Bloeiende planten in mei
Bloeiende tuinplanten in mei – vaste planten, heesters en eenjarigen in volle glorie
Choisya ternata – Mexicaanse oranjebloesem (Heester)
Uitspraak: SJWAA-zie-ja
Groenblijvende sierheester met witte bloemen in mei–juni. Wordt tot 3 m hoog en 2 m breed. Snoei na de bloei door uitgebloeide scheuten licht in te korten. Bladeren ruiken citroenachtig bij kneuzing. Geschikt als haag, solitair of kuipplant. Standplaats: zon tot halfschaduw, beschut, in doorlatende, kalkvrije, voedzame grond. Niet volledig winterhard. Vermeerderen door stekken in het voorjaar. Let op: gevoelig voor bladvlekkenziekte, wortelrot bij natte grond, bladvergeling door kalk, en vorstschade.

Pelargonium peltatum – Hanggeranium (eenjarige)
Hanggeranium is een populaire eenjarige voor balkonbakken, hanging baskets en zonnige tuinen. Bloeit van mei tot oktober in diverse kleuren en wordt ca. 40 cm hoog en 35 cm breed. Standplaats: volle zon, met voldoende wortelruimte. Verwijder gele bladeren en verwelkte bloemen, en geef wekelijks mest. Niet winterhard: overwinteren in een lichte, vorstvrije ruimte (max. 10 °C). Matig water geven en licht snoeien. Na de vorst afharden voor plaatsing in de zon. Vermeerderen door stekken. Plantdichtheid: 8–11 per m². Gevoelig voor grijze schimmel, roest, wortelrot en bladvergeling.

Photinia × fraseri ‘Red Robin’ – Glansmispel (heester)
Uitspraak: foo-TIE-nie-ja
Glansmispel is een wintergroene heester met witte bloei in mei–juni en decoratieve rode bessen die later zwart verkleuren. Wordt tot 3 m hoog en 5 m breed onder ideale omstandigheden. In het voorjaar verschijnen bruinrode bladeren die verkleuren naar groen en in de herfst naar bordeauxrood. Standplaats: zon tot halfschaduw, beschut, in voedselrijke, vochthoudende tot vochtige grond. Verdraagt half verharding, is matig windbestendig en gevoelig voor vorstschade (tot –5 °C). Snoei vanaf maart, maar dan vervalt de bloei. Vermeerderen door half-afgerijpte stekken in juli/augustus. Let op: gevoelig voor bladvlekkenziekte, meeldauw, wortelrot en bladvergeling.

Syringa vulgaris – Sering (Heester)
Uitspraak: sie-RÍNG-gaa
Geurige heester met roze, witte of paarse bloemen in mei–juni. Wordt tot 5 m hoog. Groeit het best in zon of halfschaduw op voedzame grond. Winterhard en bladverliezend. Na de bloei de jonge scheuten laten staan. Bij kale onderkant terugsnoeien tot 30–50 cm. Ziektes: bacteriële verwelking, zwarte vlekkenziekte, poederachtige meeldauw, bladverkleuring en krulling, bladvlekken door schimmels, verticillium verwelking, bladluizen, rupsen.

Silene dioica – Dagkoekoeksbloem (Vaste plant)
Uitspraak: sie-LÉÉ-ne die-ÓÓ-ie-kaa
Bloeit roze van mei tot augustus en wordt circa 70 cm hoog. Niet giftig en geschikt voor een plek in de zon tot halfschaduw. Niet wintergroen, maar wel winterhard. Heeft voorkeur voor een voedselrijke, vochthoudende tot vochtige bodem. Let op: verwijder op tijd de uitgebloeide bloemen om sterke uitzaaiing te voorkomen. Vermeerderen: door ter plekke zaaien van juli tot oktober. Ziektes: De dagkoekoeksbloem kan worden aangetast door bladvlekkenziekte, meeldauw, wortelrot, roest en aantasting door bladluizen of slakken.

Rubus fruticosus – Braam (Heester)
Uitspraak = RUU-bus fru-ti-KOO-sus
Bloeit roze in mei–juli, oogst in augustus–oktober. Wordt tot 3 meter hoog en breed. Groeit meerjarig in voedzame, goed doorlatende, vochtige grond. Standplaats: zon, halfschaduw of schaduw (meer vruchten in zon). Draagt stekels. Bloeit op éénjarig hout. Kruisbestuiving niet nodig. Snoei in najaar gebloeide takken tot de grond, overige takken in voorjaar inkorten tot 2 knopen. Beschermen bij vorst onder –10 °C. Ziektes: vruchtrot, roest, bladvlekkenziekte, meeldauw, wortelrot, bladluizen, spint, rupsen

Myosotis sylvatica – Bosvergeet-mij-nietje (Tweejarig)
Uitspraak: mie-oo-ZÓÓ-tis sil-VAA-tie-kaa
Bloeit van mei tot augustus met hemelsblauwe bloemetjes, soms ook roze of wit. Wordt circa 25 cm hoog en groeit het best in de zon tot halfschaduw, op vochtige, kalkhoudende grond. Vermeerderen door te zaaien van juni tot september. Ziektes: Het bosvergeet-mij-nietje kan worden aangetast door meeldauw, bladvlekkenziekte, wortelrot en slakkenvraat. Deze problemen kunnen de bloei, bladgezondheid en levensduur van de plant beïnvloeden.

Pentaglottis sempervirens – Overblijvende ossentong (Vaste plant)
Bloeit blauw van mei tot augustus en wordt circa 70 cm hoog. Groeit het best in de schaduw, in humusrijke, vochtige maar niet te natte grond. De bloemen trekken bijen en vlinders aan. Vermeerderen kan door zaaien in de herfst of het vroege voorjaar, of via uitlopers en wortelstekken. Plantdichtheid: 5 tot 7 per m². Ziektes: De overblijvende ossentong kan worden aangetast door meeldauw, roest, wortelrot en slakkenvraat.

Erysimum linifolium ‘Bowles Mauve’ – Steenraket (Vaste plant)
Uitspraak: ee-RÍE-zie-mum
Bloeit paars van mei tot september en wordt circa 60 cm hoog en 30 cm breed. De bloemen verspreiden een zoete geur. Deze kortlevende, winterharde plant groeit het best op een zonnige standplaats in droge, arme grond. Vermeerderen kan door voorzaaien (januari–maart) of zaaien in volle grond (juni–augustus). Zaden licht bedekken; ze kiemen in het donker. Plantdichtheid: 7–9 per m². Ziektes: De steenraket kan worden aangetast door meeldauw, wortelrot, bladvlekkenziekte en aantasting door bladluizen of koolwitjes.

Geranium sanguineum striatum – Ooievaarsbek (Vaste plant)
Uitspraak: sang-GWI-nee-um
Bloeit lichtroze in mei–juli en wordt 15–25 cm hoog en 30 cm breed. Groeit het best in zon tot halfschaduw, op goed doorlaatbare, niet te vruchtbare grond. Lokt vlinders en insecten. Snoei dode bladeren en bloemen na de bloei weg. Winterhard, niet wintergroen. Plantdichtheid: 9–11 per m². Vermeerderen door te zaaien. Ziektes: De ooievaarsbek kan worden aangetast door meeldauw, roest, wortelrot, bladvlekkenziekte en slakkenvraat.

Oplossingen bij ziekte en plagen
Bladvlekkenziekte: Verwijder aangetaste bladeren, verbeter luchtcirculatie en vermijd natte bladeren.
Wortelrot: Zorg voor goede drainage en geef pas water als de grond droog is.
Vorstschade: bescherm planten met vliesdoek of zet ze op een beschutte plek.
Grijze schimmel: Verwijder aangetaste delen, verbeter ventilatie en vermijd vochtige omstandigheden.
Roest: Haal zieke bladeren weg, geef water aan de voet van de plant.
Bladvergeling: Controleer op kalkgevoeligheid en pas de zuurgraad van de bodem aan.
Bacteriële verwelking: Aangetaste plant verwijderen, gereedschap ontsmetten, drainage verbeteren, overhead-beregening vermijden.
Zwarte vlekkenziekte: Aangetaste bladeren verwijderen, gevallen blad opruimen, luchtige standplaats kiezen, niet op blad sproeien.
Bladverkleuring en krulling: Controleren op wateroverlast of droogte, juiste standplaats kiezen, voedingstoestand verbeteren, aantasting door insecten uitsluiten
Verticillium verwelking: Aangetaste plant verwijderen, grond niet hergebruiken voor vatbare soorten.
Vruchtrot: Aangetaste vruchten verwijderen, luchtige standplaats kiezen, oude vruchten tijdig weghalen, plant niet te nat houden, hygiënisch werken bij snoei.
Koolwitjes: Dek planten af met insectengaas, verwijder eitjes onder bladeren, inspecteer regelmatig op rupsen, stimuleer natuurlijke vijanden zoals sluipwespen.
