Bloeiende planten in augustus: kleur en variatie in de zomertuin
Mooie bloeiende planten in augustus voor je tuin
Abutilon ‘Kentish Belle’ – Abutilon (Kuipplant)
Uitspraak: aa-bu-TIE-lon
Abutilon ‘Kentish Belle’ is een semi‑groenblijvende struik die ongeveer 2,5 meter hoog en circa 2 meter breed wordt. Bloeit van augustus tot november met abrikoosgele bloemen met een rode tekening. Zet hem op een warme, beschutte plek uit de wind, bij voorkeur tegen een muur, want hij verdraagt slechts tot ongeveer –5 °C. Tijdens de groei is ondersteuning gewenst. Hij staat het liefst in de volle zon op goed doorlatende, vruchtbare grond. Snoei in het voorjaar om een sterk, evenwichtig takkengestel te vormen en de bloei te stimuleren. Vermeerderen via halfhoutige stekken in de zomer. Mogelijke ziekten: bladluis, spint, witte vlieg.

Astilbe thunbergii ‘Straussenfeder’ – Pluimspirea (vaste plant)
Uitspraak: as-TIL-be thun-ber-GIE-ie
Astilbe thunbergii ‘Straussenfeder’ bloeit zachtroze van juli tot september en wordt ongeveer 1 tot 1,20 meter hoog en circa 60 tot 80 centimeter breed. Groeit het best in halfschaduw op normale tot humusrijke, gelijkmatig vochtige grond. Is goed winterhard maar niet groenblijvend. Vermeerderen kan door te delen in het najaar of door wortelstekken in voor- of najaar. Plant 4 tot 6 stuks per vierkante meter voor een volle, gelijkmatige dekking. Mogelijke ziekten: meeldauw, wortelrot

Actaea simplex ‘Atropurpurea’ – Zilverkaars (Vaste plant)
Uitspraak: ak-TEE-ja SIM-pleks
Actaea simplex ‘Atropurpurea’ bloeit wit van augustus tot oktober en wordt ongeveer 80 centimeter tot 1,75 meter hoog en circa 50 tot 70 centimeter breed. Staat het liefst in halfschaduw tot schaduw op vruchtbare, humusrijke, gelijkmatig vochtige grond. Is goed winterhard maar niet groenblijvend. Vermeerderen: scheuren in het najaar of door te zaaien in voor- of najaar, al is de kiemkracht laag en traag. Plant ongeveer 6 stuks per vierkante meter voor een volle, gelijkmatige beplanting. Mogelijke ziekten: meeldauw, wortelrot.

Coleus blumei – Siernetel (1‑jarig)
Uitspraak: KOO-lee-us BLUU-mei
Coleus blumei staat graag op een lichte plek maar niet in de volle zon. Vermijd tocht en zorg dat de grond vochtig blijft zonder te verzuipen. Knip de bloemen regelmatig weg, omdat bloei de plant verzwakt en de bladkleur minder intens maakt. Top de plant geregeld om hem compact en bossig te houden. In de winter binnen zetten op een koele plek van circa 10–15 °C. Vermeerderen in het voorjaar kopstekken te nemen en deze op water te laten wortelen. De siernetel is een kamerplant maar kan in de zomer uitstekend op balkon of terras staan. Mogelijke ziekten: spint, bladluis, wortelrot.

Phlox paniculata – Vlambloem (Vaste plant)
Uitspraak: FLOKS paa-nie-kuu-LAA-taa
Phlox paniculata bloeit in vele kleuren van augustus tot oktober en wordt ongeveer 75 centimeter tot 1,75 meter hoog en circa 50 tot 70 centimeter breed. De plant staat het liefst in de volle zon of lichte schaduw op humusrijke, gelijkmatig vochtige grond; in te veel schaduw ontstaat snel meeldauw. De soort is bladverliezend en zeer goed winterhard. In het voorjaar wat gedroogde koemestkorrels geven voor een krachtige groei en rijke bloei. Vermeerderen kan eenvoudig door te scheuren in het voor- of najaar. Hoe zonniger de standplaats, hoe intenser de bloemkleur en hoe compacter de groei. Mogelijke ziekten: meeldauw, stengelrot.

Clerodendrum bungei – Kansenboom (Heester)
Uitspraak: klee-roo-DÉN-drum BÚNG-gee-ie
Clerodendrum bungei bloeit rozerood van augustus tot oktober en wordt ongeveer 2 meter hoog en circa 2 meter breed. De plant is matig winterhard en niet wintergroen; bij strenge vorst kan hij volledig invriezen, maar loopt in het voorjaar vaak opnieuw uit vanuit de wortels. Standplaats is bij voorkeur zonnig tot halfschaduw en beschut, in humusrijke, goed doorlatende en vochthoudende grond. Snoeien kan in het voorjaar door ingevroren hout weg te nemen of na de bloei door licht uit te dunnen. Vermeerderen kan via wortelstek, halfhoutige stek in de zomer, delen of zaaien in het voorjaar. Mogelijke ziekten: bladluis, spint, wortelrot.

Eurybia divaricata – Sneeuwster – Aster (Vaste plant)
Uitspraak: eu-RÍE-bie-ja die-vaa-rie-KAA-taa
Eurybia divaricata bloeit wit in augustus en september en wordt ongeveer 40 tot 60 centimeter hoog en circa 40 tot 50 centimeter breed. De plant groeit goed op vrijwel iedere normale tuingrond en verdraagt zowel zon als halfschaduw. Droogte en schaduw worden opvallend goed verdragen, waardoor de soort geschikt is voor bosranden en lichte schaduwplekken. De bloemen trekken veel insecten aan. Het is een vaste plant die niet wintergroen is. Plant 7 tot 9 stuks per vierkante meter voor een gelijkmatige bodembedekking. Geef jaarlijks een gift kalk om de groei te ondersteunen. Vermeerderen: in het voorjaar te delen. Mogelijke ziekten: meeldauw, wortelrot.

Liriope muscari – Leliegras (Vaste plant)
Uitspraak: lie-RIE-oo-puu mus-KAA-rie
Liriope muscari bloeit met paarse aren van augustus tot oktober en wordt circa 30 centimeter hoog en 30 tot 40 centimeter breed. De plant is wintergroen en goed winterhard, maar bij ijzige oostenwind is bescherming wenselijk. Standplaats halfschaduw tot schaduw, bij voorkeur humusrijk, vochthoudend en goed doorlatend. Plant 9 stuks per vierkante meter. Snoei in het voorjaar oude aren en dor blad weg. Na enkele jaren kunnen de pollen worden gedeeld wanneer de bloei terugloopt. Vermeerderen kan eenvoudig door te delen in het voorjaar. Mogelijke ziekten: wortelrot bij te natte grond, slakkenvraat.

Panicum virgatum ‘Rehbraun’ – Vingergras (Siergras)
Uitspraak: PAA-nie-kum vier-GAA-tum
Panicum virgatum ‘Rehbraun’ bloeit met luchtige, witachtige pluimen van augustus tot oktober en wordt ongeveer 1,20 meter hoog en circa 50 tot 70 centimeter breed. Het is een vaste plant, winterhard maar niet groenblijvend. De standplaats is volle zon, op droge tot vochthoudende, goed doorlatende grond. Vermeerderen kan in maart–april door de kluit te delen. Mogelijke ziekten: wortelrot.

Fallopia japonica (Japanse duizendknoop)
Wordt in Nederland beschouwd als een invasieve exoot. De plant woekert extreem sterk, verdringt inheemse soorten en kan schade veroorzaken aan verharding en structuren. Hoewel hij in particuliere tuinen niet officieel verboden is, wordt het ten zeerste afgeraden om hem te laten staan. Het beste en meest verantwoorde advies is om de plant volledig te verwijderen, inclusief alle wortelstokken. Zelfs kleine wortelfragmenten kunnen opnieuw uitlopen, waardoor het probleem snel terugkeert. Herhaald uitsteken en jonge scheuten direct verwijderen is noodzakelijk om de wortelvoorraad uit te putten.

Oplossingen bij ziekten en plagen
Bladluis: krachtig afspuiten met lauw water en daarna dagelijks besproeien met een oplossing van zachte zeep en water tot de populatie instort.
Spint: luchtvochtigheid verhogen en bladeren dagelijks benevelen; bij zware aantasting afspoelen en behandelen met zachte‑zeepoplossing.
Witte vlieg: onderzijde van bladeren dagelijks afspoelen en gele vangplaten ophangen om volwassen dieren weg te vangen.
Meeldauw: aangetaste delen direct verwijderen en de plant besproeien met een biologisch middel of een mengsel van melk en water.”
Wortelrot: direct minder water geven, drainage verbeteren en aangetaste wortels wegsnijden zodat alleen stevig, wit weefsel overblijft.
Slakkenvraat: planten beschermen met barrières zoals scherp zand of fijngestampte eierschalen en ’s avonds slakken handmatig wegvangen.
