Plantenencyclopedie H
Planten die beginnen met de letter H
De Plantenencyclopedie H brengt sterke soorten samen met heldere kenmerken en een natuurlijke uitstraling voor zonnige en halfschaduwrijke tuinen.
Hamamelis × intermedia ‘Arnhem’ – Toverhazelaar (Heester)
Wordt 3–4 meter hoog. Heeft rood‑oranje bloemen die bij zachte winters verschijnen in januari–februari. Bladverliezend. Bloeit op kaal hout; bij vorst stopt de bloei tijdelijk. Standplaats: zon of lichte schaduw, in licht zure, goed doorlatende grond zoals zandgrond. In het voorjaar kalkvrije bemesting en wat humus geven. In de zomer mag de grond niet te droog worden. De toverhazelaar is een insectenbestuiver en staan het liefst op een beschutte plek. In de zomer verschijnen vruchten die tot wel 10 meter kunnen wegschieten (“knalhazelaar”). Snoeien na de bloei. Niet windbestendig. Gevoelig voor vraat door konijnen en herten. Jonge planten kunnen afsterven bij een te natte standplaats.
Hamamelis × intermedia ‘Jelena’ – Toverhazelaar (Heester / kleine boom)
Bloeit oranje‑rood in januari en wordt ongeveer 4 meter hoog. Winterhard en bladverliezend. Standplaats: zon tot halfschaduw, in goed doorlatende, licht zure grond. Snoeien is meestal niet nodig; zo nodig alleen storende of scheefgegroeide takken verwijderen. Jonge planten kunnen wortelrot krijgen bij een te natte standplaats. Deze cultivar is windbestendig. Konijnen en herten eten graag van de plant. Vermeerderen door zaaien (traag), oculeren of enten in de late winter.
Hamamelis mollis – Toverhazelaar (Heester)
Wordt tot 5 meter hoog en bloeit geel in januari–maart, vooral bij zachte winters. Bloeit op kaal hout; bij vorst stopt de bloei tijdelijk. Standplaats: zon tot halfschaduw, in goed doorlatende, licht zure grond. Niet wintergroen en een insectenbestuiver. Ze staan het liefst op een beschutte plek. De vruchten schieten bij rijpheid tot wel 10 meter weg (“knalhazelaar”). Snoeien is niet noodzakelijk; zo nodig alleen storende of scheefgegroeide takken verwijderen. Bij een te natte standplaats kan wortelrot ontstaan. Windbestendig. Konijnen en herten vreten graag aan de plant. Vermeerderen door zaaien (traag), oculeren of enten in de late winter.
Hedera helix ‘Goldheart’ – Klimop (Klimplant)
Bloeit in september–oktober en wordt tot 5 meter hoog. Geschikt voor alle grondsoorten: vochtig, normaal of droog. Standplaats: schaduw, halfschaduw of zon. Bodembedekkend, kruipend en opgaand. Jonge planten klimmen en kruipen; oudere planten stoppen met klimmen als ze niet worden gesnoeid. Door te snoeien blijft de plant in de “jeugdfase” en blijft hij klimmen. Vermeerderen door zomerstek of afleggen.
Helianthus annuus ‘Red Sun’ – Rode zonnebloem (eenjarige)
Heeft dieprode bloemblaadjes en een donker hart, waardoor hij veel hommels, bijen, zweefvliegen en vlinders aantrekt. De plant wordt 150–180 cm hoog en 40–60 cm breed, zodat een plantafstand van 35–45 cm nodig is. Zo krijgen de planten genoeg ruimte en licht. Op één vierkante meter 4–6 rode zonnebloemen. Zaaien kan vanaf april, waarna de bloei van juli tot september volgt. De plant staat graag op een zonnige plek met voedzame, goed doorlatende grond. Mogelijke problemen zijn meeldauw, bladluizen, slakken, stengelrot en zonnebrand, zodat het belangrijk is om de plant regelmatig te controleren op bladverkleuring, aantasting of zwakke stelen.
Helichrysum bracteatum) – Xerochrysum bracteatum (Eenjarig)
Rijkbloeiende plant met een stevige, opgaande groei van ongeveer 70–90 cm hoog en 30–50 cm breed. De plant valt op door zijn grote, papierachtige bloemen in citroengele kleur en grijsgroene bladeren. Bloeit van juli tot september met geurende bloemen, die massaal nuttige insecten zoals bijen, hommels, zweefvliegen en vlinders (zoals de Atalanta en Distelvlinder) aantrekken. Op een zonnige standplaats in arme, goed doorlatende grond. Vraagt weinig onderhoud. Mogelijke ziekten: meeldauw, roestschimmel, bladvlekkenziekte, wortelrot, bladluizen, trips, slakken.
Heliotropium arborescens ‘Isla Bonita’ – Kersentaartplant (Eenjarige)
Niet winterhard. Standplaats: halfschaduw tot zon. Potkluit goed vochtig houden. Uitgebloeide bloemen verwijderen bevordert doorbloei. Bloeit van mei tot diep in de herfst.
Helleborus ‘Anna’s Red’ – Kerstroos (Vaste plant)
Bloeit rood in januari–april en wordt ongeveer 40 cm hoog. Standplaats: halfschaduw tot schaduw, in goed gedraineerde, humusrijke, losse en vochthoudende grond. Bladhoudend en winterhard. Zet op een beschutte plek. Oud blad verwijderen om ziektes te voorkomen en de bloemen beter zichtbaar te maken. Kan bladrot krijgen bij te natte grond; aangetaste bladeren verwijderen. Vermeerderen door delen na de bloei (eind april), in de vroege herfst. Zaailingen bloeien na 2–3 jaar. Plantdichtheid: 5–7 stuks per m².
Helleborus atrorubens – Nieskruid (Vaste plant)
Helleborus atrorubens is een sterke vaste plant die al vroeg in het jaar bloeit, meestal van februari tot april, met donkerpaarse tot roodbruine bloemen die mooi opvallen in de halfschaduw. Wordt ongeveer 30–40 cm hoog en 35–50 cm breed. De plant houdt van een humusrijke, licht vochtige bodem en staat het liefst op een plek waar de wortels koel blijven. Kan gevoelig zijn voor bladvlekkenziekte, bladluis, slakkenvraat en soms wortelrot bij te natte grond. De plant is goed te vermeerderen door deling direct na de bloei, of door zaailingen die vanzelf rond de moederplant verschijnen.
Helleborus × ballardiae ‘HGC Maestro’ – Kerstroos (Vaste plant)
Bloeit roze‑rood in januari–maart met rode stengels. Blauwgroen blad, winterhard en wintergroen. Standplaats schaduw–halfschaduw, in droge, normale of stenige bodem. Grond verbeteren met compost, kalk en beendermeel. Laat de plant zoveel mogelijk met rust voor meer bloei. Niet windbestendig. Gevoelig voor zwarte vlekkenziekte; aangetaste bladeren verwijderen. Vermeerderen door scheuren na de bloei. Plantdichtheid: 5 stuks per m².
Helleborus ‘Cinderella’ – Oosters nieskruid (Vaste plant)
Bloeit wit met rode spikkels in februari–april en wordt 45 cm hoog. Winterhard en groenblijvend. Standplaats halfzon–halfschaduw, in kalkrijke tot neutrale, humusrijke bodem. Bij te donkere standplaats kans op bladschimmel; aangetaste bladeren verwijderen en niet composteren. Niet windbestendig. Plantdichtheid: 5–8 stuks per m². Vermeerderen door te delen (augustus–september).
Helleborus HGC ‘Ice N’ Roses Early Rose’ – Kerstroos (Vaste plant)
Bloeit in januari–april met rode bloemen en wordt 50–70 cm hoog. Standplaats zon/halfschaduw in humusrijke grond. Af en toe voeding en kalk geven. Giftig; kan huidirritatie veroorzaken. Groenblijvend tot semigroenblijvend en winterhard. Aantrekkelijk voor bijen. Niet windbestendig. Kan zwarte vlekkenziekte krijgen; aangetaste bladeren verwijderen. Vermeerderen door te scheuren. Plantdichtheid: 5–8 stuks per m².
Helleborus niger – Kerstroos (Vaste plant)
Bloeit wit in januari–maart met rode stengels. Blauwgroen blad, winterhard en groenblijvend. Standplaats zon–schaduw, in droge, normale of stenige bodem. Grond verbeteren met compost, kalk en beendermeel. Niet windbestendig. Gevoelig voor zwarte vlekkenziekte; aangetaste bladeren verwijderen. Laat de plant met rust voor meer bloei. Vermeerderen door scheuren na de bloei. Plantdichtheid: 5 stuks per m².
Helleborus niger ‘HGC Josef Lemper’ – Kerstroos (Vaste plant)
Deze wintergroene vaste plant bloeit van december tot februari met witte bloemen die later groenig verkleuren. Standplaats: zonnig. Bodem: licht vochtige, goed doorlatende en matig voedselrijke grond. Hoogte: tot ca. 30 cm. Ziekten en plagen: gevoelig voor wortelrot bij natte grond, daarnaast vatbaar voor schimmels en spintmijten.
Helleborus niger ‘HGC Wintergold’ – Kerstroos (Vaste plant)
Deze wintergroene vaste plant bloeit van december tot februari met witte bloemen die later groenig verkleuren. Standplaats: halfschaduw. Bodem: licht vochtige, kalkrijke tot neutrale, humusrijke bodem. Hoogte: tot ca. 30 cm. Ziekten en plagen: gevoelig voor wortelrot bij natte grond, daarnaast vatbaar voor schimmels en spintmijten.
Helleborus ‘Penny’s Pink’ – Kerstroos (Vaste plant)
Bloeit paars‑roze in januari–april en wordt 40–50 cm hoog. Wintergroen, winterhard en geschikt voor halfschaduw. Plantdichtheid: 5 stuks per m². Vermeerderen door te scheuren na de bloei. Oud blad verwijderen voor gezonde groei en zichtbare bloemen. Standplaats: vochtige, kalkrijke, goed gedraineerde humusgrond.
Helleborus orientalis – Oosters nieskruid (Vaste plant)
Wordt 40 cm hoog en bloeit in diverse kleuren (paars, wit, groen, roze) in maart–april. Standplaats halfschaduw, in kalkrijke grond. Plantdichtheid: 5–7 stuks per m². Vermeerderen door te scheuren.
Helleborus orientalis ‘Tutu’ – Oosters nieskruid (Vaste plant)
Bloeit lila‑paars of roze in februari–april. Standplaats zon–halfschaduw, in vochtige, kalkrijke, goed gedraineerde humusgrond. Wordt 60 cm hoog en breed. Winterhard. Oud blad verwijderen om ziektes te voorkomen en bloemen beter zichtbaar te maken. Vermeerderen door te delen (scheuren). Niet windbestendig. Gevoelig voor bladvlekkenziekte; aangetaste bladeren verwijderen.
Helleborus orientalis ‘Picotee’ – Kerstroos (Vaste plant)
De Helleborus orientalis ‘Picotee’ is een sterke vaste plant die al vanaf januari tot maart bloeit met elegante bloemen waarvan de randen subtiel donkerder zijn aangezet. Deze kerstroos wordt ongeveer 30–45 cm hoog en groeit uit tot een breedte van 40–60 cm. De plant houdt van halfschaduw en een humusrijke, licht vochtige bodem. Helleborus kan gevoelig zijn voor bladvlekkenziekte, bladluis, slakkenvraat en soms wortelrot bij te natte grond. De plant is goed te vermeerderen door deling direct na de bloei.
Helenium ‘Crimson Beauty’ – Zonnekruid (Vaste plant)
Bloeit met bronsrode tot dieprode bloemen met een donkerbruin hart, van juli tot september. De plant staat graag in de volle zon op een voedselrijke, humusrijke bodem die niet te droog en niet te nat is. Ze wordt ongeveer 70 centimeter hoog en 40 tot 50 centimeter breed. De plant is winterhard maar niet groenblijvend en trekt veel bijen en vlinders aan. Mogelijke ziekten zijn meeldauw, roest en wortelrot bij te natte grond. Vermeerderen kan door in het voorjaar te scheuren of door ter plekke te zaaien in september of oktober. Op één vierkante meter passen vijf tot zeven planten. Zonnekruid bloeit het rijkste wanneer het elk voorjaar wordt gedeeld; dit houdt de plant vitaal en compact.
Helenium ‘Moerheim Beauty’ – Zonnekruid (Vaste plant)
Bloeit in warmrode tot bruine tinten van juni – september. Wordt ca. 100 cm hoog en 80 – 90 cm breed. Niet wintergroen, maar wel winterhard. Plaats op een zonnige locatie in normale, niet te droge grond. Regelmatig bemesten wordt aangeraden. De bloemen trekken vlinders en bijen aan. Aanplanten met 5 stuks per vierkante meter. Vermeerdering in het voorjaar door scheuren in. Mogelijke ziekten: meeldauw, roest, wortelrot.
Helianthus annuus – Zonnebloem (1‑jarig)
Bloeit juli–september en wordt tot ca. 300 cm hoog en 40–60 cm breed. Staat graag op een zonnige, warme standplaats in voedzame, doorlatende grond. Zaaien: half april–juni, direct op de plek of voorzaaien. Plantdichtheid: ca. 3–5 stuks per m² (afhankelijk van cultivar en hoogte). Vermeerderen: zaaien (eenjarig, dus niet delen). Mogelijke ziekten: meeldauw, bladvlekkenziekte, (stengelrot), wortelrot en slakkenvraat. Jonge zonnebloemen vertonen heliotropisme: de bloemknoppen draaien mee met de zon; volwassen bloemen richten zich meestal blijvend naar het oosten.
Hemerocallis ‘Bela Lugosi’ – Daglelie (Vaste plant)
Hemerocallis ‘Bela Lugosi’ bloeit diep donkerpaars met een helder geel hart in juli tot augustus, wordt ongeveer 80 cm hoog en 50–60 cm breed en staat graag in de zon tot halfschaduw in een normale, goed doorlatende grond. Deze daglelie is half wintergroen, goed winterhard en wordt per vierkante meter met 7 stuks aangeplant. Vermeerderen gebeurt eenvoudig door te delen, bij voorkeur in het voorjaar of na de bloei. Mogelijke ziekten: bladschimmel, roest. De bloemen bloeien slechts één dag maar worden continu aangevuld door nieuwe knoppen. Daglelies zijn zeer aantrekkelijk voor bijen en zweefvliegen.
Hemerocallis ‘Frans Hals’- Daglelie (Vaste Plant)
De Hemerocallis ‘Frans Hals’ heeft prachtige bloemen in tweekleurig rood-geel die bloeien van juni–september. Wordt ca. 65 cm hoog en ca. 60–90 cm breed. Elke bloem bloeit slechts één dag, maar de plant produceert veel bloemen, waardoor je lang van de bloei kunt genieten. Gedijt in volle zon tot halfschaduw, in humusrijke, goed doorlatende grond die niet te droog is. Bladverliezend en winterhard. Aanplanten met ca. 3 stuks per vierkante meter. Vermeerdering door scheuren. Mogelijke ziekten: Bladluizen, slakkenvraat, roest (schimmelziekte), kroonrot.
Hemerocallis ‘Green Flutter’ – Daglelie (Vaste plant)
Bloeit geel/groen met niet‑geurende bloemen in juli en geeft vaak een herbloei in september. Wordt 45 tot 50 cm hoog, is is een semi-groenblijvende tot bladverliezende daglelie. In Nederlandse winters sterft het blad vrijwel volledig af. Staat graag in de zon of halfschaduw en groeit op elke goed doorlatende grond. Aantal per vierkante meter is 5 à 7 stuks. De bloemen zijn eetbaar. Verwijder de dode bloemen na de bloei. Wanneer de bloei afneemt kan de plant in maart worden opgenomen, gescheurd en opnieuw uitgeplant. Vermeerderen gebeurt door te scheuren in maart. Mogelijke ziektes zijn roest en bladschimmel.
Hibiscus syriacus ‘Hamabo’ – Altheastruik (Heester)
Wordt 3 meter hoog en bloeit wit/roze met rood hartje in juli–september. Standplaats zon–halfschaduw, in humusrijke grond. Bladverliezend en winterhard. Enkelvoudige bloemen trekken insecten aan. Snoeien in maart als de bloei te veel in de toppen komt. Deze struiken vermeerder je uitsluitend via hout- of wortelstekken.
Hibiscus syriacus ‘Oiseau Bleu’ – Altheastruik (Heester)
Bloeit blauw in augustus–oktober en wordt 1,2–3 meter hoog en breed. Bladverliezend; bloemen sluiten bij regen. Standplaats zon–halfschaduw, in goed doorlatende humusrijke grond. Snoeien in maart wanneer de bloei te veel in de toppen zit. Tijdens het groeiseizoen maandelijks bemesten. Vermeerderen door wortelstek in het najaar.
Hibiscus syriacus ‘Woodbridge’ – Altheastruik (Heester)
Bloeit roze in augustus–oktober en wil een zonnige standplaats. Wordt 2,5 meter hoog, winterhard en bladverliezend. Snoeien in het vroege voorjaar wanneer de struik te groot wordt. Deze struik vermeerder je uitsluitend via hout- of wortelstekken.
Hippuris vulgaris – Lidsteng (Waterplant)
Groeit met slanke, rechtopstaande stengels die 20 tot 30 cm boven het water uitkomen en staat graag in de zon of halfschaduw. Deze zuurstofplant voelt zich het best in helder water op een diepte van 0–60 cm, waar hij zich stevig wortelt. Is volledig winterhard en kan zich sterk uitbreiden, waardoor een mand handig is om de groei te begrenzen. Vormt onder water dichte bossen die zuurstof afgeven en schuilplaatsen bieden voor waterdieren. Vermeerderen gebeurt door delen van de wortelstokken in het voorjaar. Mogelijke ziektes zijn bladschimmel en rotting bij te warm of stilstaand water.
Hieracium aurantiacum – Oranje havikskruid (Vaste plant)
Hieracium aurantiacum, oranje havikskruid, is een lage vaste plant die in juni en juli een oranje kleur aan de tuin geeft. Plant ongeveer 7 tot 9 stuks per vierkante meter, zodat de pollen rustig kunnen uitgroeien zonder te gaan woekeren. Vermeerderen door de pollen in het voorjaar te delen. Heeft nauwelijks last van ziekten; alleen bij langdurig nat weer kan wat bladschimmel ontstaan, wat meestal vanzelf verdwijnt zodra het droger wordt. De bloemen worden regelmatig bezocht door bijen, kleine zweefvliegen en solitaire bijtjes, waardoor de plant direct meer leven in de tuin brengt. Door de voorkeur voor zonnige, droge plekken is het een betrouwbare soort die juist op moeilijke plaatsen goed tot zijn recht komt.
Hyacinthus – Hyacint (Bolgewas)
Hyacinthus, beter bekend als hyacint, is een bolgewas dat in april tot mei bloeit in diverse kleuren. De plant wordt ongeveer 20 cm hoog en staat het liefst op een zonnige plek met goed gedraineerde grond. Na de bloei worden de bloemen afgesneden, terwijl het loof blijft staan tot het vergeelt; daarna kan het worden verwijderd. Geef jaarlijks een gift van compost om de bodem te voeden. De bloei neemt na verloop van jaren af, waardoor de hyacint vaak als eenjarig bolgewas wordt beschouwd. Planttijd is van september tot december. De plant kan gevoelig zijn voor bolrot bij slechte drainage, bladvlekkenziekte, meeldauw en aantasting door bladluizen of slakken.
Hyacinthoides non-scripta – Boshyacint (Bol)
Bloeit van maart tot mei met blauwe, witte of roze bloemen en wordt ongeveer 25 cm hoog en 10–15 cm breed. Hij groeit het liefst op een plek in de zon tot halfschaduw in goed doorlaatbare grond. Aanplanten kan het best in september of oktober, ongeveer negen stuks per vierkante meter. De plant is niet wintergroen en kan vermeerderd worden met zaad of broedbollen. Inheems in Nederland en België, gedijt de boshyacint goed op vochtige, voedselrijke bodems. De bloemen trekken bijen en vlinders aan en brengen kleur in de tuin. Let op: alle delen van de plant zijn giftig bij inname. Mogelijke ziekte: Bladvlekkenziekte, botrytis, narcissenvlieg, slakkenschade.
Houttuynia cordata – Moerasannemoon (Oeverplant)
Bloeit met witte schutbladen rond een aar in juni – augustus en wordt 20 – 40 cm hoog en 40 – 100 cm breed. Niet wintergroen, maar wel winterhard. Vereist een zonnige tot halfschaduwrijke locatie met humusrijke, vochtige bodem en een plantdiepte van 0 – 10 cm. Aanplanten met 8 – 11 stuks per vierkante meter. Vermeerdering in het voorjaar door scheuren of via uitlopers. Let op: woekert snel. Mogelijke ziekten: wortelrot, verwelkingsziekte, bladvlekkenziekte, insectenschade (bladluizen, slakken).
Houttuynia cordata ‘Plena’ – Moerasannemoon (Oeverplant)
Bloeit met dubbel gevulde witte schutbladen rond een aar in juni – augustus. Wordt 20 – 40 cm hoog en 40 – 100 cm breed. Niet wintergroen, maar wel winterhard. Vereist een zonnige tot halfschaduwrijke locatie met humusrijke, vochtige bodem en een plantdiepte van 0 – 10 cm. Aanplanten met 8 – 11 stuks per vierkante meter. Vermeerdering in het voorjaar door scheuren of via uitlopers. Let op: woekert snel. Mogelijke ziekten: wortelrot, verwelkingsziekte, bladvlekkenziekte, insectenschade (bladluizen, slakken).
Hydrangea arborescens ‘Annabelle’ – Sneeuwbalhortensia (Heester)
De Hydrangea arborescens ‘Annabelle’ is een bladverliezende heester die gemiddeld 1 tot 1,5 meter hoog wordt en ongeveer 1,5 meter breed. De plant bloeit van juni tot en met september met grote, bolvormige witte bloemen die later lichtgroen verkleuren. Hij groeit het best op een zonnige tot halfschaduwrijke plek in goed doorlatende, humusrijke grond. Op één vierkante meter plant je één heester zodat hij voldoende ruimte heeft om zich te ontwikkelen. Vermeerderen kan door halfhoutige stekken in de zomer te nemen. Ziekte: bladluis, witte vlieg en schimmelziekte.
Hydrangea anomala subsp. petiolaris- Klimhortensia (Klimplant)
Bloeit van juni–juli met roomwitte bloemen en wordt ca. 5 m hoog en ca. 2–3 m breed. Gedijt het beste op een plek in de halfschaduw, in vruchtbare, humusrijke grond. Groeit tegen een schutting of muur, heeft aanvankelijk ondersteuning nodig. Winterhard en bladverliezend. Aanplanten met ca. 1 stuk per vierkante of strekkende meter. Snoeien na de bloei (bloeit op tweejarig hout), indien nodig. Vermeerdering door afleggen of stekken. Mogelijke ziekten: Bladvlekkenziekte, meeldauw, bladluizen, groene appelwants.
Hydrangea ‘Blueberry Cheesecake’ – Hortensia (Heester)
Bloeit blauw in juli–september en wordt 1–1,20 meter hoog. Standplaats zon–halfschaduw. Winterhard, bladverliezend en bloeit op nieuw hout. Snoeien in het voorjaar.
Hydrangea paniculata ‘Phantom’ – Pluimhortensia (Heester)
Bloeit wit in juli–september, later verkleurend naar roze. Wordt 2–3 meter hoog en 1,5–2 meter breed. Bladverliezend en winterhard. Standplaats zon–halfschaduw, in lichtzure, vochtige grond. In volle zon voldoende water geven om verbranding te voorkomen. In het voorjaar terugsnoeien tot 20–30 cm; bloeit op éénjarig hout. Vermeerderen door stekken van gesnoeide stengels.
Hydrangea macrophylla ‘Teller Rose’ – Hortensia (Heester)
Bloeit van juli–oktober met grote schermen van fertiele en infertiele bloemen. Standplaats halfschaduw. Bladverliezend, winterhard en wordt 125 cm hoog en breed.
Hydrangea macrophylla ‘Mariesii Perfecta’ – Schermbloemige hortensia (Heester)
Bloeit lichtblauw of helder roze (afhankelijk van de grond) in juli–september. Wordt 120 cm hoog en 150 cm breed. Standplaats halfschaduw, in zure, humusrijke, vochtige grond. Randbloemen lokken insecten naar de vruchtbare binnenbloemen. Niet wintergroen en winterhard. Bij te groot worden terugsnoeien in het voorjaar tot een derde; jaarlijks herhalen tot gewenste vorm.
Hydrangea macrophylla ‘Teller White’ – Hortensia (Heester)
Bloeit wit in juli–augustus en wordt 150 cm hoog. Standplaats halfschaduw, in zure, vochtige grond. Bladverliezend en winterhard. Bloeit op oud hout. Snoei in principe niet nodig is.
Hydrangea macrophylla ‘Zorro’ – Hortensia (Heester)
Heeft bijna zwarte, stevig opgaande stengels en bloeit in juli/september op tweejarig hout. In neutrale grond kleuren de bloemen roze, terwijl ze in zure grond helder blauw worden. Wordt 120 à 150 cm hoog en staat graag in humeuze, vochthoudende grond op een plek die niet te droog mag worden. Is niet wintergroen maar wel wintervast; vooral het jonge loof en de nieuwe knoppen zijn licht vorstgevoelig. Snoei is niet nodig, alleen de dode bloemen worden in het voorjaar weggeknipt zodat de nieuwe knoppen onbeschadigd blijven. Vermeerderen kan door te stekken in maart/april. Mogelijke ziektes zijn meeldauw en bladvlekkenziekte.
Hydrangea ‘Forever & Ever Peppermint’ – Hortensia (Heester)
Bloeit van juni tot de vorst met roze of blauwe bloemen (kleur afhankelijk van zuurgraad). Wordt ca. 80 cm hoog en 60–90 cm breed. Beste standplaats: halfschaduw. Snoei in het voorjaar na de vorst enkele kale takken terug tot ca. 15 cm. Bloeit op zowel eenjarig als meerjarig hout. Uitgebloeide bloemen verwijderen kan een tweede bloei stimuleren. Plant ca. 3 per m². Vermeerdering door stekken. Winterhard, niet groenblijvend. Mogelijke ziekten: Meeldauw, wortelrot, bladvlekkenziekte, botrytis.
Hydrangea macrophylla ‘MAGICAL Coral Pink’ – Hortensia (Heester)
Hydrangea macrophylla ‘MAGICAL Coral Pink’ wordt ongeveer 125 cm hoog en bloeit roze‑groen van juli tot en met september. Ze staat in zon of halfschaduw, in vochtige, goed doorlatende, humusrijke grond. De plant is winterhard en niet wintergroen. Aanplant: 3 planten per vierkante meter. Mogelijke ziekten: bladvlekkenziekte, meeldauw, wortelrot. Snoeien: in het voorjaar enkele lange stelen verwijderen. Vermeerderen: door een zomerstek. De bloemkleur kan veranderen door de zuurgraad van de bodem.
Hydrangea quercifolia – Eikenbladhortensia (Heester)
Bloeit wit in juli–september en verkleurt later roodachtig. Wordt ongeveer 2 meter hoog en 1,5–2 meter breed. Standplaats gefilterd zonlicht tot halfschaduw, in een zeer goed doorlaatbare, voedzame grond. Bloeit op meerjarig hout. Snoei alleen dode of zwakke takken weg in het voorjaar. Bladverliezend en goed winterhard, maar bij voorkeur beschut tegen koude oosten- of noordenwind. Mogelijke ziekten: botrytis, meeldauw, bladvlekkenziekte, wortelrot. Vermeerderen: half verhoute stekken eind augustus–begin september, laten wortelen in stekgrond of buiten in een koude bak. Plantdichtheid:4 per m².
Hydrocotyle nova-zeelandiae – Waternavel (Waterplant)
Wordt 5 tot 10 cm hoog en 20 à 40 cm breed en staat graag in zon of halfschaduw. Kan 10 tot 80 cm onder water worden geplant en is winterhard; werkt als zuurstofplant in de vijver. Mogelijke ziektes zijn bladschimmel en wortelrot bij te natte of slecht doorluchte omstandigheden. Vermeerderen gebeurt door de plant te splitsen of te delen.
Hypericum calycinum – Hertshooi (Vaste plant)
Hypericum calycinum is een sterke, laagblijvende bodembedekker die van juni tot augustus bloeit met grote gele bloemen en soms tot september nabloeit. De plant doet het goed in zon tot halfschaduw en groeit snel dicht. Plant 7 tot 9 stuks per m² voor een rustige, gesloten mat. Vermeerderen kan eenvoudig door delen in het voorjaar. Hertshooi heeft weinig last van ziekten; bij nat weer kan wat bladverkleuring ontstaan, maar dit herstelt vanzelf. De bloemen trekken bijen en kleine zweefvliegen aan, waardoor de plant direct leven in de tuin brengt, ook op droge of moeilijke plekken.
Hypericum inodorum ‘Magical Passion’ – Hertshooi (Heester)
Hypericum inodorum ‘Magical Passion’ is een heester die ongeveer 70 cm hoog wordt. Ze bloeit geel van juli tot en met oktober en vormt daarna helder rode bessen. Ze staat graag in de zon of halfschaduw, in een vruchtbare, goed doorlatende grond die in voorjaar en zomer voldoende vochtig blijft. De plant is bladverliezend tot half-groenblijvend (verliest zijn blad tijdens een normale tot strenge winter). Aanplant: 5 planten per vierkante meter. Mogelijke ziekten: bladvlekkenziekte, roest, wortelrot. Snoeien: in het voorjaar oude of beschadigde takken verwijderen en licht vormsnoei toepassen. Vermeerderen: door een zomerstek.
Hypericum ‘Magical Beauty’ – Hertshooi (Vaste plant / heester)
Bloeit geel in juli–augustus en wordt ca. 90 cm hoog en 60–80 cm breed. Standplaats: zon tot lichte schaduw, op een vochthoudende tot vochtige, voedzame bodem. Vormt na de bloei zalmkleurige bessen. Is winterhard, niet wintergroen. Snoeien in maart–april: tot 30 cm boven de grond terugnemen of enkele verhoute takken inkorten. Plantdichtheid: ca. 3 stuks per m². Vermeerderen: scheuren (voorjaar/najaar), winterstek, halfverhoute zomerstek of afleggen. Mogelijke ziekten: bladvlekkenziekte, roest, wortelrot en insectenvraat (o.a. bladluizen).
Hypericum ‘Miracle Attraction’ – Hertshooi (Sierheester)
Hypericum ‘Miracle Attraction’ is een compacte sierheester die in juni en juli geel bloeit en daarna rood‑roze bessen vormt. De plant wordt 60–80 cm hoog en 60–70 cm breed en staat graag in zon tot halfschaduw. Hij kan gevoelig zijn voor bladvlekkenziekte, roest en wortelrot. Snoei in het vroege voorjaar houdt de struik compact en vitaal. Vermeerderen gebeurt via halfhoutige stekken in de zomer. De bessen blijven vaak lang decoratief aan de plant. Voor een volle aanplant gebruik je ongeveer drie planten per vierkante meter.


