Kuipplanten: sterke soorten voor terras en tuin
Kuipplanten die goed groeien in ons klimaat
Veel kuipplanten brengen een vleugje mediterrane warmte naar het terras en zorgen van voorjaar tot najaar voor kleur, geur en een rustige, natuurlijke sfeer.
Citrus maxima – Pompelmoes (Kuipplant)
Uitspraak: SIE-trus MAK-sie-ma
Citrus maxima wordt in ons klimaat als kuipplant gehouden en draagt grote, gele vruchten met een zoete smaak en lichte bitterheid. De plant wordt 2–4 meter hoog en 1,5–3 meter breed, afhankelijk van snoei en potgrootte. Hij staat graag warm en zonnig en overwintert koel, bij voorkeur tussen 5 en 10 °C. De plant is groenblijvend, bloeit in het voorjaar en de vruchten rijpen in het najaar. Bemesten van eind februari tot en met augustus; vanaf eind september minder water geven en koel laten rusten. Mogelijke ziekten en plagen: citruskanker, anthracnose, schurft, Phytophthora, melanose, wortelrot, tristeza, schildluis, spint, kastrips, witte vlieg, wolluis, bladluizen, slakken en citrusnematoden.

Bougainvillea – Bougainville (Kuipplant)
Uitspraak = bo-gen-VIL-lee-a
Bougainvillea is een rijkbloeiende klimplant die in Nederland als kuipplant wordt gehouden. De plant vormt lange, rankende takken met felgekleurde schutbladeren in wit, roze, paars, rood of oranje; de echte bloempjes zijn klein en wit. Bloei van juni tot oktober. In warme zomers kan hij zelfs non‑stop bloeien. Bougainvillea wordt in pot meestal 150–300 cm hoog en 80–120 cm breed, afhankelijk van snoei en geleiding. Hij groeit het best in volle zon, warmte en een goed doorlatende, voedzame maar droge bodem. Je plaatst er 1 per vierkante meter, omdat het een krachtige groeier is. Mogelijke ziekten zijn spint, bladluizen, schildluis en wortelrot. Vermeerderen kan door halfhoutige stekken in de zomer.

Fuchsia hybride – Bellenplant (Kuipplant)
Uitspraak: Fuk-sia
Fuchsia hybride bloeit roze van mei tot oktober en blijft compact met een hoogte van ongeveer 25 cm. De plant houdt van een plek in de lichte zon tot halfschaduw, op licht vochtige grond. Ze is niet winterhard en moet in de winter beschermd of binnen gehaald worden. De sierlijke bloemen trekken bijen en vlinders aan. Door regelmatig de uitgebloeide bloemen te verwijderen, wordt nieuwe bloei gestimuleerd. Vermeerderen kan eenvoudig in het voorjaar via een top- of scheutstek. Let op: Fuchsia kan gevoelig zijn voor bladluis, witte vlieg en botrytis (grijsrot).

Agapanthus ‘Charlotte’ – Afrikaanse lelie (Kuipplant)
Bloeit met blauwe bloemen in juli en september. De plant staat graag in de zon op goed doorlatende grond en wordt ongeveer 55 centimeter hoog en 40 tot 50 centimeter breed. Voor een rijke bloei is bemesting belangrijk. Ze is niet volledig winterhard maar behoudt wel groen blad; overwinter daarom vorstvrij. Mogelijke ziekten zijn wortelrot, slakkenvraat en bladvlekkenziekte. Vermeerderen kan door de plant in september te delen. Op één vierkante meter vijf tot acht planten. Deze agapanthus groeit het beste in de grond met voldoende wortelruimte, in tegenstelling tot de hardnekkige mythe dat een te kleine pot meer bloei zou geven. Uitdunnen alleen bij overvolle pollen of verminderde bloei.

Agapanthus ‘Whitney’ – Afrikaanse lelie (Kuipplant)
Agapanthus ‘Whitney’ is een compacte Afrikaanse lelie met witte bloemen die bloeien in juli en september. De plant staat graag in de zon op vruchtbare, goed doorlatende grond en wordt ongeveer 55 centimeter hoog en 40 tot 50 centimeter breed. Voor een rijke bloei is bemesting belangrijk. Ze is niet volledig winterhard maar behoudt groen blad; overwinter daarom koel en vorstvrij. Mogelijke ziekten zijn wortelrot, slakkenvraat en bladvlekkenziekte. Vermeerderen kan door in september te delen. Per vierkante meter 5 a 8 stuks. Deze agapanthus geeft een betere groei in de volle grond. Uitdunnen alleen bij overvolle pollen of verminderde bloei.

Agapanthus ‘Septemberhemel’ – Afrikaanse lelie (Kuipplant)
Uitspraak: A-ga-PAN-thus
Bladverliezende vaste plant die blauw bloeit van juli tot en met september en 70 tot 90 cm hoog wordt. Zet de plant op een beschutte plek; in de volle grond kun je de plant in de winter het beste afdekken met een dikke laag stro of dennentakken. In een pot overwintert de plant beter op een koele, vorstvrije en lichte plek. Staat de plant te warm, dan is het mogelijk dat je geen bloemen krijgt. De Agapanthus wil een standplaats in de volle zon. Vanaf mei mest geven en doorgaan tot in augustus. Vermeerderen: de wortelkluit scheuren na de bloei. Mogelijke ziekten: Slakken, bladluizen, spintmijt, trips, schimmels.

Callistemon citrinus – Lampenpoetser (Kuipplant)
Uitspraak: kal-lis-TEE-mon sie-TRIE-nus
Groenblijvende kuipplant, niet winterhard (min. +5 °C). Bloeit rood in mei–augustus met borstelvormige bloemen. Na de bloei verschijnen grijze vruchtjes. Blad ruikt naar citroen bij kneuzing. Standplaats: zon, zure en vochtige, goed doorlatende grond. Geen kraanwater geven. Snoei na bloei tot 1/3 van de tak, tot aan de eerstvolgende knop. Vermeerderen door stekken (zomer) of zaaien (lente). Kan tot 4 m hoog worden. Ziekte: gevoelig voor zwarte schimmel.

Veel kuipplanten hebben een langere groeiperiode nodig en profiteren van een plek waar ze voldoende licht krijgen zonder dat de pot te snel uitdroogt. Door regelmatig water te geven en af en toe voeding toe te voegen, blijven kuipplanten sterk en gezond. Let daarbij op dat overtollig water goed kan weglopen, zodat de wortels niet te nat blijven. Met de juiste verzorging groeien kuipplanten jarenlang mee en geven ze elk seizoen opnieuw kleur aan je terras of tuin.
