Planten die bloeien in december: kleur in de wintertuin
Welke planten bloeien echt in december
Jasminum nudiflorum – Winterjasmijn (Heester)
De winterjasmijn is een populaire winterbloeier. Van december tot april verschijnen er heldergele bloemen op de kale takken. Standplaats: groeit zowel in de schaduw als in de zon, maar bloeit het rijkst in de volle zon. Bodem: lichte, kalkarme tot neutrale grond die goed water doorlaat. Tip: plant hem tegen een warme muur zodat bloemen minder snel bevriezen. Hoogte: met ondersteuning kan hij klimmen tot 3 meter; zonder steun blijft hij rond 1,5 meter. Snoei direct na de bloei. Let op: de winterjasmijn bloeit op het hout van het voorgaande jaar. Gevoelig voor bladluizen en spint, vooral bij droge lucht.

Helleborus niger ‘HGC Josef Lemper’ – Kerstroos, Nieskruid (Vaste plant)
Uitspraak = hel-lee-BOO-rus NIE-jer
Deze wintergroene vaste plant bloeit van december tot februari met witte bloemen die later groenig verkleuren. Standplaats: zonnig. Bodem: licht vochtige, goed doorlatende en matig voedselrijke grond (eventueel met wat turf). Hoogte: tot ca. 30 cm. Ziekten en plagen: gevoelig voor wortelrot bij natte grond, daarnaast vatbaar voor schimmels en spintmijten.

Erica darleyensis ‘White Perfection’ – Voorjaarsheide (Bodembedekker)
Uitspraak = ee-ri-ka dar-lee-EN-sis
De kerstroos is misschien wel de bekendste winterbloeiende plant. Vanaf december tot in april bloeit hij met prachtige witte bloemen. Eigenschap: wintergroene vaste plant, blad kan bij strenge vorst wel terugvallen. Standplaats: zonnige plek, goed doorlatende en humusrijke grond. Verzorging: geef wat extra voeding in het voorjaar. Ziekten en plagen: gevoelig voor het helleborus-bladschimmel (zwarte vlekken op blad), wortelrot bij natte grond, bladluizen en soms slakken.

Berberis japonica – Mahoniestruik (Heester)
Uitspraak = BER-be-ris ja-PO-nie-ka
De Mahonia japonicais een groenblijvende struik die in december en januari geurige gele bloemen draagt. Hoogte: ca. 1,25 meter. Standplaats: zon tot halfschaduw, humusrijke grond. Blad: stekelig en glanzend, vergelijkbaar met hulst. Snoei: meestal niet nodig omdat hij langzaam groeit. Als je snoeit, knip dan takken helemaal terug tot de grond. Vermeerdering: door afleggen. Plantafstand: 2–5 stuks per m². Ziekten en plagen: kan last hebben van roest (roodbruine vlekken op blad), meeldauw (wit poederachtig laagje), en soms bladluizen.

