Plantenencyclopedie G
Galanthus nivalis – Sneeuwklokje (vaste plant / bolgewas)
Bloeit wit in februari–maart en wordt 10–15 cm hoog. Standplaats: halfschaduw, in humusrijke, vochtige maar doorlatende grond. Winterhard en bladverliezend. Vermeerderen door klompjes te delen na de bloei (“in the green”).
Gaillardia aristata – Kokardebloem (vaste plant)
Bloeit rood‑geel in juni–september en wordt 40–60 cm hoog. Standplaats: volle zon, in droge tot matig vochtige, goed doorlatende grond. Winterhard maar niet wintergroen. Aantrekkelijk voor bijen en vlinders. Vermeerderen door delen of zaaien.
Galega officinalis – Geitenruit (vaste plant)
Bloeit lila‑wit in juni–augustus en wordt 80–120 cm hoog. Standplaats: zon tot halfschaduw, in voedselrijke, vochtige maar doorlatende grond. Winterhard en bladverliezend. Vermeerderen door delen in het voorjaar.
Galium odoratum – Lievevrouwebedstro (vaste plant)
Bloeit wit in april–mei en wordt 10–30 cm hoog. Standplaats: halfschaduw tot schaduw, in humusrijke, vochtige maar doorlatende grond. Winterhard en bladverliezend. Vormt een zachte, kruipende bodembedekker. Vermeerderen door delen.
Garvinea – Tuingerbera (1‑jarig)
Bloeit van mei tot oktober in diverse kleuren en wordt 30–40 cm hoog en 30–35 cm breed. De plant is niet winterhard en niet groenblijvend, en staat het liefst op een zonnige plek. Wordt toegepast als eenjarige en behoudt zijn sierwaarde door steeds de oude bloemen weg te knippen om nieuwe bloei te stimuleren. De tuingerbera kan worden aangetast door meeldauw, wortelrot en bladvlekkenziekte. Daarnaast zijn bladluizen en trips veelvoorkomende plagen die de bloemen en bladeren kunnen beschadigen.
Gaultheria procumbens – Bergthee / Veenbes (heester)
Bloeit wit in juni–juli en wordt 10–20 cm hoog. Standplaats: halfschaduw, in zure, humusrijke en vochtige grond. Wintergroen en winterhard. Vormt rode bessen in de herfst. Vermeerderen door stek of delen.
Gazania rigens – Gazania (vaste plant, vaak als eenjarige gebruikt)
Bloeit geel, oranje of rood in juni–september en wordt 20–30 cm hoog. Standplaats: volle zon, in droge, goed doorlatende grond. Matig winterhard; meestal als eenjarige toegepast. Vermeerderen door stek of zaaien.
Genista tinctoria – Verfbrem (heester)
Bloeit geel in juni–juli en wordt 30–60 cm hoog. Standplaats: volle zon, in droge, zandige of arme grond. Winterhard en bladverliezend. Aantrekkelijk voor bijen. Vermeerderen door stek in de zomer.
Geranium macrorrhizum “Spessart” – Rotsooievaarsbek (vaste plant)
Rotsooievaarsbek ‘Spessart’ is een vaste plant die bloeit met roze‑witte bloemen van mei tot augustus. De plant wordt 25 tot 30 centimeter hoog en ongeveer 40 tot 50 centimeter breed. Standplaats zon of in gedeeltelijke schaduw, in matig voedselrijke en kalkrijke grond. De soort is groenblijvend en goed winterhard. Per vierkante meter worden gemiddeld 8 tot 11 planten aangehouden. Vermeerderen kan door te zaaien in de volle grond eind april tot mei of juli tot september. In het voorjaar kan de plant ook eenvoudig worden gedeeld. Mogelijke ziekten en plagen zijn meeldauw, roest en bladvlekkenziekte.
Geranium pyrenaicum – Bermooievaarsbek (vaste plant)
Bermooievaarsbek is een vaste plant die bloeit met lilapaarse bloemen van mei tot juli. De plant wordt tot 50 centimeter hoog en ongeveer 30 tot 40 centimeter breed. Hij is niet wintergroen maar wel goed winterhard en groeit het beste in grond die niet veel mest bevat. De standplaats is zon tot halfschaduw en per vierkante meter worden gemiddeld 7 planten aangehouden. Vermeerderen kan door te delen in het voorjaar of door te zaaien in augustus tot oktober. Mogelijke ziekten en plagen zijn meeldauw, roest en bladvlekkenziekte, maar over het algemeen is de bermooievaarsbek een sterke en betrouwbare tuinplant.
Geranium robertianum – Robertskruid (1‑ of 2‑jarig)
Robertskruid is een één‑ of tweejarige plant die bloeit met lichtroze bloemen van mei tot oktober. De plant wordt ongeveer 50 centimeter hoog en 30 tot 40 centimeter breed. Hij groeit het best op een zonnige tot halfschaduwrijke standplaats in lichte, voedselrijke grond. Robertskruid woekert snel maar is eenvoudig te verwijderen en wordt veel bezocht door wilde bijen en honingbijen. Vermeerderen kan door ter plekke te zaaien in het voorjaar. Mogelijke ziekten en plagen zijn meeldauw, roest en bladluizen.
Geranium sanguineum – Bloedooiervaarsbek (Bodembedekker)
Geranium sanguineum, of bloedooiervaarsbek, is een bladverliezende, winterharde bodembedekkende vaste plant die bloeit van mei tot augustus met donkerroze bloemen. De plant wordt ongeveer 20 cm hoog en 35 cm breed en verlangt een zonnige tot halfschaduwrijke standplaats in goed doorlatende, vrij vruchtbare grond. Na de eerste bloei kan een lichte snoei een tweede bloei stimuleren. Plantdichtheid is circa 7 stuks per vierkante meter. Vermeerderen kan door ter plekke te zaaien in augustus, na een koudebehandeling van het zaad. Mogelijke ziektes: meeldauw, roest, wortelrot, bladvlekkenziekte, bladluizen.
Geranium sanguineum ‘Max Frei’ – Ooievaarsbek (vaste plant)
Bloeit karmijnroze van mei tot juli en wordt 15 à 20 cm hoog en 30 tot 40 cm breed. De plant staat graag op een plek in de zon of lichte schaduw, in matig rijke grond. Hij is winterhard, maar niet wintergroen. Per vierkante meter worden 9 tot 16 stuks aangeplant. Vermeerderen kan door ter plekke te zaaien in augustus; het zaad heeft een koude behandeling nodig. De ooievaarsbek kan worden aangetast door meeldauw, roest en bladvlekkenziekte.
Geranium sanguineum striatum – Ooievaarsbek (vaste plant)
Geranium sanguineum striatum is een laagblijvende, bladverliezende vaste plant die in mei en juli bloeit met lichtroze bloemen. Ze wordt 15 tot 25 cm hoog en circa 50 cm breed. De plant groeit het best op een zonnige tot halfschaduwrijke plek in goed doorlatende, niet te vruchtbare grond. Ze is winterhard, niet wintergroen en trekt vlinders en andere insecten aan. Na de bloei kunnen dode bladeren en bloemen worden verwijderd. Plantdichtheid is 9 tot 11 stuks per vierkante meter. Vermeerderen gebeurt door zaaien. Mogelijke ziektes: meeldauw, wortelrot, bladvlekkenziekte, bladluizen.
Geum chiloense ‘Mrs. Bradshaw’ – Nagelkruid (vaste plant)
Bloeit felrood in mei–augustus en wordt 40–60 cm hoog. Standplaats: zon tot lichte schaduw, in humusrijke, vochthoudende maar doorlatende grond. Winterhard en bladverliezend. Vermeerderen door delen.
Ginkgo biloba – Japanse notenboom (boom)
Bloeit onopvallend in april–mei en wordt 10–20 meter hoog. Standplaats: volle zon, in goed doorlatende, matig voedselrijke grond. Winterhard en bladverliezend. Bekend om zijn waaiervormige bladeren die goudgeel kleuren in de herfst. Vermeerderen door zaaien of enten.
Glechoma hederacea – Hondsdraf (vaste plant)
Bloeit paarsblauw in april–juni en wordt 5–20 cm hoog. Standplaats: halfschaduw tot schaduw, in vochtige, humusrijke grond. Winterhard en halfgroen. Kruipende bodembedekker die zich snel uitbreidt. Vermeerderen door delen of uitlopers.
Gleditsia triacanthos ‘Sunburst’ – Valse Christusdoorn (boom)
Bloeit geelgroen in mei–juni en wordt 8–12 meter hoog. Standplaats: volle zon, in droge tot matig vochtige, goed doorlatende grond. Winterhard en bladverliezend. Jonge bladeren zijn helder geel. Vermeerderen door enten.
Gladiolus communis subsp. byzantinus – Byzantijnse gladiool (vaste plant / bolgewas)
Bloeit paarsroze in juni–juli en wordt 60–90 cm hoog. Standplaats: volle zon, in goed doorlatende, humusrijke grond. Winterharder dan veel andere gladiolen. Vermeerderen door knollen te delen in het najaar.
Gomphrena globosa – Kogeldistelamarant (eenjarige plant)
Bloeit paars, roze of wit in juli–september en wordt 30–50 cm hoog. Standplaats: volle zon, in droge tot matig vochtige, goed doorlatende grond. Niet winterhard. Vermeerderen door zaaien in het voorjaar.
Gunnera manicata – Mammoetblad (vaste plant)
Gunnera manicata – Mammoetblad, Reuzenrabarber (vaste plant)
Bloeit juni–augustus met grote rechtopstaande bloemkolven van 40–60 cm. Wordt 2 tot 3 m hoog en ca. 4 m breed. Bladverliezend, ideaal voor de rand van een vijver. Plantdichtheid: 1 per m². Voortplanting via zaden of eenvoudiger via wortelstekken. Mogelijke ziekten: Wortelrot, bladvlekkenziekte, meeldauw, botrytis (grauwe schimmel), slakkenvraat.
Gypsophila paniculata – Gipskruid (vaste plant)
Bloeit wit in juni–augustus en wordt 60–100 cm hoog. Standplaats: volle zon, in droge, kalkrijke en goed doorlatende grond. Winterhard en bladverliezend. Vormt luchtige wolken van kleine bloemetjes. Vermeerderen door delen of stek.
Gypsophila repens – Kruipend gipskruid (vaste plant)
Bloeit wit of lichtroze in juni–augustus en wordt 10–20 cm hoog. Standplaats: volle zon, in droge, stenige of kalkrijke grond. Winterhard en bladverliezend. Ideaal voor rotstuinen. Vermeerderen door stek of delen.
Gymnocarpium dryopteris – Eikvaren (varen)
Groeit van mei tot oktober en wordt 20–40 cm hoog. Standplaats: halfschaduw tot schaduw, in humusrijke, vochtige maar doorlatende grond. Winterhard en bladverliezend. Fijnbladige, elegante bosvaren. Vermeerderen door delen.
Gynostemma pentaphyllum – Jiaogulan / Kruipende komkommer (klimplant)
Bloeit onopvallend in juli–augustus en wordt 1–2 meter lang. Standplaats: halfschaduw, in humusrijke, vochthoudende maar doorlatende grond. Matig winterhard; bescherming aanbevolen. Vermeerderen door stek.
Gyromitra esculenta – Voorjaarskluifzwam (paddenstoel)
Verschijnt in april–mei en wordt 5–12 cm hoog. Standplaats: lichte bossen, zandige grond. Niet eetbaar en potentieel giftig. Komt van nature voor in Nederland en België. Geen vermeerderen van toepassing.
