of meeldauw (wit poeder). Aangetaste delen verwijderen. Windbestendig. Plantdichtheid: 2–5 stuks per m². Vermeerderen door afleggen.

Meconopsis cambrica – Schijnpapaver (vaste plant)

Geelbloeiende vaste plant met bloei van april tot juni, soms pas vanaf mei bij een koud voorjaar. Wordt 30 tot 40 cm hoog en 25 tot 35 cm breed. Groeit het best in halfschaduw op droge tot normale, goed doorlatende bodem. Is winterhard maar verliest zijn blad in de winter. Vermeerdering gebeurt door zaaien; de zaden hebben een koudeperiode nodig om te kiemen. Ziektes: wortelrot, meeldauw, bladvlekkenziekte.

Mentha aquatica – Watermunt (waterplant)

Bloeit paars in juli–september en wordt ca. 40 cm hoog. Niet wintergroen, wel winterhard. Standplaats zon, in vochtige tot natte bodem; verdraagt ook brak water. Sterk geurend en woekerend. Vermeerderen door stekken in voorjaar/zomer of zaaien in mei–juli. Plantdichtheid: 5 stuks per m².

Miscanthus sinensis ‘Zebrinus’ – Prachtriet (siergras)

Miscanthus sinensis ‘Zebrinus’ wordt ongeveer 2 meter hoog en circa 80 tot 120 centimeter breed. De plant staat het liefst in de volle zon op goed doorlatende, humusrijke grond. Bloeit in augustus–september met zilverwitte pluimen. Het siergras is goed winterhard maar niet wintergroen. Snoei in maart–april alle dode bladeren en stengels tot circa 5 centimeter boven de grond. Vermeerderen kan in april door de pol te delen. Plant 3 tot 5 stuks per vierkante meter. Mogelijke ziekten: wortelrot. De dwarsstrepen op het blad ontstaan alleen bij voldoende zonlicht. Hoe zonniger de standplaats, hoe duidelijker en contrastrijker de gele banden zichtbaar worden.

Monarda ‘Croftway Pink’ – Bergamotplant (vaste plant)

Bloeit roze in juli–augustus en wordt ca. 100 cm hoog en 40–60 cm breed. Standplaats: zon tot halfschaduw, op voedzame, goed doorlatende grond. Is niet groenblijvend en winterhard. In het voorjaar het oude loof afknippen. Wordt sterk bezocht door bijen en vlinders. Mogelijke ziekten: Meeldauwgevoelig. Plantdichtheid: 7–9 stuks per m². Vermeerderen: om de 2–3 jaar scheuren in het voorjaar (houdt de plant vitaal en voorkomt meeldauwdruk). Monarda heeft aromatisch blad dat licht naar bergamot ruikt.

Muscari argaei ‘Album’ – Blauwe druifjes (bolgewas)

Rijk witbloeiend eind mei. Wordt ca. 15 cm hoog. Standplaats zon, in goede tuingrond die niet te nat is.

Muscari armeniacum – Blauwe druifjes (Bolgewas)

Muscari is een van de eerste voorjaarsbloeiers en vormt compacte trosjes blauwe, paarse of witte bloemetjes. De plant wordt ongeveer 10–20 cm hoog en breidt zich langzaam uit via kleine broedbolletjes. Ze doen het goed in de volle zon tot lichte halfschaduw, in een luchtige, goed doorlatende grond die niet te nat blijft. Voor een volle voorjaarsmat plant je ongeveer 80–100 bolletjes per m². Vermeerderen gaat eenvoudig door de broedbolletjes na de bloei te scheiden en opnieuw te planten. Mogelijke ziekte: schimmelrot bij langdurig natte grond; natuurlijke oplossing: verbeter de drainage en verwijder aangetaste bollen.

Muscari azureum – Blauw druifje (bolgewas)

Bloeit wit in maart–april en wordt 15–20 cm hoog. Standplaats zon, in goede tuingrond die niet te nat is.

Muscari botryoides – Blauw druifje (bolgewas)

Bloeit blauw in april–mei en wordt 15–20 cm hoog. Standplaats zon, in goede tuingrond die niet te nat is.

Muscari botryoides ‘Album’ – Blauw druifje (bolgewas)

Bloeit wit in april–mei en wordt 15–20 cm hoog. Standplaats zon, in goede tuingrond die niet te nat is.

Muscari comosum – Kuifhyacint (bolgewas)

Bloeit zacht violet in mei–juli en wordt 10–30 cm hoog. Standplaats zon, in goed doorlatende grond.

Monarda – Bergamotplant (vaste plant)

Bloeit in diverse kleuren van juli–september. Standplaats zon–halfschaduw, in matig vochtige, humusrijke grond. Gevoelig voor meeldauw en slakken. Sterk geurend en aantrekkelijk voor bijen. Gedroogde bladeren geschikt voor thee. Vermeerderen door delen in voorjaar of zaaien ter plekke in april–mei of juli–september.

Monarda ‘Cambridge Scarlet’ – Bergamot (vaste plant)

Bloeit rood in juli–augustus en wordt ca. 1 meter hoog. Standplaats zon–halfschaduw, in goed doorlatende grond. Bladverliezend en winterhard. Vermeerderen door zaaien ter plekke in april–mei of juli–september; lichtkiemer, dus dun bedekken.

Monarda ‘Croftway Pink’ – Bergamotplant (vaste plant)

Bloeit roze in juli–augustus en wordt ca. 100 cm hoog en 40–60 cm breed. Standplaats: zon tot halfschaduw, op voedzame, goed doorlatende grond. Is niet groenblijvend en winterhard. In het voorjaar het oude loof afknippen. Wordt sterk bezocht door bijen en vlinders. Mogelijke ziekten: Meeldauwgevoelig. Plantdichtheid: 7–9 stuks per m². Vermeerderen: om de 2–3 jaar scheuren in het voorjaar (houdt de plant vitaal en voorkomt meeldauwdruk). Monarda heeft aromatisch blad dat licht naar bergamot ruikt.

Monarda didyma – Bergamotplant (vaste plant)

Monarda didyma is een vaste plant met opvallende, vuurwerkachtige bloemen en aromatisch blad. De plant wordt 80–100 cm hoog en 40–60 cm breed en bloeit van juli tot september. Je plant ongeveer 5–7 exemplaren per vierkante meter voor een volle, gelijkmatige border. De plant trekt veel bijen en vlinders aan en staat graag zonnig in een voedzame, gelijkmatig vochtige bodem. De pol breidt zich langzaam uit en blijft vitaal door regelmatig delen. De plant kan gevoelig zijn voor meeldauw, en jonge scheuten kunnen soms last hebben van bladluizen of slakken. Vermeerderen: delen in voorjaar of vroege herfst.

Monarda ‘Prairienacht’ – Bergamot (vaste plant)

Bloeit paars in juli–augustus en wordt ca. 1 meter hoog. Standplaats zon–halfschaduw, in goede tuingrond. Bladverliezend en winterhard. Kan meeldauw krijgen. Plantdichtheid: 7–9 stuks per m². Vermeerderen door zaaien ter plekke in april–mei of juli–september; lichtkiemer.

Morisia monanthos ‘Fred Hemingway’ – Morisia (vaste plant)

Bloeit geel in maart–augustus en wordt ca. 10 cm hoog. Standplaats zon, in goed doorlatende grond. Compact alpien plantje.

Myriophyllum brasiliensis – Braziliaans vederkruid (zuurstofplant)

Te plaatsen op 0–80 cm diepte. Wordt 10–15 cm hoog. Neemt voedingsstoffen op en geeft zuurstof af. Standplaats zon–halfschaduw. Vermeerderen door toppen en stekken in het voorjaar.

Myosotis palustris – Moerasvergeet‑mij‑nietje (vaste plant)

Bloeit hemelsblauw (soms roze of wit) in mei–augustus en wordt ca. 20 cm hoog. Standplaats zon–lichte schaduw, aan de vijverrand op vochtige tot natte grond. Vermeerderen door zaaien ter plekke in mei.

Myosotis sylvatica – Bosvergeet‑mij‑nietje (tweejarig)

Tweejarig plantje dat blauw bloeit met een geel oogje van april tot juni en ± 30 cm hoog en 20–30 cm breed wordt. Niet groenblijvend en niet winterhard, waardoor het kan wegvallen in natte winters en voorjaren. Groeit goed op een zonnige tot halfschaduwrijke plek. Zaaien van juni tot september voor bloei in het volgende jaar. Gevoelig voor valse meeldauw en grijze schimmel; kan daarnaast last hebben van bladluizen, slakken en tripsen. De bloempjes sluiten ’s avonds en bij regen, waardoor het gele hartje extra opvalt zodra ze weer openen.

Scroll naar boven