Sterke zomerbloeiers: planten die natuurlijk stralen in warme maanden

Voorbeelden van sterke zomerbloeiers

Zomerbloeiers brengen kleur en energie in de tuin en zorgen voor een lange, levendige bloeiperiode.

Spiraea japonica ‘Anthony Waterer’ – Spierstruik (Heester)
Uitspraak: spie-RÉ‑a ja-PON‑i‑ka

Bloeit met roze tot karmijnrode schermen van juni – september. Wordt 60 – 80 cm hoog en ca. 80 – 100 cm breed. Bladverliezend en winterhard. Gedijt het best in goed doorlatende, neutrale tot lichtzure grond op een zonnige locatie of lichte halfschaduw. Aanplanten met ca. 3 – 4 stuks per vierkante meter. Vermeerdering door zomerstekken (eenvoudig) of door scheuren. Mogelijke ziekten: meeldauw, bladvlekkenziekte, wortelrot.

Roze bloeiende spierstruik

Lavandula stoechas ‘Belle Provence Avignon’ – Kuiflavendel/Vlinderlavendel (Halfheester)
Uitspraak: la-van-DÚ-lah STOE‑kas

Prachtige paarse bloesems tijdens de zomermaanden juni–september, groeit tot ongeveer 60–90 cm hoog en 40–50 cm breed. Gedijt het best in de zon, op goed doorlatende kalkrijke grond. Deze bloemen trekken bijen en vlinders aan. Knip in het voorjaar de toppen van jonge planten 1–2 keer bij. Verwijder in september de oude bloemen om een fris bossige lavendel te behouden naarmate hij ouder wordt. Winterharde, groenblijvende halfheester die vermeerderd kan worden door stekken te nemen in augustus. Mogelijke ziekten: wortelrot, bladvlekkenziekte, schimmelziekte, verwelking.

Paars bloeiende kuiflavendel

Potentilla ‘Gibson’s Scarlet’- Ganzerik (Vaste plant)

Bloeit bloedrood van juni–juli en bereikt een hoogte van ongeveer 40–50 cm en een breedte van 60 cm. Het gedijt het beste in de zon, in voedselrijke grond. Bladverliezend en winterhard. Aanplanten met ca. 7–9 stuks per vierkante meter. Vermeerdering door scheuren. Mogelijke ziekten: wortelrot, meeldauw, bladvlekkenziekte, roest.

Campanula ‘Get Mee’- Klokjesbloem (Vaste plant)
Uitspraak: kam-PÁÁ-noe-la

Bloeit wit of paars van juni–juli, met een nabloei in september en wordt ca. 15 cm hoog en ca. 20–30 cm breed. Haal steeds de uitgebloeide bloemetjes weg voor herbloei. Gedijt in de zon of halfschaduw, in humeuze grond. Vermeerdering door ondergrondse uitlopers. Mogelijke ziekten: Bladluizen, slakkenvraat, kroonrot, roest, meeldauw.

Wit bloeiende klokjesbloem

Chamaerops humilis- Europese Dwergpalm
Uitspraak: KÁÁ‑mee‑rops HÚ‑mi-lis

Bloeit in de vroege zomer. Mannelijke bloemen ruiken naar parfum en zijn langer dan vrouwelijke. De plant is tweehuizig; voor vruchtzetting zijn zowel mannelijke als vrouwelijke exemplaren nodig. De dadelachtige vruchten zijn niet eetbaar. Bestuiving gebeurt door de wind. Wordt ca. 2–4 meter hoog en 1–2 meter breed, hoewel dit in potten vaak kleiner is. Winterhard tot -16°C, maar bescherming wordt geadviseerd vanaf -10°C. Groeit het best in de volle zon op droge, goed doorlatende grond. Vermeerdering door zaaien of door zijscheuten te stekken. Mogelijke ziekten: Stengelrot (Phytophthora), bladvlekkenziekte (o.a. Fusarium), schildluis.

Filipendula rubra ‘Venusta’- Moerasspirea (Vaste plant)
Uitspraak: fie-li-PÉN-du-la

Bloeit lichtroze van juni–augustus en wordt ca. 150–200 cm hoog en ca. 90 cm breed. Bladverliezend en winterhard. Gedijt op een zonnige tot halfschaduwrijke plek in vochtige, koele, humusrijke grond. Aanplanten met ca. 3–5 stuks per vierkante meter. Vermeerdering door scheuren in het voorjaar. Mogelijke ziekten: Echte meeldauw, roest, wortelrot.

Telekia speciosa- Koeienoog (Vaste plant)
Uitspraak: te-LÉ-kia spe-sí-o-sa

Bloeit geel van juni–augustus en wordt ca. 1,5 m hoog en ca. 60–90 cm breed. Trekt insecten aan. Bladverliezend en winterhard. Het beste groeit het in de zon of halfschaduw op vochtige, matig voedselrijke grond. Snoei in het voorjaar terug tot 10–15 cm voor gezonde groei en bloei. Vermeerdering door ter plekke te zaaien in mei–juni en september–oktober. Aanplanten met ca. 3–5 stuks per vierkante meter. Mogelijke ziekten: Slakkenvraat (jong blad), wortelrot (bij te natte grond), meeldauw.

Verbascum nigrum- Zwarte toorts (Heemplant)
Uitspraak: ver-BÁS-koem NÍ-groem

Deze plant bloeit geel met een bloedrood hart van juni–september. Het bereikt een hoogte van ca. 60-150 cm en een breedte van ca. 50–60 cm. Verbascum nigrum is een vaste plant, bladverliezend en gedijt het beste op een droge, zonnige, matig voedselrijke locatie. Vermeerdering door zaaien of scheuren, bij voorkeur in september–oktober. Mogelijke ziekten: Meeldauw, roest, bladvlekkenziekte, slakkenvraat (jong blad).

Geel bloeiende zwarte toorts

Oplossingen bij ziekte en plagen

Wortelrot: ontstaat bij te natte of slecht doorlatende grond. Oplossing: verbeter drainage, vermijd wateroverlast en gebruik goed doorlatende grond.

Bladvlekkenziekte: veroorzaakt bruine of zwarte vlekken op bladeren, vooral bij hoge luchtvochtigheid. Oplossing: verwijder aangetaste bladeren, zorg voor luchtcirculatie en geef geen water op het blad.

Meeldauw: witte, poederachtige schimmel op bladeren. Oplossing: geef regelmatig water tijdens droge periodes en verwijder aangetaste delen.

Bladluizen: kleine insecten die aan jonge scheuten zuigen. Oplossing: spoel ze weg met water of gebruik een milde zeepoplossing.

Scroll naar boven