Overzicht van coniferensoorten

Coniferen brengen structuur, kleur en rust in de tuin, het hele jaar door. Van compacte bodembedekkers tot slanke zuilen: er is voor elke tuin een passende soort. Op deze pagina vind je sterke, onderhoudsarme coniferen die goed groeien in het Nederlandse klimaat.

Juniperus squamata ‘Blue Carpet’ – Kruipjeneverbes (Conifeer)
Uitspraak: juu-NIE-pe-rus skwa-MAA-ta blue KAR-pet

Produceert geen bloemen en geen bessen. Vormt een dichte, bodembedekkende mat van 50 cm hoog en 150 cm breed. Extreem vorstbestendig en groenblijvend. Het loof kleurt van metaalblauw naar herfstviolet. Standplaats: zon. Bodem: arm, droog en zeer goed waterdoorlatend. Bestand tegen droogte, zeewind en fijnstof. Verzorging: snoei overbodig; vormcorrectie in april enkel in jonge toppen. Vermeerdering: halfverhoute stekken in het najaar. Kan last hebben van spintmijt of wortelschimmel bij natte voeten.

Kruipjeneverbes met blauwgroene bodembedekkende groei

Thuja plicata ‘Whipcord’ – Reuzenlevensboom (Conifeer)
Uitspraak: THUU-jaa plie-KAA-taa

Produceert onopvallende bloemkegels en zelden vruchten. Vormt een compacte, fonteinvormige struik met draadachtige, afhangende twijgen van 100 cm hoog en 100 cm breed. Extreem winterhard en groenblijvend. Het loof kleurt van glanzend groen naar winters brons. Standplaats: zon of halfschaduw. Bodem: humusrijk, lichtvochtig en goed waterdoorlatend. Bestand tegen zeewind, strenge vorst en stedelijke luchtvervuiling. Verzorging: snoei overbodig; vormcorrectie in augustus enkel in de jonge, zachte scheuten. Vermeerdering: halfverhoute stekken in het najaar. Kan last hebben van taksterfte of wortelrot bij te natte voeten.

Thuja whipcord met afhangende draadachtige twijgen

Pinus sylvestris ‘Chantry Blue’ – Grove den (Dwergconifeer)
Uitspraak: PIE-nus sil-VES-tris

De Pinus sylvestris ‘Chantry Blue’ bloeit in mei en juni met onopvallende bloemen die overgaan in kleine kegels. Deze dwergden blijft zeer compact, groeit traag en bereikt een hoogte van 50 tot 60 cm en een breedte van 40 tot 50 cm. De plant is extreem winterhard, langlevend en groenblijvend, waardoor hij zijn opvallende, intens blauwgrijze naalden het hele jaar behoudt. Hij staat het liefst op een zonnige tot licht schaduwrijke plek in droge tot normale, goed doorlatende, kalkarme grond. Voor een mooi resultaat in een groep plant je 3 tot 5 stuks per vierkante meter, al wordt hij vaker als solitair toegepast. Deze onderhoudsvriendelijke conifeer trekt weinig ongedierte aan en verdraagt zeewind. Mogelijke plaag: Dennenlotrups.

Grove den met blauwgrijze naalden en kegels

Juniperus communis ‘Green Mantle’ – Jeneverbes (Dwergconifeer)
Uitspraak: juu-NIE-pe-rus kom-MUU-nis

De Juniperus communis ‘Green Mantle’ bloeit in mei en juni met onopvallende bloemen en krijgt later blauwzwarte bessen. Deze kruipende dwergconifeer groeit zeer traag en compact. Hij wordt slechts 10 tot 15 cm hoog en 40 tot 50 cm breed. De plant is winterhard, langlevend en groenblijvend met zachte, frisse lichtgroene naalden. Hij staat graag in de zon of lichte schaduw in droge, goed doorlatende grond. Plant 5 tot 7 stuks per vierkante meter voor een mooi dicht tapijt. Mogelijke ziekte: Jeneverbesroest.

Kruipende jeneverbes met lichtgroene naalden

Picea pungens ‘Glauca Globosa’ – Blauwspar (Dwergconifeer)
Uitspraak: PIE-see-aa PUN-ghens

De Picea pungens ‘Glauca Globosa’ vormt in de vroege zomer onopvallende bloemen. Deze compacte dwergconifeer heeft een zeer trage groeisnelheid en ontwikkelt een karakteristieke, dicht vertakte bolvorm. Op volwassen leeftijd bereikt deze plant een hoogte van 100 cm en een breedte tot 150 cm. Hij is uiterst winterhard, behoudt jaarrond zijn naalden en valt op door zijn intens zilverblauwe kleur. Een standplaats in de volle zon met een goed drainerende, matig droge bodem is ideaal. Dit type leent zich uitstekend als blikvanger of solitair in een border. Mogelijke plaag: Sparrenwolluis.

Groenblijvende blauwspar een dwergconifeer

Ziektes en plagen oplossingen

Sparrenwolluis: Larven van lieveheersbeestjes of gaasvliegen inzetten, of wegspuiten met een krachtige waterstraal.

Jeneverbesroest: Aangetaste takken ruim wegsnoeien.

Dennenlotrups: Insectenparasitaire aaltjes (nematoden) gebruiken of biologisch spuiten met Bacillus thuringiensis.

Taksterfte: Dode takken diep wegsnoeien tot in het gezonde hout en snoeigereedschap direct ontsmetten.

Wortelrot: De drainage verbeteren door zand of grind te mengen en de watergift direct sterk verminderen.

Spintmijt: Natuurlijke roofmijten uitzetten en de conifeer regelmatig besproeien met water tegen de droogte.

Wortelschimmel: Goedaardige Mycorrhiza-schimmels of Trichoderma-bacteriën aan de bodem toevoegen om de wortels te beschermen.

Scroll naar boven