Kalmia latifolia – Lepelboom (heester) Bloeit wit tot lichtroze in mei–juni en wordt ca. 2 meter hoog. Langzame groeier, wintergroen en winterhard. Standplaats halfschaduw–schaduw, in humusrijke, lichtzure grond. Vermeerderen door afleggen (traag proces).
Kerria japonica – Ranonkelstruik (heester) Winterhard maar niet wintergroen. Bloeit geel in het voorjaar en vaak nog een tweede keer later in het jaar. Wordt 1,75–2 meter hoog. Standplaats zon–halfschaduw, in humusrijke, niet te droge grond. Vormt worteluitlopers die regelmatig afgestoken moeten worden. Snoei om de drie jaar na de eerste bloei: verwijder ca. een derde van de oude takken tot vlak boven de grond. Vermeerderen door wortelstek.
Kniphofia ‘Little Maid’ – Vuurpijl (vaste plant) Bladverliezende vaste plant die 50 cm hoog en 45 cm breed wordt. Bloeit geelgroen in juli–september en verkleurt naar ivoorwit. Standplaats zon, in goed doorlatende, diepe, vruchtbare humusrijke grond.
Krokus – Crocus (bolgewas) Bloeit in vele kleuren (geel, wit, paars) van februari tot eind maart. Verwildert gemakkelijk en hoeft niet uit de grond gehaald te worden. Plant de bollen twee‑ tot driemaal zo diep als de bol hoog is.
