Plantenencyclopedie I
Iberis ‘Masterpiece’ – Scheefbloem (vaste plant)
Bloeit wit tot licht roze in mei en oktober, op een plek in de zon of halfschaduw in humusrijke grond. Wordt ca. 25 cm hoog en 30–40 cm breed. Het is een vaste plant, wintergroen en winterhard. Vermeerderen kan door scheuren, afleggen of stekken. De plant kan worden aangetast door meeldauw, wortelrot, bladvlekkenziekte en bladluizen.
Iberis sempervirens – Scheefkelk / Scheefbloem (vaste plant)
Iberis sempervirens, bekend als scheefkelk, is een groenblijvende vaste plant die wit bloeit van april tot juni. De plant wordt circa 25 cm hoog en 30 tot 40 cm breed. Hij staat het liefst op een zonnige tot halfschaduwrijke plek in goed doorlatende grond. Na de bloei kan hij worden teruggesnoeid om een compacte vorm te behouden en mogelijk een tweede bloei te stimuleren. Vermeerdering gebeurt door scheuren. De plant is redelijk winterhard, maar kan bij strenge vorst enige bescherming gebruiken. Scheefkelk is over het algemeen gezond, maar kan gevoelig zijn voor wortelrot bij slechte drainage, bladvlekkenziekte, meeldauw en aantasting door slakken of bladluizen.
Iberis sempervirens ‘Snow Cone’ – Scheefbloem (vaste plant)
Bloeit eind maart–mei. Groenblijvend (sempervirens = altijd groen). Oorspronkelijk uit het Middellandse Zeegebied. Standplaats zonnig, in goed doorlatende grond. Wordt 10–20 cm hoog en vraagt weinig onderhoud. Plantdichtheid: 7 stuks per m².
Ilex aquifolium ‘Argentea Marginata’ – Gewone hulst (boom/heester)
Bloeit onopvallend wit in april–mei en wordt 2–5 meter hoog. Groenblijvend en winterhard. Standplaats zon/halfschaduw, in humusrijke, vochthoudende maar goed doorlatende grond; verdraagt zowel zure als kalkrijke bodem. In de herfst verschijnen felrode, mild giftige bessen die vogels aantrekken. Heeft stekelige bladeren en is geschikt als haag. Kan last hebben van schimmelziekten en bladmineerders. Snoei alleen voor vorm of haag; verwijder groene scheuten. Plantdichtheid: 7 stuks per m². Vermeerderen door zaaien (traag), winterstek of enten.
Ilex aquifolium ‘Bacciflava’ – Gele hulst (heester)
Bloeit wit in mei en vormt in de herfst gele bessen. Wordt ca. 4 meter hoog. Bladeren zijn puntig en scherp. Groenblijvend, winterhard en langzaam groeiend. Standplaats zon, in humusrijke, vochthoudende maar goed doorlatende grond. Windbestendig. Bessen zijn giftig. Vermeerderen door stekken; stek in water bevordert wortelgroei. Snoeien na de bloei.
Impatiens glandulifera – Reuzenbalsemien, Springbalsemien (1‑jarig)
Bloeit roze, rood of wit van juli tot oktober en verspreidt een zoete geur. Wordt ca. 200 cm hoog en 60–90 cm breed. Standplaats: zon tot lichte schaduw, op een open, vochtige tot natte, voedselrijke grond. Is eenjarig; de rijpe vruchten springen open bij aanraking en verspreiden het zaad explosief. Plantdichtheid: ca. 3–5 stuks per m² (in gebieden waar hij nog voorkomt). Vermeerderen: niet toegestaan— uitzaaien is verboden in de hele EU vanwege invasiviteit. Mogelijke ziekten: meeldauw, bladvlekkenziekte, wortelrot en slakkenvraat. De zaaddozen staan onder hoge druk en kunnen bij aanraking tot enkele meters ver wegschieten.
Iris pseudacorus – Gele lis (oeverplant)
De gele lis bloeit helder geel in mei en juni. De plant wordt 80 cm tot 1 meter hoog en 40 tot 60 cm breed. Ze staat graag in natte tot drassige grond en kan zelfs in het water groeien tot een diepte van meer dan 30 cm. De standplaats dient zonnig te zijn, zodat de bloei optimaal tot zijn recht komt. Vermeerderen kan door te scheuren of te zaaien, waarbij de wortelstokken zich gemakkelijk uitbreiden en zo grotere pollen vormen. Hoewel de gele lis een sterke oeverplant is, kan ze worden aangetast door bladvlekkenziekte, roest, wortelrot en irisboorrups. Deze aantastingen verminderen de sierwaarde en kunnen de vitaliteit van de plant beïnvloeden.
Iris reticulata ‘Dark Blue’ – Dwergiris (bolgewas)
Bloeit in februari–maart en wordt 15 cm hoog. Standplaats zon/halfschaduw. Vermeerderen door verwildering of broedbollen.
Ixia abbreviata- Afrikaanse korenlelie (Knol)
Bloeit crème-geel met een diep hart van juni–augustus. Wordt ca. 40 cm hoog en ca. 10 cm breed. Gedijt het best in de volle zon in goed doorlatende grond. Niet winterhard. Aanplanten met ca. 9 stuks per vierkante meter in april. Vermeerdering door scheuren van de knollen. Mogelijke ziekten: Slakkenvraat, virusziekten, knolrot (bij te natte grond).
