Bloeit in mei: planten en struiken in het late voorjaar

Planten die in mei op hun mooist zijn

Ceanothus thyrsiflorus – Amerikaanse sering (vaste plant/struik)
Uitspraak: see-aa-NO-tus tir-sie-FLOO-rus

Ceanothus thyrsiflorus is een groenblijvende Amerikaanse sering die opvalt door zijn dichte groei en helderblauwe bloempluimen. De struik wordt 2–3 meter hoog en 1,5–2 meter breed, met glanzend donkergroen blad dat het hele jaar structuur geeft. Hij bloeit in mei en juni, vaak rijk en opvallend, waarbij de blauwe bloemtrossen veel bijen en andere bestuivers aantrekken. De plant staat graag in de volle zon en houdt van een warme, beschutte plek tegen bijvoorbeeld een muur. De bodem moet goed doorlatend zijn; natte winters verdraagt hij slecht. In zachte winters blijft hij mooi groen, maar in strenge vorst kan hij deels invriezen en daarna weer uitlopen. Vermeerderen: halfhoutige stekken in de zomer. Mogelijke ziekten: meeldauw, wortelrot, bladschimmel, bladluizen.

Helderblauw bloeiende amerikaanse sering

Deutzia gracilis – Bruidsbloem (vaste plant/struik)
Uitspraak: DÖIT-sie-a graa-SIE-lis

Deutzia gracilis is een compacte, rijkbloeiende struik die in het late voorjaar een wolk van witte, stervormige bloemen draagt. De struik wordt 60–100 cm hoog en 60–90 cm breed, met fijn, frisgroen blad en een elegante, opgaande groeiwijze. Hij bloeit in mei en juni, waarbij de takken bijna volledig bedekt raken met bloemen die veel licht en beweging in de border brengen. De plant staat graag in de volle zon tot lichte halfschaduw en doet het goed in elke goed doorlatende, humusrijke tuinbodem. Deutzia gracilis is volledig winterhard en vraagt weinig onderhoud; een lichte snoei direct na de bloei houdt de struik compact en vitaal. Vermeerderen: halfhoutige stekken in de zomer. Mogelijke ziekten: bladschimmel, meeldauw, bladluizen, taksterfte.

Wit bloeiende bruidsbloem

Dianthus ‘Pink Kisses’ – Anjer (vaste plant)
Uitspraak: die-AN-tus pink kis-ses

Dianthus ‘Pink Kisses’ is een compacte, rijkbloeiende anjer met opvallende tweekleurige bloemen in roze en wit. De plant wordt 20–30 cm hoog en 20–30 cm breed, met grijsgroen, smal blad dat een frisse, mediterrane uitstraling geeft. Hij bloeit langdurig van mei tot september, vaak in golven, waarbij de zoet geurende bloemen veel kleur en vrolijkheid in potten, bakken en zonnige borders brengen. De plant staat graag in de volle zon en houdt van een goed doorlatende, kalkrijke bodem. Te natte grond verdraagt hij slecht, vooral in de winter. Regelmatig terugknippen van uitgebloeide bloemen stimuleert een lange en rijke bloei. Vermeerderen: stekken in het voorjaar of de zomer. Mogelijke ziekten: wortelrot, roest, meeldauw, bladluizen.

Roze bloeiende anjer

Heliotropium ‘Isla Bonita’ – Heliotroop (vaste plant/kuipplant)
Uitspraak: hee-lee-oo-TROO-pie-um iest-la bo-NIE-ta

Heliotropium ‘Isla Bonita’ is een compacte, rijkbloeiende heliotroop met intens paars‑violette bloemen die een zoete, vanilleachtige geur verspreiden. De plant wordt 30–40 cm hoog en 25–35 cm breed, met donkergroen, rimpelig blad dat mooi contrasteert met de bloemschermen. Hij bloeit van mei tot oktober, vooral rijk in warme, zonnige perioden, en trekt veel bijen en vlinders aan. De plant staat graag in de volle zon tot lichte halfschaduw en houdt van een luchtige, goed doorlatende, humusrijke potgrond. Heliotroop is niet winterhard en wordt meestal als kuipplant gehouden; hij kan binnen overwinteren op een lichte, koele plek. Regelmatig toppen en het verwijderen van uitgebloeide schermen houdt de plant compact en langdurig bloeiend. Vermeerderen: stekken in het voorjaar of de zomer. Mogelijke ziekten: meeldauw, wortelrot, bladluizen, witte vlieg.

Paars bloeiende heliotroop

Lonicera tatarica – Tataarse struikkamperfoelie (struik)
Uitspraak: loo-NIE-see-ra taa-TAA-rie-ka

Lonicera tatarica is een sterke, bladverliezende struik die bekendstaat om zijn vroege bloei en opvallende roze tot lichtrode bloemen. De struik wordt 2–3 meter hoog en 2–3 meter breed, met een losse, opgaande groeiwijze en frisgroen blad dat in het voorjaar snel uitloopt. Hij bloeit in mei en juni, vaak rijk en geurend, waarbij de bloemen veel bijen en andere bestuivers aantrekken. Na de bloei verschijnen rode bessen die in de zomer opvallen tussen het blad. De plant staat graag in de volle zon tot lichte halfschaduw en verdraagt zowel droge als kalkrijke grond goed. Lonicera tatarica is volledig winterhard en vraagt weinig onderhoud; een lichte vormsnoei na de bloei houdt de struik luchtig en vitaal. Vermeerderen: halfhoutige stekken in de zomer of zaaien. Mogelijke ziekten: meeldauw, bladluizen, bladvlekkenziekte, verwelkingsziekte.

Salvia ‘Wendy’s Wish’ – Salie (vaste plant/kuipplant)

Salvia ‘Wendy’s Wish’ is een opvallende, langbloeiende salie met diepe karmijnroze bloemen die in dichte aren boven het blad uitsteken. De plant wordt 70–90 cm hoog en 40–60 cm breed, met frisgroen, aromatisch blad en een bossige, opgaande groeiwijze. Hij bloeit van mei tot ver in oktober, vaak tot de eerste nachtvorst, en trekt veel bijen, hommels en vlinders aan. De plant staat graag in de volle zon tot lichte halfschaduw en houdt van een warme, beschutte plek met goed doorlatende, humusrijke grond. In Nederland is hij niet volledig winterhard; vaak wordt hij als kuipplant gehouden of in de winter binnen vorstvrij overwinterd. Regelmatig toppen en het verwijderen van uitgebloeide aren stimuleert een compacte groei en een lange bloei. Vermeerderen: stekken in het voorjaar of de zomer. Mogelijke ziekten: meeldauw, wortelrot, bladluizen, witte vlieg.

Sedum ‘Cape Blanco’ – Vetkruid (vaste plant)

Sedum ‘Cape Blanco’ is een laagblijvend, zilvergrijs vetkruid dat vooral opvalt door zijn compacte rozetten en het bijna krijtachtige blad. De plant wordt 5–10 cm hoog en 20–30 cm breed, waardoor hij ideaal is als bodembedekker, in rotstuinen, tussen stapelstenen of in schalen en potten. Hij bloeit in mei en juli met kleine, gele sterbloemen die mooi afsteken tegen het zilvergrijze blad en veel bijen aantrekken. De plant staat graag in de volle zon en houdt van droge, stenige, goed doorlatende grond. Sedum ‘Cape Blanco’ is volledig winterhard en vraagt nauwelijks onderhoud; te natte grond in de winter is de enige echte zwakte. Vermeerderen: delen of stekken van rozetjes in het voorjaar of de zomer. Mogelijke ziekten: wortelrot, bladvlekkenziekte, meeldauw.

Weigela ‘Marjorie’ – Weigela (struik)
Uitspraak: wei-GHEE-la

Weigela ‘Marjorie’ is een compacte, rijkbloeiende sierstruik met zachtroze tot lichtroze bloemen die in trossen langs de takken verschijnen. De struik wordt 120–150 cm hoog en 100–150 cm breed, met frisgroen blad en een ronde, bossige groeiwijze. Hij bloeit in mei en juni, vaak gevolgd door een lichte nabloei in de nazomer. De bloemen trekken veel bijen en hommels aan en geven een zachte, romantische uitstraling aan de border. De plant staat graag in de volle zon tot lichte halfschaduw en groeit goed in elke humusrijke, goed doorlatende tuinbodem. Weigela ‘Marjorie’ is volledig winterhard en kan na de bloei licht worden teruggesnoeid om de vorm te behouden en jonge bloeischeuten te stimuleren. Vermeerderen: halfhoutige stekken in de zomer. Mogelijke ziekten: meeldauw, bladvlekkenziekte, bladluizen, taksterfte.

Roze bloeiende weigela

Laburnum anagyroides – Goudenregen (boom/struik)
Uitspraak: la-BUR-num aa-naa-ghie-roo-IE-des

Laburnum anagyroides is een sierlijke, middelgrote boom die vooral opvalt door zijn lange, goudgele bloemtrossen. De boom wordt 4–6 meter hoog en 3–4 meter breed, met een open kroon en frisgroen, samengesteld blad. Hij bloeit rijk in mei en juni, waarbij de hangende trossen tot wel 30 cm lang kunnen worden en de boom een opvallende, watervalachtige uitstraling krijgt. De plant staat graag in de volle zon en verdraagt droge, kalkrijke grond goed; in halfschaduw bloeit hij minder uitbundig. Laburnum anagyroides is volledig winterhard en vraagt weinig onderhoud, maar alle delen van de plant zijn giftig, vooral de zaden. Vermeerderen: zaaien of halfhoutige stekken. Mogelijke ziekten: meeldauw, bladluizen, verwelkingsziekte, schimmelvlekken.

Geel bloeiende goudenregen

Photinia × fraseri ‘Red Robin’ – Glansmispel (Heester)
Uitspraak: fo-TOO-nie-ja fraa-SEE-rie

De Glansmispel ‘Red Robin’ is een sterke, wintergroene heester die vooral bekend staat om zijn felrode jonge bladeren in het voorjaar. Hij groeit gemiddeld tot ongeveer 2,5 meter hoog en 2 meter breed, met een compacte, opgaande vorm die mooi in vorm te snoeien is. Hij bloeit in mei met witte schermvormige bloemetjes die veel insecten aantrekken. De plant staat het liefst op een zonnige tot halfschaduwrijke plek en houdt van een goed doorlatende, voedzame grond. Je plant er ongeveer 1 tot 2 per m², afhankelijk van hoe snel je een volle haag of border wilt. Vermeerderen kan door halfhoutige stekken in de zomer. Mogelijke ziekten zijn bladvlekkenziekte.

Rood gekleurde bladeren van de glansmispel.

Oplossingen bij ziekte

Wortelrot: voorkom door goede drainage en vermijd langdurige natte grond; aangetaste planten verwijderen.

Bladvlekkenziekte: verwijder aangetaste bladeren, zorg voor een luchtige standplaats en vermijd overhead‑beregening.

Echte meeldauw: besproeien met een oplossing van melk of natriumbicarbonaat; kies zonnige standplaatsen met voldoende luchtcirculatie.

Roest: aangetaste bladeren verwijderen en vernietigen; zorg voor goede luchtcirculatie en vermijd natte bladeren.

Grijze schimmel: vermijd te dichte beplanting, verbeter luchtcirculatie en verwijder aangetaste plantdelen direct.

Zwarte vlekkenziekte: aangetaste bladeren weghalen, planten luchtig zetten en preventief behandelen met schimmelwerende middelen.

Scroll naar boven