Plantenencyclopedie A
Abelia × grandiflora ‘Pink Pong’ (Heester)
Bloeit paars in mei/oktober en wordt 1 meter hoog en 0,75 m breed. Is wintergroen, winterhard, in humusrijke grond. Wil een zonnige plek. Snoeien in het voorjaar van oude takken. Vermeerderen door in juli/augustus half verhoute stekken te nemen.
Abelia chinensis – Chinese abelia (Heester)
Bloeit roze in augustus/oktober en wordt 1,50 m hoog en 0,75 m breed. Per vierkante meter 1 stuks. Is half wintergroen en matig winterhard. Standplaats zonnig, in humusrijke grond. Snoei in het voorjaar als de vorst is geweken, de oudere stengels tot 30 cm af om groei te stimuleren. Kunnen tijdens een strenge winter invriezen, maar lopen vaak in het voorjaar weer uit. Vermeerderen door in juli/augustus half verhoute stekken te nemen.
Abelia ‘Edward Goucher’ (Heester)
Half wintergroen met gebogen takken. Bloeit van de zomer t/m de herfst met lilaroze trompetbloemen. Standplaats zonnig, goed doorlatende, vruchtbare grond. Beschut tegen gure wind. Oudere stengels tot op de grond afknippen om nieuwe groei te bevorderen.
Abelia × engleriana (Heester)
Bloeit crème/wit in juni/augustus en wordt 1,25 m hoog en 1 m breed. Matig winterhard en half wintergroen. Standplaats zonnig, in humusrijke grond. Snoei in het voorjaar als de vorst is geweken, de oudere stengels tot 30 cm af om groei te stimuleren. Kunnen tijdens een strenge winter invriezen, maar lopen vaak in het voorjaar weer uit. Vermeerderen door in juli/augustus half verhoute stekken te nemen.
Abelia × grandiflora
Groenblijvende struik die rozerood bloeit in juni/augustus. Is matig winterhard en wil beschutting tegen gure, schrale wind. Wil een standplaats in de zon, in goed doorlatende, vruchtbare grond. Wordt 3 m hoog en 4 m breed. Snoei in het voorjaar als de vorst is geweken, de oudere stengels tot 30 cm af om groei te stimuleren. Niet geschikt voor een kuip vanwege de uiteindelijke grootte. Vermeerderen door in juli/augustus half verhoute stekken te nemen.
Abelia × grandiflora ‘Compacta’ (Heester)
Bloeit roze in juni/september en wordt 1,50 m hoog en 1,60 m breed. Standplaats beschut, zonnig en in alle grondsoorten. Half wintergroen en goed winterhard. Draagt vruchten in september/november. Per vierkante meter 1 stuks. Snoei in het voorjaar als de vorst is geweken, de oudere stengels tot 30 cm af om groei te stimuleren. Kunnen tijdens een strenge winter invriezen, maar lopen vaak in het voorjaar weer uit. Vermeerderen door in juli/augustus half verhoute stekken te nemen.
Abelia ‘Raspberry Profusion’ – Abelia (Heester)
Bloeit roze in mei/juni en wordt 1,25 m hoog en 1 m breed. Is half wintergroen en goed winterhard. Standplaats zonnig, in humusrijke grond. Snoei in het voorjaar als de vorst is geweken, de oudere stengels tot 30 cm af om groei te stimuleren. Kunnen tijdens een strenge winter invriezen, maar lopen vaak in het voorjaar weer uit. Vermeerderen door in juli/augustus half verhoute stekken te nemen.
Abelia ‘Rose Creek’ – Abelia (Heester)
Bloeit wit en roze in mei/juni en wordt 1 m hoog en 75 cm breed. Matig winterhard en half wintergroen. Standplaats zonnig, in humusrijke grond. Snoei in het voorjaar als de vorst is geweken, de oudere stengels tot 30 cm af om groei te stimuleren. Kunnen tijdens een strenge winter invriezen, maar lopen vaak in het voorjaar weer uit. Vermeerderen door in juli/augustus half verhoute stekken te nemen.
Abeliophyllum distichum – Witte forsythia (Heester)
Bloeit februari/maart en wordt 1,50 m hoog en iets minder breed. Is winterhard en niet groenblijvend. Grondsoort humusrijk en een zonnige standplaats. Mag gesnoeid worden na de bloei om de vorm te behouden.
Abeliophyllum distichum ‘Roseum’ – Witte forsythia (Heester)
Bloeit roze in maart en wordt 1,25 m hoog en 75 cm breed. Per vierkante meter 3 stuks. Standplaats zon, in humusrijke grond. Matig windgevoelig, winterhard en niet groenblijvend.
Abies nordmanniana – Nordmannspar (Spar)
Wordt hoger dan 10 meter. Is groenblijvend en winterhard. Wil een plek in de zon/halfschaduw, in normale grond.
Abutilon megapotamicum – Belgische vlag (Kuipplant)
Kruipende, semi‑groenblijvende struik die 2 m hoog en breed wordt. Bloeit rood/geel in mei/september. Zet de struik in een kuip, op een zonnige lichte beschutte plek. Geef tijdens het groeiseizoen van mei tot september eenmaal per week mest via het gietwater. De grond dient goed doorlaatbaar en vruchtbaar te zijn.
Abutilon vitifolium – Abutilon (Kuipplant)
Bladverliezende heester die snel groeit. Wordt 5 m hoog en 2,5 m breed. Bloeit begin zomer met hangende, schotelvormige bloemen in paars/roze. Overleeft in koude klimaten moeizaam. Standplaats zon, in goed doorlatende, matig vruchtbare grond. Snoei de jonge planten voor een goede vorm. Oudere planten niet meer snoeien. Witte vlieg, spint en wolluis kunnen een probleem zijn. Vermeerderen van houtige stengelstekken of zaaien.
Abutilon vitifolium ‘Veronica Tennant’
Bladverliezende struik die in het begin van de zomer lichtroze bloeit. Wordt 5 m hoog en 2,5 m breed. Overleeft de winter in koude streken moeizaam. Standplaats zon, in goed doorlaatbare, matig vruchtbare grond. Snoei jonge planten voor de vorm na de bloei. Volgroeide planten niet snoeien.
Acaena microphylla- Stekelnootje (Vaste plant)
Bloeit rood van juni–augustus en wordt ca. 10 cm hoog en ca. 50–60 cm breed. Gedijt op een zonnige tot schaduwrijke plek in goed doorlatende, voedselrijke bodem. Wintergroen en winterhard. Aanplanten met ca. 9 stuks per vierkante meter. Vermeerdering door zaaien, stekken, afleggen of scheuren. Mogelijke ziekten: Wortelrot (bij te natte grond), slakkenvraat.
Acanthus mollis ‘Latifolius’ – Berenklauw (Vaste plant)
Bloeit wit met paars/roze schutbladeren in juli/augustus en wordt ongeveer 120 cm hoog. Per vierkante meter 3–5 stuks. Is winterhard en niet bladhoudend. Staat graag beschut in de zon in vochthoudende tot droge, niet te voedselrijke grond. Het onderste schutblad heeft een stekel. Vermeerderen kan door te zaaien/scheuren/wortelstekken. Mogelijke ziektes zijn meeldauw en wortelrot.
Acer palmatum ‘Dissectum’ – Japanse esdoorn (heester)
Een langzaam groeiende, bladverliezende heester van ca. 2 m hoog en 2–2,5 m breed. Heeft een spectaculaire herfstkleur van geel tot oranje en staat het liefst in zon tot halfschaduw op humeuze, goed doorlatende grond. Niet windbestendig. Bloeit in mei met rood‑paarse bloemen. Vermeerdering gebeurt vooral door enten; zaaien kan, maar met lage kiemkracht. Gevoelig voor meeldauw, verticillium, bladluizen en witte vlieg.
Acer palmatum ‘Shaina’ – Japanse esdoorn (Heester)
Wordt 1,20 tot 1,80 m hoog en 120 à 150 cm breed en staat graag in halfschaduw in humeuze, goed doorlatende grond. Heeft rood/bruin blad, groeit langzaam en kleurt in de herfst rood/oranje. Is bladverliezend en winterhard. De zaden zijn niet eetbaar; de plant vormt geen bessen. Mogelijke ziektes zijn verwelkingsziekte en bladvlekkenziekte. Snoei zo weinig mogelijk.
Acer palmatum ‘Beni Maiko’ – Japanse esdoorn (Heester)
Heeft in het voorjaar rozerood blad en in de zomer donkerrood tot groen blad. Wordt ongeveer 4 meter hoog en 200 à 250 cm breed. Verdraagt zon en halfschaduw en staat het liefst in zanderige, humusrijke grond die niet te droog is. Is winterhard en bladverliezend. De zaden zijn niet eetbaar; de plant vormt onopvallende bloemen en vruchten. Mogelijke ziektes zijn verwelkingsziekte en bladvlekkenziekte.
Acer palmatum ‘Butterfly’ – Japanse esdoorn (Heester)
Japanse esdoorn met witbonte bladeren en roze bladrand, die 1 à 1,5 m hoog en even breed wordt. Geeft in april/mei onopvallende bloemen en gevleugelde nootjes. Is traaggroeiend, bladverliezend en winterhard, en krijgt in de herfst een scharlakenrode bladrand. Staat graag in zon met lichte schaduw, beschut, in goed doorlatende, humeuze zandgrond. De zaden zijn niet eetbaar; de plant vormt geen bessen. Mogelijke ziektes zijn verwelkingsziekte en bladvlekkenziekte. Snoei zo weinig mogelijk, bij voorkeur laat in de winter of vroeg in de lente. Vermeerderen kan via zaad.
Acer shirasawanum ‘Aureum’ – Japanse esdoorn (heester)
Langzaam groeiende heester van ca. 3 m hoog en 2–2,5 m breed, met een compacte, bolvormige kroon. Staat het liefst beschut in zon of halfschaduw. Het blad loopt goudgeel uit, wordt groengeel in de zomer en oranjerood in de herfst. Bloeit in mei met geelgroene bloemen. Groeit goed in lemige, zand- of veengrond met goede drainage. Winterhard, maar gevoelig voor late nachtvorst tijdens het uitlopen. Vermeerdering via zaaien of enten op Acer japonicum of A. palmatum. Gevoelig voor meeldauw, verticillium, bladluizen en witte vlieg; bladranden kunnen verbranden bij droogte of felle zon.
Achillea – Duizendblad (Vaste plant)
Bloeit van juni – september in diverse kleuren (wit, geel, roze, rood) afhankelijk van de cultivar. Wordt ca. 60 cm hoog en 80 cm breed. Winterhard en bladverliezend. Prefereert een zonnige standplaats met goed doorlatende grond. Aanplanten in groepen voor een sterk effect. Vermeerdering door te delen, maar ook mogelijk via stekken of zaaien. Mogelijke ziekten: meeldauw, wortelrot, bladvlekkenziekte.
Actinidia kolomikta – Sierkiwi (Klimplant)
Behoort tot de kiwi’s. Wordt 3 – 4 m hoog en 1 – 2 m breed. Het blad verkleurt pas na enkele jaren driekleurig (groen, wit en roze). In het najaar kleuren de bladeren egaal. Standplaats: zon op een beschutte plek. Winterhard en bladverliezend. Vormt zoete, eetbare vruchten ook bij een alleenstaande plant (zelfbestuivend). Vermeerdering door zaaien in november – juni (zaden 4 – 8 weken stratificeren in de koelkast, daarna zaaien bij kamertemperatuur; bij uitblijven van kieming opnieuw koelen en warm zetten) of door stekken. Mogelijke ziekten: wortelrot, bladvlekkenziekte, meeldauw.
Albizia julibrissin ‘Rozea’ – Perzische slaapboom (boom)
Bloeit roze in juli–augustus. Wordt 8–15 meter hoog en 6–8 meter breed. Standplaats: zonnig, warm en beschut, op niet‑zure, goed doorlatende grond (verdraagt geen natte voeten). Is winterhard tot ca. –15 °C, niet groenblijvend. Jonge bomen beschermen bij strenge vorst. Snoeien is niet nodig; bij te grote groei kan in maart de top worden verwijderd. Plantdichtheid: solitaire boom (1 per standplaats). Vermeerderen: uit zaaien of enten. Mogelijke ziekten: bladvlekkenziekte, verwelkingsziekte, wortelrot en insectenvraat (o.a. bladluizen). De bladeren vouwen zich ’s avonds dicht, alsof de boom gaat slapen.
Achillea ptarmica ‘Major’– Sneeuwscherm (Vaste plant)
Bloeit wit met een geel hart van juni tot augustus en wordt ongeveer 50 cm hoog en 40–50 cm breed. Prefereert een zonnige standplaats in vruchtbare grond. Is winterhard maar niet wintergroen. Aanbevolen plantdichtheid is 7–9 per vierkante meter. Vermenigvuldigen kan door te scheuren in het voorjaar of najaar. Deze bloem trekt vlinders en bijen aan. Mogelijke ziektes: meeldauw, wortelrot, bladluizen.
Alstroemeria ‘Indian Summer’ – Incalelie (knolvormende vaste plant)
Bloeit van juni tot september in warme tinten oranje, rood en geel. Deze vaste plant bereikt een hoogte van ca. 70 cm en een breedte van ca. 50 cm. Alstroemeria ‘Indian Summer’ is redelijk winterhard, niet wintergroen en gedijt het best op een zonnige tot halfschaduwrijke plek. De grond moet goed doorlatend zijn en bij voorkeur licht zuur. Plant ongeveer 8 exemplaren per vierkante meter. Bescherm de incalelie in de winter en vermeerder deze door wortelstekken in maart of april. Mogelijke ziekten: Wortelrot, bladvlekkenziekte, meeldauw, botrytis (grauwe schimmel), slakkenvraat.
Aubrieta ‘Hamburger Stadtpark’ – Randjesbloem (vaste plant)
Lichtpaars bloeiende vaste plant die in april en mei bloeit en ± 15 cm hoog en 30–40 cm breed wordt. Groeit het best op een zonnige plek met goed doorlatende bodem. Niet wintergroen, maar wel geschikt als bodembedekker. Plantdichtheid: 9–16 stuks per m². Gevoelig voor grijze schimmel, bladluizen, slakken en witte vlieg. Vermeerderen door scheuren
Acaena buchananii – Stekelnootje (Vaste plant)
Bloeit wit in juni/augustus en wordt 5 cm hoog. Standplaats zonnig, in alle grondsoorten. Is groenblijvend en winterhard. Per vierkante meter 11 stuks. Vermeerderen door te delen of door het nemen van stekken.
Acaena caesiiglauca ‘Frikart’ – Stekelnootje (Vaste plant)
Bloeit wit in juni/juli en wordt 5 cm hoog en 30 cm breed. Groenblijvend en winterhard. Standplaats zonnig, in humusrijke grond. Per vierkante meter 9 stuks. Vermeerderen door te delen of door het nemen van stekken.
Acaena microphylla ‘Kupferteppich’ – Stekelnootje (Vaste plant)
Wordt 5–10 cm hoog en bloeit wit in april/mei. Is winterhard en wintergroen. Wil een plek in de zon tot schaduw, in goed doorlaatbare voedselrijke grond. Vermeerderen door ter plekke te zaaien in augustus/oktober, of door te stekken, afleggen en scheuren.
Acanthus balcanicus ‘White Lips’ – Berenklauw (Vaste plant)
Bloeit paars/wit in juni/oktober en wordt 70 cm hoog. Standplaats zon/halfschaduw/schaduw, in goed doorlaatbare voedselrijke grond. Per vierkante meter 5 stuks. Vermeerderen door ter plekke te zaaien in augustus/oktober, of door te stekken, afleggen en scheuren.
Acanthus mollis Latifolius Group – Berenklauw (Vaste plant)
Bloeit wit met paars/roze schutbladeren in juli/augustus en wordt 120 cm hoog. Per vierkante meter 3–5 stuks. Winterhard tot –10 graden, niet wintergroen. Standplaats beschut, zon, vochthoudende, droge, niet te voedselrijke grond. Schutbladen zijn niet stekelig (correctie). Vermeerderen door te zaaien in het voorjaar. Scheuren eind augustus of in het voorjaar of door wortelstekken in de winter.
Acanthus mollis ‘Rue Ledan’ – Berenklauw (Vaste plant)
Bloeit wit in juni/september en wordt 1,25 m hoog en 50–75 cm breed. Eerste jaar afdekken tijdens de winter, daarna niet meer nodig. Is goed winterhard, half wintergroen. Grondsoort humusrijk. Per vierkante meter 3 stuks. Vermeerderen door te zaaien in het voorjaar. Scheuren eind augustus of in het voorjaar of door wortelstekken in de winter.
Acanthus spinosus – Berenklauw (Vaste plant)
Bloeit wit/purper in juni/oktober en wordt 1,5 m hoog en 60 cm breed. Bladeren hebben stekels langs de randen. In vruchtbare, goed doorlaatbare grond. Per vierkante meter 5 stuks. Vermeerderen door te zaaien in het voorjaar. Scheuren eind augustus of in het voorjaar of door wortelstekken in de winter.
Acanthus ‘Summer Beauty’ – Berenklauw (Vaste plant)
Bloeit wit met purper in juni/oktober en wordt 1,80 m hoog. Standplaats zon/halfschaduw, in vochthoudende, droge, niet te voedselrijke grond. Per vierkante meter 5 stuks. Vermeerderen door te zaaien in het voorjaar. Scheuren eind augustus of in het voorjaar of door wortelstekken in de winter.
Acer × conspicuum ‘Red Flamingo’ – Slangenschors esdoorn (heester)
Winterharde, bladverliezende heester die 2–3 m hoog en breed wordt. Bloeit onopvallend geel in april–mei. Heeft opvallend bonte bladeren in roze‑, wit‑ en groentinten en staat graag in zon tot halfschaduw op humeuze, vochthoudende grond. Bestand tegen zeewind. De rode, naakte wintertakken zijn een belangrijk sierkenmerk. Gevoelig voor verwelkingsziekte en zwarte vlekkenziekte; kan last hebben van bladluizen, wollige bloedluis en snuitkevers. Vermeerderen door enten. De opvallende roze bladtekening is het sterkst in het voorjaar en kan in de zomer lichtgroen terug kleuren.
Acer davidii subsp. grosseri – Slangenschorsesdoorn
Bladverliezende boom die 10 m hoog wordt en breed. Geeft in de herfst gekleurde bladeren en in het voorjaar kleine hangende gele bloemetjes. Groene stam met bruine strepen, gevolgd door bruinroze gevleugelde vruchten. Standplaats zon/halfschaduw in vochtige, goed doorlaatbare, vruchtbare grond. Windbestendig en winterhard.
Acer griseum – Papieresdoorn
Traag groeiende, bladverliezende esdoorn. Wordt 10 meter hoog. Heeft afschilferende, oranjebruine schors. Geeft kleine gele bloemetjes in het voorjaar, in hangende trosjes. Daarna volgen de bruine gevleugelde vruchten. Geeft in de herfst prachtig gekleurde bladeren. Standplaats zon/halfschaduw, in vochtige, goed doorlatende, vruchtbare grond.
Acer japonicum ‘Aconitifolium’ – Japanse esdoorn
Bladverliezende, bossige boom of grote struik die 5 m hoog en 6 m breed wordt. Standplaats halfschaduw in vochtige, goed doorlatende, vruchtbare grond. Bladeren verkleuren in de herfst. Roodachtige, paarse bloemen in opgaande trossen midden voorjaar. Gevolgd door bruine gevleugelde vruchten.
Acer negundo ‘Flamingo’ – Vederesdoorn
Bladverliezende boom die 15 m hoog wordt en 10 m breed. Geeft bladeren met een roze rand, die in de zomer wit worden. Geeft kleine onopvallende roomwitte bloemen in april. Standplaats zon/halfschaduw in vochtige, goed doorlatende, vruchtbare grond.
Acer palmatum ‘Dissectum’ – Japanse esdoorn (heester)
Uitspraak: A‑S‑ER
Een langzaam groeiende, bladverliezende heester van ca. 2 m hoog en 2–2,5 m breed. Heeft een spectaculaire herfstkleur van geel tot oranje en staat het liefst in zon tot halfschaduw op humeuze, goed doorlatende grond. Niet windbestendig. Bloeit in mei met rood‑paarse bloemen. Vermeerdering gebeurt vooral door enten; zaaien kan, maar met lage kiemkracht. Gevoelig voor meeldauw, verticillium, bladluizen en witte vlieg.
Acer palmatum ‘Jerre Schwartz’ – Japanse Esdoorn (heester)
De Japanse Esdoorn ‘Jerre Schwartz’ is een langzaam groeiende, bladverliezende heester die ongeveer 2 meter hoog wordt. Het blad kleurt rood in het voorjaar, groen in de zomer en schitterend oranje tot rood in de herfst. Deze sierheester is winterhard en bloeit zeer onopvallend in het voorjaar; vruchtvorming is minimaal en niet decoratief. Hij staat graag beschut in zon of halfschaduw, bij voorkeur in losse, humeuze zandgrond. Snoei in september houdt de plant compact. Vermeerderen kan via enten op een onderstam van een gezaaide wilde esdoorn, of via zaai — al is de opkomst dan beperkt.
Acer pseudoplatanus ‘Brilliantissimum’ – Bonte bolesdoorn
Traag groeiende bladverliezende esdoorn. Geeft gekleurde bladeren in de herfst. In het voorjaar kleine geelgroene bloemetjes, hangend in trosjes, gevolgd door gevleugelde vruchten. Standplaats zon/halfschaduw. Is windbestendig en kan geplant worden in alle gronden.
Achillea ‘Moonshine’ – Duizendblad (Vaste plant)
Wordt 60 cm hoog en breed en is groenblijvend. Bloeit lichtgeel van begin zomer tot begin herfst. Zonder bescherming overleeft hij moeilijk. Standplaats zon, in goed doorlatende grond. Deel om de twee à drie jaar om de groeikracht op peil te houden.
Actaea rubra – Christoffelkruid (Vaste plant)
Bloeit in april en mei met pluimvormige witte bloemen. Na de bloei verschijnen opvallende rode bessen die giftig zijn. De plant wordt 60–80 cm hoog en 30–40 cm breed, is niet wintergroen en vormt een compacte pol. Geschikt voor schaduw tot halfschaduw op voedzame, vochthoudende tuingrond. Vermeerdering kan door zaaien of delen. Aanbevolen plantdichtheid is 7 stuks per vierkante meter. De plant is over het algemeen sterk, maar kan bij ongunstige omstandigheden gevoelig zijn voor wortelrot, meeldauw, bladvlekkenziekte en vraat door slakken.
Acer shirasawanum ‘Aureum’ – Japanse esdoorn (Heester)
Japanse esdoorn met geelgroen blad die 2,20 tot 2,50 m hoog en 150 à 200 cm breed wordt. Bloeit zeer onopvallend in mei en staat graag in zon tot halfschaduw in lemige grond, zandgrond of veengrond die niet te droog is. Is niet wintergroen, weinig windbestendig en groeit zeer traag. Mogelijke ziektes zijn verwelkingsziekte en bladvlekkenziekte. In principe zo weinig mogelijk snoeien. Krijgt in het najaar een roodoranje herfstkleur.
Aesculus parviflora – Herfstpaardenkastanje (struik)
Wordt 3 m hoog en 5 m breed en is bladverliezend. Verkleurt in de herfst naar geel. Witte bloemen in kaarsjes die in de zomer bloeien, gevolgd door vruchten. Standplaats zon/halfschaduw, in vochtige, goed doorlaatbare, vruchtbare grond. Breedte kan gesnoeid worden door na het bladafval de twijgen tot op de grond af te knippen.
Aethionema ‘Warley Rose’ – Steenkers (Kortlevend)
Wordt 15 cm hoog en 20 cm breed. Bloeit helder roze eind voorjaar en begin zomer. Het blad is smal en kleurt blauwgrijs. Standplaats zon, in goed doorlatende, vruchtbare, kalkrijke grond. Verdraagt schrale zure grond.
Agapanthus campanulatus subsp. patens – Afrikaanse lelie (Vaste plant)
Wordt 45 cm hoog en 30 cm breed en bloeit lichtblauw eind zomer en in de herfst. Standplaats zon, in goed doorlatende, vruchtbare grond.
Agapanthus ‘Charlotte’ – Afrikaanse lelie (vaste plant)
Bloeit met blauwe bloemen in juli en september. De plant staat graag in de zon op goed doorlatende grond en wordt ongeveer 55 centimeter hoog en 40 tot 50 centimeter breed. Voor een rijke bloei is bemesting belangrijk. Ze is niet volledig winterhard maar behoudt wel groen blad; overwinter daarom vorstvrij. Mogelijke ziekten zijn wortelrot, slakkenvraat en bladvlekkenziekte. Vermeerderen kan door de plant in september te delen. Op één vierkante meter vijf tot acht planten. Deze agapanthus groeit het beste in de grond met voldoende wortelruimte, in tegenstelling tot de hardnekkige mythe dat een te kleine pot meer bloei zou geven. Uitdunnen alleen bij overvolle pollen of verminderde bloei.
Agapanthus ‘Septemberhemel’ – Afrikaanse lelie (Vaste plant)
Bladverliezende vaste plant die blauw bloeit van juli tot en met september en 70 tot 90 cm hoog wordt. Zet de plant op een beschutte plek; in de volle grond kun je de plant in de winter het beste afdekken met een dikke laag stro of dennentakken. In een pot overwintert de plant beter op een koele, vorstvrije en lichte plek. Staat de plant te warm, dan is het mogelijk dat je geen bloemen krijgt. De Agapanthus wil een standplaats in de volle zon. Vanaf mei mest geven en doorgaan tot in augustus. Vermeerderen: de wortelkluit scheuren na de bloei. Mogelijke ziekten: Slakken, bladluizen, spintmijt, trips, schimmels.
Agapanthus ‘Whitney’ – Afrikaanse lelie (vaste plant)
Agapanthus ‘Whitney’ is een compacte Afrikaanse lelie met witte bloemen die bloeien in juli en september. De plant staat graag in de zon op vruchtbare, goed doorlatende grond en wordt ongeveer 55 centimeter hoog en 40 tot 50 centimeter breed. Voor een rijke bloei is bemesting belangrijk. Ze is niet volledig winterhard maar behoudt groen blad; overwinter daarom koel en vorstvrij. Mogelijke ziekten zijn wortelrot, slakkenvraat en bladvlekkenziekte. Vermeerderen kan door in september te delen. Per vierkante meter 5 a 8 stuks. Deze agapanthus geeft een betere groei in de volle grond. Uitdunnen alleen bij overvolle pollen of verminderde bloei.
Agave victoriae‑reginae – Agave (vaste plant)
Wordt 50 cm hoog en breed. Bloeit in de zomer roomwit aan opgaande stelen. Is vorstgevoelig. Standplaats: zon, in doorlatende, matig vruchtbare, licht zure grond.
Ageratina altissima ‘Braunlaub’ – Slangenwortel (Vaste plant)
De Ageratina altissima ‘Braunlaub’ (ook bekend als Koninginnekruid) is een vaste plant die niet wintergroen is. De plant wordt ongeveer 150 cm hoog en circa 60 tot 120 cm breed. Hij bloeit wit in juli, augustus en september. Je zet de plant op een zonnige plek in goed doorlatende, humusrijke grond. De plant is winterhard tot -20 graden Celsius. Je kunt de plant bemesten in maart. Plant 5 tot 7 stuks per vierkante meter. Vermeerderen doe je door de plant om de paar jaar te scheuren in maart. Mogelijke ziekten: Over het algemeen weinig ziekten, maar bij te natte grond kan wortelrot ontstaan.
Ajuga reptans ‘Burgundy Glow’ – Zenegroen (vaste plant)
Wordt 15 cm hoog en 1 m breed. Bloeit donkerblauw in mei–juni en is wintergroen. Standplaats: zon/halfschaduw/schaduw, in vochtige, vruchtbare grond.
Akebia quinata – Klimbes / Schijnaugurk / Chocoladewingerd (klimplant)
Snelgroeiende, bladverliezende klimplant die tot ± 6 m hoog en 2–3 m breed wordt. Bloeit in april–mei met vanille geurende bloemen: vrouwelijke donkerrood–paars, mannelijke lichtroze. Vormt na kruisbestuiving langwerpige paarse, zoete vruchten. De vrucht smaakt licht naar kokos en wordt in Japan als delicatesse gegeten. Groeit goed in zon tot halfschaduw in normale, niet te droge grond. Gevoelig voor bladschimmel en wortelrot. Rankt sterk, heeft steun nodig en bloeit op eenjarig hout. Snoei direct na de bloei tot een derde terug. Vermeerderen kan via afleggen of zomerstek van halfverhoute scheuten.
Thalictrum aquilegiifolium ‘Thundercloud’ – Akeleiruit (vaste plant)
Thalictrum aquilegiifolium ‘Thundercloud’ is een bossige vaste plant die van mei tot juli bloeit met wolkachtige pluisbloemen in een dieppaarse, lavendelachtige kleur. De plant bereikt een gemiddelde hoogte van 80 tot 100 centimeter en staat bij voorkeur in de halfschaduw op een beschutte plek. De bodem moet voedselrijk, humusrijk en goed vochthoudend zijn. De hoge bloemstengels kunnen bij harde windvlagen topzwaar worden en omvalen. Het afknippen van de uitgebloeide stengels na de zomer houdt de plant vitaal. Vermeerdering vindt plaats door het scheuren van de wortelstok in de vroege lente. Deze plant is uitstekend geschikt voor een natuurlijke, gelaagde border. De geadviseerde plantafstand bedraagt vijf tot zeven stuks per vierkante meter.
Alliaria petiolata – Look-zonder-look (tweejarig kruid)
Tweejarig kruid dat in het tweede jaar wit bloeit van april tot juni en 50–100 cm hoog wordt en 30–40 cm breed. Bladeren en bloemen zijn eetbaar en verspreiden een lichte knoflookgeur. De jonge bladeren werden vroeger gebruikt als milde knoflookvervanger in voorjaarsgerechten. Groeit graag in halfschaduw op vochtige, voedselrijke grond, vaak langs beken en in loofbossen. Gevoelig voor roestschimmel en wordt regelmatig bezocht door rupsen van het oranjetipje en het klein geaderd witje. Vermeerderen door zaaien tussen mei en juli.
Allium cernuum – Sierui (Bolgewas)
Allium cernuum bloeit van juni tot augustus met prachtige paarse bloemen en bereikt een hoogte van ongeveer 40 cm en een breedte van 25–30 cm. Deze winterharde plant gedijt het beste op een zonnige plek in goed doorlatende grond. Het is raadzaam de bladeren pas te snoeien wanneer ze geel worden, omdat de bol op dat moment voedingsstoffen opneemt. Allium cernuum wordt geplant in de herfst of winter, vermeerdert zich vanzelf of kan ter plekke worden gezaaid van juli tot september. De plant is een magneet voor bijen en vlinders. Mogelijke ziektes zijn roest, meeldauw, witrot en aantasting door de uienvlieg.
Allium ‘Purple Sensation’ – Sierui (bolgewas)
Allium ‘Purple Sensation’ is een sierui die bloeit met opvallende paarse bloemschermen in mei en juni. De plant wordt ongeveer 80 centimeter hoog en 30 tot 40 centimeter breed. Hij is winterhard en staat het liefst op een zonnige plek in goed doorlaatbare grond. De bladeren mogen pas worden gesnoeid wanneer ze geel zijn, omdat de bol hier zijn voeding uit haalt. De planttijd is in de herfst tot de winter en de bol vermeerdert zichzelf. Daarnaast kan ter plekke worden gezaaid in juli tot september. Mogelijke ziekten en plagen zijn schimmelziekten zoals meeldauw en roest, evenals aantasting door uienvlieg en trips, maar over het algemeen is Allium ‘Purple Sensation’ een sterke en betrouwbare sierplant.
Alnus‑soorten – Els (boom)
Snelgroeiende, vochtminnende boom. De mannelijke katjes verschijnen vóór de bladontwikkeling. De vruchtjes (elzenproppen) zijn zwarte, houtige kegeltjes.
Amaranthus caudatus – kattenstaartamarant (eenjarige)
Amaranthus caudatus bloeit met lange, rode hangende pluimen van juli tot september, wordt ongeveer 1 meter hoog en 40–50 cm breed en staat graag op een zonnige plek in een goed doorlatende, voedselrijke tot juist arme, zoute of kalkrijke grond. Deze eenjarige plant kan goed tegen droogte en heeft eetbaar blad dat naar spinazie smaakt en zowel gekookt als in roerbakgerechten gebruikt kan worden. Ook de zaden zijn eetbaar, kunnen worden gekookt en hebben een smaak die aan couscous doet denken. Vermeerderen gebeurt door in mei tot juni direct in de volle grond te zaaien. Mogelijke ziekten: bladvlekkenziekte, wortelrot.
Amelanchier lamarckii – Krentenboom (Heester)
De krentenboom bloeit wit in april en mei en bereikt een hoogte van 5 tot 8 meter en een breedte van 4 tot 6 meter. Na de bloei verschijnen eetbare vruchten die van rood naar donkerpaars tot zwart verkleuren. Ze smaken zoet en zijn geliefd bij vogels. Deze bladverliezende, winterharde heester groeit het best in de zon tot halfschaduw en geeft de voorkeur aan iets zure grond. Mulch wordt gewaardeerd. Snoeien is meestal niet nodig, maar kan in de winter of direct na de bloei. Vermeerdering is mogelijk door afleggen. Mogelijke ziektes: meeldauw, bladschimmel en bladvlekkenziekte.
Amelanchier × grandiflora ‘Ballerina’ – Krentenboompje (boom)
Wordt 6 m hoog en 8 m breed. Bladverliezend. Bloeit in het voorjaar wit. Het blad verkleurt in de herfst. De sappige rode vruchten rijpen in de zomer naar donkerpaars. Gekookt eetbaar; vogels zijn er dol op.
Anaphalis triplinervis ‘Sommerschnee’ – Witte knoop (vaste plant)
Wordt 80 cm hoog en 60 cm breed. Bloeit midden tot laat in de zomer met kleine gele bloemetjes en witte schutblaadjes. Heeft bleek grijsgroen, wollig blad. Standplaats: zon/halfschaduw, in redelijk tot goed doorlatende, matig vruchtbare grond die in de zomer niet uitdroogt.
Anchusa azurea ‘Loddon Royalist’ – Ossetong (kortlevende plant)
Wordt 90 cm hoog en 60 cm breed. Bloeit donkerblauw van juli tot september. Standplaats: zon, in vochtige, goed doorlatende, vruchtbare en diepe grond. Kortlevend, maar eenvoudig te vermeerderen via wortelstek.
Androsace carnea subsp. laggeri – Rotsjasmijn (vaste plant)
Groenblijvend. Wordt 5 cm hoog en 8–15 cm breed. Bloeit dieproze met gele ogen, eind voorjaar. Standplaats: zon, in zeer goed doorlatende grond.
Anemone – Herfstanemoon (vaste plant)
Anemone bloeit wit, roze en purper van augustus tot de vorst invalt. De plant is niet wintergroen maar wel winterhard; alleen jonge planten beschermen tegen vorst. Hoogte 50 tot 150 centimeter en breedte circa 40 tot 60 centimeter. Vormt ondergrondse uitlopers zonder te woekeren. De standplaats is licht tot halfschaduw, in losse, humusrijke grond die niet te droog is. Plant 8 stuks per vierkante meter. Vermeerderen: wortelstek en delen/scheuren in het voorjaar. Mogelijke ziekten: meeldauw, verwelking.
Anemone blanda ‘White Splendour’ – Oosterse anemoon (knol)
Wordt 15 cm hoog en breed. Bloeit wit in maart–april. Standplaats: zon/halfschaduw, in goed doorlatende, humusrijke grond.
Anemone × hybrida ‘Hadspen Abundance’ – Herfstanemoon (knol)
Wordt 60 cm hoog en 90 cm breed. Bloeit rozerood in september–oktober. Standplaats: zon/halfschaduw, in vochtige, vruchtbare, humusrijke grond.
Anemone × hybrida ‘Honorine Jobert’ – Herfstanemoon (knol)
Wordt 1,2 tot 1,5 m hoog en onbeperkt breed. Bloeit wit in augustus–oktober. Standplaats: zon/halfschaduw, in vochtige, goed doorlatende, matig vruchtbare, humusrijke grond.
Anemone nemorosa ‘Robinsoniana’ – Bosanemoon (knol)
Wordt 8–15 cm hoog en 30 cm of meer breed. Bloeit licht lavendelblauw in april–mei. Verwildert gemakkelijk. Standplaats: zon, in losse, vochtige, goed doorlatende, humusrijke grond.
Anemone ranunculoides – Bosanemoon (knol)
Wordt 5–10 cm hoog en 45 cm breed. Bloeit geel in april–mei. Standplaats: zon, in vochtige, goed doorlatende, humusrijke grond.Anemone ‘Spring Beauty White’ is een compacte vaste plant die van april tot juni bloeit met helderwitte bloemen. De plant bereikt een hoogte van 20 tot 30 centimeter en verlangt een standplaats in de halfschaduw tot zon. De bodem dient matig vochtig en goed doorlatend te zijn. De plant is matig gevoelig voor meeldauw bij langdurige droogte. Snoei na de bloei stimuleert de vorming van fris, nieuw blad. Vermeerderen vindt plaats via het delen van de pol in het najaar. Deze cultivar is uitstekend geschikt voor rotstuinen en borders. De geadviseerde plantafstand bedraagt zeven tot negen stuks per vierkante meter.
Angelonia – Zomer leeuwenbek (1-jarig)
Ook bekend onder de botanische naam Angelonia
Bloeit van april tot september met opvallende paarse, witte en lila bloemen. De plant bereikt een hoogte van ongeveer 50 cm en groeit het best op een zonnige standplaats in vochtige, humusrijke grond. Tijdens het groeiseizoen is maandelijkse bemesting aanbevolen. Is niet winterhard, moet in het voorjaar zorgvuldig worden afgehard. De plant wordt meestal als eenjarige gekweekt. De bladeren verspreiden een kenmerkende geur die doet denken aan appels. Door regelmatig uitgebloeide bloemen te verwijderen, wordt de bloei verlengd. Vermeerdering is mogelijk door stekken of zaaien. Mogelijke ziekten zijn meeldauw, wortelrot, bladluizen en trips.
Antennaria microphylla – Rozenkransje (vaste plant)
Groenblijvend. Wordt 5 cm hoog en 45 cm breed. Bloeit pluizig rozerood in juni–juli. Heeft witbehaard, lepelvormig blad. Standplaats: zon, in goed doorlatende, gemiddeld vruchtbare grond.
Anethum graveolens – Dille (1‑jarig)
Bloeit geel in juli/september en is 1‑jarig. De zaden zijn winterhard. Wordt ongeveer 1,20 m hoog en wil een standplaats in de zon. Houdt van een luchtige, goed doorlaatbare grond. Vermeerderen door dun ter plekke te zaaien in april/mei en daarna een dun laagje aarde erover te strooien. Dille is eetbaar; zowel blad als zaad worden gebruikt in de keuken. Mogelijke ziektes zijn meeldauw en bladschimmel. Per vierkante meter 20–25 planten.
Anthriscus sylvestris – Fluitenkruid (vaste plant)
Fluitenkruid is een vaste plant die bloeit met witte schermbloemen in mei en juni. De plant wordt 60 tot 150 centimeter hoog en ongeveer 40 tot 60 centimeter breed. Hij staat graag op een zonnige tot halfschaduwrijke plek in vochtige, voedselrijke grond. Vermeerderen kan eenvoudig door te zaaien in de nazomer of herfst. Mogelijke ziekten en plagen zijn meeldauw, wortelrot en bladluizen, maar over het algemeen is fluitenkruid een sterke soort die zich gemakkelijk uitzaait en vaak spontaan in bermen en tuinen verschijnt.
Arabis procurrens ‘Variegata’ – Scheefkelk (vaste plant)
Groenblijvend. Wordt 5–8 cm hoog en 40 cm breed. Bloeit wit in april–juni. Overleeft koude winters moeizaam. Standplaats: zon, in goed doorlatende grond.
Arbutus unedo – Aardbeienboom (kuipplant)
Wordt 8 m hoog en breed. Groenblijvend. Standplaats: beschut in de zon, in goed doorlatende, vruchtbare, humusrijke, zure grond; verdraagt lichte kalk. Bloeit in de herfst met witte hangende bloemen, tegelijk met de aardbeiachtige vruchten die zoet‑zuur smaken.
Arenaria montana – Zandkruid (vaste plant)
Groenblijvend. Wordt 2–5 cm hoog en 30 cm breed. Bloeit wit van maart tot juli. Standplaats: zon, in arme, vochtige, zeer goed doorlatende zandgrond.
Argyranthemum frutescens ‘Jamaica Primrose’ – Struikmargriet (vaste plant)
Groenblijvend. Wordt 1 m hoog en 1 m breed. Bloeit geel vanaf april tot diep in de herfst. Standplaats: zon, in goed doorlatende, vruchtbare grond. Scheuten toppen voor een bossige groei.
Argyranthemum ‘Vancouver’ – Struikmargriet (meerjarig)
Groenblijvend. Bloeit roze met een rood hart. Standplaats: zon, in goed doorlatende grond. Beschermen tegen strenge vorst.
Armeria juniperifolia – Engels gras (vaste plant)
Groenblijvend. Wordt 5–8 cm hoog en 15 cm breed. Bloeit roze in april–juli. Standplaats: zon, in goed doorlatende, arme tot matig vruchtbare grond.
Armeria juniperifolia ‘Bevan’s Variety’ – Engels gras (vaste plant)
Groenblijvend. Wordt 5 cm hoog en 15 cm breed. Bloeit rozerood in maart–mei. Standplaats: zon, in goed doorlatende, arme tot matig vruchtbare grond.
Armeria maritima – Engels gras (Vaste plant)
Engels gras is een wintergroene vaste plant die roze bloeit van april tot juni. De plant wordt ongeveer 20 cm hoog en 30 cm breed, en groeit het best op een zonnige tot halfschaduwrijke plek in lichte, zandige en droge grond. Om de paar jaar delen en herplanten voorkomt kale plekken en houdt de plant vitaal. Plant circa 9 stuks per vierkante meter voor een volle bodembedekking. Engels gras is over het algemeen sterk, maar kan bij te natte grond last krijgen van wortelrot en verwelking
Artemisia absinthium ‘Lambrook Silver’ – Alsem (vaste plant)
Groenblijvend. Wordt 75 cm hoog en 60 cm breed. Heeft aromatisch zilvergrijs blad. Bloeit grijsgeel in juli–september. Standplaats: zon, in goed doorlatende, vruchtbare grond.
Artemisia ludoviciana ‘Silver Queen’ – Bijvoet (vaste plant)
Semi‑groenblijvend. Wordt 75 cm hoog en 60 cm of meer breed. Heeft smal, donzig blad; jonge planten zijn zilverwit en kleuren later groener. Bloeit wit in juli–september. Standplaats: zon, in goed doorlatende grond.
Artemisia ‘Powis Castle’ – Edelruit (vaste plant)
Matig winterhard. Wordt 60 cm hoog en 90 cm breed. Standplaats: zon, in goed doorlatende, vruchtbare grond. In de herfst terugknippen voor compacte groei. Zeewindbestendig. Bloeit geel in juli–augustus.
Asclepias tuberosa – Zijdeplant (Vaste plant)
Bloeit oranje/geel in juli/augustus en wordt ongeveer 75 cm hoog en 40 à 50 cm breed. Staat graag in de volle zon in goed doorlaatbare grond en trekt veel vlinders aan. Is niet groenblijvend en matig winterhard. De bloemen en plantdelen zijn niet eetbaar; de plant is licht giftig. Mogelijke ziektes zijn wortelrot en bladvlekkenziekte. Vermeerderen kan door in maart te zaaien. Per vierkante meter 7 tot 9 stuks.
Asparagus densiflorus ‘Myersii’ – Sierasperge (vaste plant)
Groenblijvend maar niet winterhard. Wordt 60–90 cm hoog en 1 m breed. Standplaats: halfschaduw, in vochtige, goed doorlatende, vruchtbare grond. Bloeit in warme klimaten met kleine witte bloemetjes met een roze gloed.
Asplenium scolopendrium – Tongvaren (vaste plant)
Groenblijvend. Wordt 45–70 cm hoog en 60 cm breed. Standplaats: halfschaduw, in vochtige, goed doorlatende, humusrijke grond.
Aster alpinus – Voorjaarsaster (Vaste plant)
Aster alpinus is een compacte, bladverliezende vaste plant die bloeit van mei tot juli met paarse bloemen en een geel hart. Ze wordt circa 25 cm hoog en 45 cm breed, en groeit goed op zonnige tot halfschaduwrijke plekken in droge of vochtige, goed doorlatende grond. De plant is winterhard, niet groenblijvend en trekt vlinders, hommels en bijen aan. Na de bloei uitgebloeide bloemen verwijderen. Vermeerderen kan in het voorjaar door deling of stekken. De plant leeft gemiddeld drie tot vier jaar. Mogelijke ziektes: meeldauw, wortelrot, bladvlekkenziekte, bladluizen.
Aster novi‑belgii – Herfstaster (vaste plant)
Aster novi‑belgii wordt ongeveer 1 tot 1,20 meter hoog en circa 50 tot 70 centimeter breed. De plant bloeit violet in augustus–september, is winterhard en bladverliezend, en staat graag in zon tot halfschaduw op vochtige, goed doorlatende grond. Trekt veel vlinders en bijen aan. Om de drie jaar scheuren om te verjongen; verwijder daarbij het verhoute hart van de pol. Vermeerderen kan door te delen. Plant 12 stuks per vierkante meter. Mogelijke ziekten: meeldauw, stengelbasisrot. Openen hun bloemen sneller bij koel, helder herfstweer.
Astilbe- Pluimspirea (Vaste plant)
Bloeit van juni–augustus en wordt ca. 1 m hoog en ca. 50 cm breed. Er zijn diverse kleurvariaties beschikbaar. Gedijt in halfschaduw, in vochthoudende, humusrijke grond die niet uitdroogt. Om de 5 jaar scheuren om de bloeikracht te behouden. Bladverliezend en winterhard. Aanplanten met ca. 5–7 stuks per vierkante meter. Vermeerdering door scheuren in het voorjaar. Mogelijke ziekten: Echte meeldauw, kroonrot (bij te natte standplaats), bladluizen.
Astilbe ‘Younique’- Pluimspirea (Vaste plant)
Bloeiend van juni–augustus met prachtige roze bloemen. Wordt ca. 45 cm hoog en ca. 40–50 cm breed. Deze vaste plant wil een plek in de halfschaduw, is bladverliezend en winterhard. Snoeien kan na de bloei. Aanplanten met ca. 7 stuks per vierkante meter. Vermeerdering door scheuren. Mogelijke ziekten: Echte meeldauw, kroonrot, bladluizen.
Astrantia major ‘Abbey Road’- Zeeuws Knoopje (Vaste plant)
Bloeit met roze tot karmijnrode schermen van juni – september. Wordt 60 – 80 cm hoog en ca. 80 – 100 cm breed. Bladverliezend en winterhard. Gedijt het best in goed doorlatende, neutrale tot lichtzure grond op een zonnige locatie of lichte halfschaduw. Aanplanten met ca. 3 – 4 stuks per vierkante meter. Vermeerdering door zomerstekken (eenvoudig) of door scheuren. Mogelijke ziekten: meeldauw, bladvlekkenziekte, wortelrot bij slechte drainage.
Astrantia major ‘Star of Beauty’- Zeeuws Knoopje (Vaste plant)
Deze vaste plant toont prachtige wijnrode bloemen van juni–september en wordt ca. 60 cm hoog en ca. 30–50 cm breed. Om een tweede bloeicyclus te bevorderen, wordt aanbevolen om vervaagde stelen na de bloei te snoeien. Winterhard en bladverliezend. Gedijt goed in zonnige tot gedeeltelijk schaduwrijke gebieden met goed doorlatende, vruchtbare en vochtige grond. Aanplanten met ca. 5–7 stuks per vierkante meter. Vermeerdering door zaaien (verse zaden in de herfst) of scheuren. Mogelijke ziekten: Bladluizen, slakkenvraat, meeldauw.
Aquilegia ‘Spring Magic Rose & Ivoor’ – Akelei (vaste plant)
Compacte, winterharde vaste plant met roze‑witte bloemen die bloeit van april tot september. Wordt ongeveer 25–35 cm hoog en 30–40 cm breed en trekt veel bijen aan. Groeit goed op een plek in zon tot halfschaduw, liefst wat beschut tegen wind, in een vochtige, humusrijke en goed gedraineerde bodem. Door natuurlijke kruisbestuiving kunnen nakomelingen in uiteenlopende kleuren verschijnen. Vermeerderen door zaaien in de volle grond van april tot juni; het zaad is een lichtkiemer en hoeft niet bedekt te worden. De plant kan matig gevoelig zijn voor meeldauw en bladmineerders, vooral bij droge of slecht geventileerde omstandigheden.
Aubrieta – Blauwkussen (vaste plant)
Uitspraak: au-brie-ee-ta
Aubrieta is een laagblijvende, groenblijvende en winterharde bodembedekker die bloeit in diverse kleuren van april tot juni. De plant wordt ongeveer 15 cm hoog en 30 tot 40 cm breed. Hij verlangt een zonnige standplaats en groeit het best in goed doorlatende grond met kalk, humus en zand. Na de bloei terugsnoeien bevordert herbloei. Vermeerderen kan door stekken of scheuren. Plantdichtheid: 9 stuks per m². Ziektes: wortelrot, meeldauw, bladvlekkenziekte.
