plantenencyclopedie F
Fagus sylvatica – Beuk (boom)
Bloeit onopvallend in april–mei en wordt 20–30 meter hoog. Standplaats: volle zon tot halfschaduw, in voedselrijke, vochthoudende maar goed doorlatende grond. Winterhard en bladverliezend. Wordt veel gebruikt als haag of solitair. Vermeerderen door zaaien of enten.
Fallopia aubertii – Chinese bruidssluier (klimplant)
Fallopia aubertii bloeit wit van juli tot oktober, wordt tot 15 meter lang en ongeveer 3–4 meter breed en groeit krachtig tegen muren, pergola’s of schuttingen. Deze bladverliezende, goed winterharde klimplant staat graag in de zon tot halfschaduw, waarbij volle zon duidelijk meer bloei geeft. De plant groeit het best in een bodem met gemiddelde vruchtbaarheid die licht vochtig en goed doorlatend is. Terugsnoeien tot ongeveer 1 meter is mogelijk en wordt vaak toegepast om de groei te beheersen. Tijdens de bloei lokt de Chinese bruidssluier veel insecten, waaronder bijen. Mogelijke ziekten: meeldauw, bladvlekkenziekte. De plant staat bekend om zijn snelle groei.
Festuca glauca ‘Intense Blue’ – Zwenkgras / Schapengras (Siergras)
Festuca glauca ‘Intense Blue’ is een laag, blauwgrijs siergras dat dichte pollen vormt met fijne, naaldachtige bladeren. De plant blijft het hele jaar door decoratief en krijgt in juni/juli luchtige, strokleurige aren boven het blad. Hij wordt 20 tot 30 cm hoog en ongeveer 25 tot 30 cm breed. Dit zwenkgras staat graag in de volle zon op droge tot matig vochtige, goed doorlatende grond; op arme zandgrond kleurt het blad het mooist. Te natte omstandigheden kunnen leiden tot bladschimmel of wortelrot. De plant is volledig winterhard en blijft in zachte winters grotendeels groen. Vermeerderen kan door de pollen in het voorjaar te delen. Mogelijke ziektes zijn bladschimmel, wortelrot en soms roest. Per vierkante meter 9 tot 11 planten.
Filipendula rubra ‘Venusta’- Moerasspirea (Vaste plant)
Bloeit lichtroze van juni–augustus en wordt ca. 1,5–2 m hoog en ca. 90 cm breed. Bladverliezend en winterhard. Gedijt op een zonnige tot halfschaduwrijke plek in vochtige, koele, humusrijke grond. Aanplanten met ca. 3–5 stuks per vierkante meter. Vermeerdering door scheuren in het voorjaar. Mogelijke ziekten: Echte meeldauw, roest, wortelrot.
Filipendula ulmaria – Moerasspirea (vaste plant)
Filipendula ulmaria is een sterke, inheemse vaste plant die 80–120 cm hoog en 40–60 cm breed wordt, met roomwitte, geurige pluimen van juni tot augustus. De plant houdt van vochtige tot natte grond in zon of lichte halfschaduw en groeit veel langs sloten en beekranden. Hij is volledig winterhard en vraagt weinig onderhoud. Mogelijke ziekten zijn wortelrot, bladvlekkenziekte, echte meeldauw en grijze schimmel; deze voorkom je door goede drainage, luchtige standplaats, geen overhead‑beregening en het direct verwijderen van aangetaste delen. Vermeerderen gebeurt eenvoudig door delen in voorjaar of najaar.
Foeniculum vulgare – Venkel (vaste plant / kruid)
Bloeit geel in juli–september en wordt 1,5–2 meter hoog. Standplaats: volle zon, in droge tot matig vochtige, goed doorlatende grond. Winterhard, maar de bovengrondse delen sterven in de winter af. Aantrekkelijk voor bijen en vlinders. Vermeerderen door zaaien in het voorjaar.
Forsythia – Chinees klokje (Heester)
Bloeit geel van maart tot april op meerjarig hout en wordt 1,75 tot 2,5 m hoog. Snoei na de bloei door oude, dode en dikke takken tot aan de grond weg te nemen. Winterhard en geschikt voor volle zon of lichte schaduw op voedselrijke, vochthoudende grond. Vermeerderen kan eenvoudig door zomerstek van jonge scheuten van 10–15 cm. Mogelijke ziektes: Bladvlekken: donkere vlekken op bladeren; verwijder aangetast blad. Bladluizen: veroorzaken vervormde bladeren en kleverige honingdauw; bestrijd biologisch of met waterstraal. Taksterfte: takken drogen in; verwijder aangetast hout en zorg voor luchtige groeiomstandigheden.
Fragaria × ananassa – Tuinaardbei (vaste plant)
Bloeit wit in mei–juni en wordt 20–30 cm hoog. Standplaats: volle zon, in humusrijke, licht vochtige maar doorlatende grond. Winterhard en halfgroen. Vormt uitlopers en geeft eetbare vruchten. Vermeerderen door uitlopers of delen.
Fuchsia hybride – Bellenplant (Vaste plant)
Fuchsia hybride bloeit roze van mei tot oktober en blijft compact met een hoogte van ongeveer 25 cm. De plant houdt van een plek in de lichte zon tot halfschaduw, op licht vochtige grond. Ze is niet winterhard en moet in de winter beschermd of binnen gehaald worden. De sierlijke bloemen trekken bijen en vlinders aan. Door regelmatig de uitgebloeide bloemen te verwijderen, wordt nieuwe bloei gestimuleerd. Vermeerderen kan eenvoudig in het voorjaar via een top- of scheutstek. Let op: Fuchsia kan gevoelig zijn voor bladluis, witte vlieg en botrytis (grijsrot).
Fuchsia ‘Riccartonii’- Bellenplant (Vaste plant)
Bloeit rood-violet van juni–oktober en wordt ca. 80 cm hoog en ca. 75 cm tot 1 m breed. Standplaats halfschaduw in voedzame, humusrijke grond. Winterhard tot -15°C. Vermeerdering door zomerstekken. Aanplanten met ca. 3–5 stuks per vierkante meter. Mogelijke ziekten: Wortelrot, roest, bladvlekkenziekte, bladluizen, witte vlieg, slakkenvraat.
Fumaria officinalis – Duivenkervel (eenjarige plant)
Bloeit roze–paars in april–september en wordt 20–40 cm hoog. Standplaats: zon tot halfschaduw, in lichte, kalkrijke en goed doorlatende grond. Niet winterhard. Komt veel voor in tuinen en bermen. Vermeerderen door zaaien.
