C


Callicarpa = Schoonvrucht (Sierheester)

De Callicarpa bestaat uit een geslacht van wel ongeveer 140 soorten struiken en bomen. Sommige zijn groenblijvende en andere bladverliezend. In de lente bloeit de Callicarpa met violet paarse bloemetjes en in de herfst kleine steenvruchtjes. De winterhardheid varieert per soort. Snoeien doet u net na de winter. Let wel op de weersomstandigheden. Standplaats zon/half schaduw op een goed gedraineerde vochtige grond. De winterhardheid varieert sterk per soort.


Callistemon Citrinus = Lampenpoetser

In Nederland alleen als kuipplant houden omdat de struik niet winterhard is. Kan +5 graden buiten hebben. Is een groenblijvende plant die in mei/augustus rood bloeit met lange bloemen die op borstels lijken waarmee men flessen schoonmaakt. Na de bloei vormen er grijze vruchtjes. Door het kneuzen van het blad komt er een citroengeur vrij, vandaar de naam Citrinus. Standplaats in de zon in zure, humusrijke en voldoende vochtige grond die doorlatend is. Geef geen kraanwater, dit bevat teveel aan kalk. Snoeien na de bloei van zwakke en beschadigde takken en de overige takken kan men terug snoeien tot 1/3 deel. Na de bloei terugsnoeien tot de eerst volgende knop aan elke tak. Zo wordt de bloei gestimuleerd voor het volgende jaar. Vermeerderen door aan het eind van de zomer stekken te nemen. Zaaien kan plaatsvinden in de lente.


Caltha palustris var. 'Alba' = Gewone Dotterbloem (Oeverplant)

Bloeit in maart - april wit of geel en bereikt een hoogte van 30 - 40 cm. De standplaats dient vochtig en zonnig te zijn. Langs uw vijver tot 5 cm onder water planten. Is wintergroen, winterhard en u zet 3 - 5 stuks per vierkante meter. Vermeerderen door te scheuren na de bloei.


Caltha palustris = Dotterbloem

Bloeit geel in april - juni en houdt van een standplaats in de zon tot lichte schaduw, langs de waterkant. Wordt 50 cm hoog, is niet groenblijvend en wel winterhard. Na de bloei zullen de zaden wegdrijven in de vijver om elders langs de kant te ontkiemen. Soms geven ze in augustus een tweede nabloei. Vermeerderen door te zaaien of scheuren van de wortelstok. De Dotterbloem is licht giftig.


Calocephalus brownii = Zilverstruikje (1-jarig)

Bloeit met gele bolletjes in augustus/september en wordt 40 a 50 cm hoog. Komt moeilijk in bloei en is 1-jarig tenzij je hem binnen laat overwinteren. Regelmatig snoeien, alleen niet in de winter. Standplaats zon op een iets vochthoudende grond. Wintergroen maar niet winterhard. Vermeerderen door te stekken of te zaaien


Chamaerops humilis = Europese Dwergpalm

Bloeit in het begin van de zomer. De mannelijke bloemen ruiken naar parfum en  zijn langer dan de vrouwelijke bloemen. Is een tweehuizige palm dus voor de vruchtzetting heb je een vrouwelijke en een mannelijke nodig. De vruchten lijken op dadels en zijn niet eetbaar. De bestuiving komt door de wind. Komt van oorsprong uit de middellandse zeegebied. Winterhard tot -16C° , maar men adviseert bij - 10 graden de palm al in te pakken. Wil een standplaats in de zon op humeuze grond. Vermeerderen door te zaaien.


Camellia japonica 'Brushfield's Yellow' = Camelia (Sierheester)

Traag groeiende struik die na tien jaar 1,50 cm hoog wordt. Is wintergroen, winterhard tot -18 graden en wil graag beschut in de lichte schaduw staan. Bloeit wit met een crème - geel hart in maart - april. Geef water dat kalkvrij is en geef kalkvrije organische mest. Omdat de Camelia zeer langzaam groeit in ons klimaat is snoeien overbodig. Als de knoppen zijn gevormd, stopt u met bemesten.


Camellia japonica 'Hagoromo' = Camelia (Sierheester)

Bloei in februari-maart licht roze tot wit. Hoogte 1,50 m is winterhard en matig winterhard. Wil een plek in de halfschaduw, windbeschutte, zuurminnende en vochtige grond. De beste plek is het Noordwesten. Knoppen lopen vorstschade op als het vriest.


Camellia japonica 'Margaret Davis' = Camelia (Sierheester)

Bloeit crème - wit met roze rand in maart - april en is bladhoudend. Wordt 2 m hoog en is goed winterhard. Het beste groeit de Camelia in een gematigd eerder vochtig klimaat. Geef water dat kalkvrij is en geef kalkvrije organische mest. Omdat de Camelia zeer langzaam groeit in ons klimaat is snoeien overbodig. Standplaats lichte schaduw. Als de knoppen zijn gevormd, stopt u met bemesten. U kunt ze vermeerderen door stekken of enten.


Camelia japonica 'Mary Williams' = Camelia (Sierheester)        

Bereikt na 10 jaar 1,5 meter en bloeit rozerood in februari-april. Langzame groeier die van een zonnige tot half schaduwrijke plek houdt in lichtzure grond. Is redelijk winterhard en wintergroen. De bloemen en bladeren kunnen bevriezen bij een late nachtvorst, daardoor kunnen zij later bruin gaan kleuren. Plant daarom de struik op een beschutte plek dat niet in de ochtendzon ligt. De bloemen zullen daardoor te snel ontdooien en bruin worden. Een lichte vorm snoei voer je uit na de bloei.


Camellia japonica 'Hagoromo' = Camelia (Sierheester)

Bloei in februari-maart lichtroze tot wit. Hoogte 1,50 m is winterhard en matig winterhard. Wil een plek in de halfschaduw, windbeschut, zuurminnende en vochtige grond. De beste plek is het Noordwesten. Knoppen lopen vorstschade op als het vriest. Vermeerderen door een half verhouten stek te nemen in de zomer. Zet de stek eerst in het water, waarna er wortels aan gaan groeien. Als er genoeg wortels aan zitten plaats je de stek in potgrond. Zodra de stek sterk genoeg is, plant je deze uit.


Campanula carpatica 'Blaue Clips' = karpatenklokje

Bloeit blauw in juni/augustus en wordt 20 cm hoog. De bloemen geuren niet. Verwijder steeds de uitgebloeide bloemen, dit bevordert de bloei. Is en vaste plant die een plek wil in de zon/halfschaduw. De grond dient goed doorlatend te zijn met voldoende voedingsstoffen. Is winterhard, maar niet wintergroen. 7 stuks op 1 m2. Vermeerderen door te delen.


Campanula 'get mee' = Klokjesbloem

Die dubbele ‘ee’ blijft een raadsel. ‘Get Mee’ is echt de Amerikaanse naam. De Amerikaan Poul Madsen begon deze Campanula te kweken. Het is een beschermde rasnaam. Bloeit wit of paars in juni/juli met een nabloei in september en wordt 15 cm hoog. Haal steeds de uitgebloeide bloemetjes weg voor herbloei. Een vaste plant die in de zon/halfschaduw en op humeuze grond wil staan. Via ondergronds kruipende uitlopers zal de Campanula zicht uitbreiden.


Campanula glomerata 'Acaulis' = Kluwenklokje

Bloeit paars-blauw in juni/augustus en wil een plek in de zon op vochthoudende grond, die voedselrijk en goed gedraineerd is. Neemt ook genoegen met lichte schaduw. Het is een vaste plant die niet wintergroen is, maar wel winterhard. Hoogte is 30 cm. 8-11 st. per m2 Vermeerderen door deling of door stekken in het vroege voorjaar.


Campanula persicifolia 'Alba' - Perzikbladklokje (Vaste plant)

Bloeit in juni-juli wit en wordt ongeveer 75 cm hoog. Standplaats in de zon-halfschaduw op doorlaatbare humusrijke grond. Kunnen last van slakken hebben. Zaait zich gemakkelijk uit, is winterhard en niet groenblijvend. Vermeerderen door te delen in het voorjaar, ter plekke zaaien in maart-april of juli-september. Lichtkiemer dus met een dun laagje bedekken. 


Carex morrowii `Variegata` = Zegge (Siergras)

Wintergroen blad met lichte streep. Geeft lichtbruine aren in april - mei en wordt 30 - 40 cm hoog. Standplaats dient zon, halfschaduw tot schaduw te zijn. De grond dient vochtig tot nat te zijn en de Zegge moet niet terug geknipt te worden. 7 stuks per vierkante meter. Vermeerderen door te scheuren.


Ceanothus thyrsiflorus = Amerikaanse sering, herfstsering (Sierheester)

Bloeit blauw in mei - juni en is winterhard tot - 5 graden. Afdekken bv met blad. Is wintergroen en wordt 50 cm hoog. Houdt van matig voedselrijke, liefst iets vochtig blijvende, zandige, goed doorlatende grond. Standplaats zonnig en beschut. Snoeien doet u om de paar jaar, om de groei mooi van vorm te houden. Vermeerderen door te stekken. Per vierkante meter 3 stuks.


Chelidonium majus - Stinkende Gouwe (Vaste plant)

Bloeit geel in mei-oktober en wordt ongeveer 80 cm hoog. Heeft blad dat lijkt op het eikenblad en de plant ruikt niet lekker van daar zijn naam Stinkende gouwe. Wil een plek in de halfschaduw op voedselrijke grond. Is winterhard, niet groenblijvend en heeft een geneeskrachtige werking bv tegen wratten. Is giftig voor de meeste dieren. Vermeerderen door verbreken van de kiemrust door minstens 6 weken bodemwarmte van +22°C bij een gelijkmatige vochtigheid te geven. Daarna een koude periode geven van ca. -4 tot +4°C.  Als de koude of warmte periode te kort was, zal de ontkieming pas het jaar erop plaatsvinden.

 

Centranthus ruber = Rode spoorbloem (Vaste plant)

Bloeit diep roze of rode bloei in juni/augustus en wordt 60 a 90 cm hoog. De grond dient droog en kalkrijk te zijn op een plek die zonnig is. Aantal per vierkante meter 7 stuks. Vermeerderen door te scheuren/tamelijk moeilijk te scheuren. 


Choisya ternata = Choisya

Choisya ternata is wintergroen en afkomstig uit Mexico. Is vorstgevoelig en wil dus een standplaats die windbeschut is en zonnig. Hoogte is 2 meter en heeft geurende witte bloemen die vaak al verschijnen in april tot en met juni. Geeft in augustus nog wel eens tweede bloei. Houdt van voedzame, humusrijke grond die liefst zuur is. In de herfst kan de plant door topstek worden vermeerderd.


Cirsium rivulare 'Atropurpureum' - Verderdistel (Vaste plant)

Bloeit diep rood in juni-augustus en wordt 1,50 hoog. Wil een plek in de zon op matig voedselrijk of humusrijk, vocht doorlatend niet te droge grond. Is winterhard niet groenblijvend en insecten lokkend Per vierkante meter 3 stuks. Vermeerderen door wortelstek of delen in het voorjaar. De zaadpluizen produceren geen zaad. 


Clematis Early Sensation = Bosrank (Klimplant)

Bloeit wit in maart - april en wordt 2 m tot 2,5 m hoog. De bloemen geuren heerlijk en geven na de bloei vruchtpluizen. Op de bloemen komen vlinders en bijen af. Is groenblijvend en wil een plek in de volle zon, beschut tegen de koude wind. Is matig winterhard en heeft bescherming nodig tegen de vorst. Op een licht vochtige grond, die waterdoorlatend is. Geef in het voorjaar een gift van organische mest. Heeft geen snoei nodig. Wilt u snoeien, doe dit dan na de bloei. Bloemen worden gevormd op het hout van vorig jaar. Vermeerderen door een stengelstek te nemen na de bloei. Neem een stek zo dicht mogelijk bij de basis, met 5 centimeter boven en onder een knop. Laat 1 blad zitten aan de stek en verwond de onderkant van de stek. Pot de stek op. Door af te leggen. Neem een jonge tak die al dicht langs de grond groeit. Graaf de tak in en laat het uiteinde omhoog  steken. Zorg dat de aarde goed vochtig blijft. Na een tijdje zal de tak zelf wortels aanmaken. Knip daarna de tak los van de moederplant.


Clematis Evergreen Tai Yang = Bosrank (Klimplant)

Groenblijvende klimmer die bloeit in april/juni. Wil een plek in de volle zon op een beschutte plek. Is winterhard tot - 10 graden. Snoei direct na de bloei de bloemen weg en de takken die snel groeien en slap hangen. Dan kan het zijn dat er een tweede bloei volgt in het najaar. Wordt 1 meter hoog.


Clematis 'Giselle' = Bosrank (Klimplant)

Bloeit roze van mei - september en wordt 1,20 m tot 1,50 hoog. Is niet wintergroen, maar wel winterhard. Wil een plek in de zon - halfschaduw op een normale tot vochtige bodem. Snoeien in het voorjaar tot 30/50cm vanaf de grond. Regelmatig bemesten.


Clematis montana 'Fragrant Spring' = Bosrank (Klimplant)

Draagt bloemen die klein bloemig zijn en lichtroze bloeien in april/mei. Lokt vlinders en bijen. Wil een standplaats in de lichte schaduw op een matig voedselrijke grond die vochtig is. Wordt 8 meter hoog, is winterhard tot - 20 graden, maar is niet wintergroen. Kan bij nachtvorst schade oplopen. Licht snoeien na de bloei. Vermeerderen door iets verhouten stekken in juni/juli.


Clematis montana 'Rubens' - Bosrank (Klimplant)

Bloeit licht paars in mei-juni en wordt 6 tot 8 meter hoog. Standplaats zon-halfschaduw op vochtige goed doorlaatbare grond. Zet de voet in de schaduw. Regelmatig bemesten voor de bloei. Tijdens de bloei geen mest geven. Bloeit op oud hout. Snoeien na de bloei.


Clematis `Nelly Moser` - Clematis (Klimplant)

Groot bloemige clematis die lichtpaars met karmijnrode streep bloeit in mei-juni en in september. Wordt 3,50 meter hoog en wil een plek in de zon halfschaduw op vochtige goed doorlaatbare grond. Zet de voet in de schaduw. De bloemen zullen in de zon snel verbleken een plek in de halfschaduw geeft de bloemen een mooie kleur. Snoei eind februari of begin maart tot net boven de nieuwe knoppen en snoei dode of zwakke stengels weg. Snoei na de eerste bloei de uitgebloeide bloemen weg. Dit bevordert een tweede bloei. Regelmatig bemesten voor de bloei. Tijdens de bloei geen mest geven. In juli kleine gift aan mest geven. Daarna stoppen met het geven van mest.


Clematis tangutica = Bosrank

Bloeit geel in juni/oktober en wordt 3 meter. Bloeit makkelijk en na de bloei komen er prachtige pluiszaden. Standplaats zon/halfschaduw op humusrijke/normale grond. Bescherm de voet tegen de felle zon. Snoeien mag in maart/april. Plant de Clematis wat dieper dan dat deze in de pot heeft gestaan, i.v.m. het voorkomen van verwelkingsziekte. Als u de plant goed bemest en voldoende water geeft, kunt u de kans op de ziekte verminderen. Is winterhard niet wintergroen. Vermeerderen door zaaien of stekken.


Clematis `Triternata Rubromarginata` = Bosrank

Bloeit met geurende paars-witte bloemen in juli-september. Standplaats half schaduw-zon, op een goede tuingrond die niet te nat is. Wordt 3 meter hoog, is bladverliezend in de winter en winterhard. Snoeien februari-maart. Vermeerderen door te stekken of afleggen  in het voorjaar. Per vierkante meter 3 stuks.  


Clerodendrum bungei  = Kanseboom (Heester)

Bloeit rozerood in augustus-oktober en kan 2 meter hoog en breed worden. Is matig winterhard en niet wintergroen. Kan bij flinke vorst helemaal invriezen om via de wortels weer uit te lopen. De standplaats dient zon-halfschaduw te zijn en beschut. De grondsoort is humusrijk, doorlatend en vochthoudend. Ruikt bij kneuzing van het blad naar pindakaas. Snoeien doe je door in het voorjaar de ingevroren takken weg te nemen of na de bloei wat uit te dunnen. Vermeerderen door wortelstek, half houtige stek in de zomer, delen, of zaad en zaaien in het voorjaar.


Convallaria majalis - Lelietje van dalen (Bol)

Bloeit geurend wit in mei-juni en wordt 15 tot 25 cm hoog. Standplaats in zon, halfschaduw-schaduw in humusrijke grond. Is niet groenblijvend, winterhard en na de bloei kun je de bol gewoon laten zitten. De gehele plant is giftig, woekert en het blad wordt weggehaald wanneer het blad bruin is geworden.


Cordyline australis ‘Red Star’ = Rode koolpalm (Vaste plant)

De Rode koolpalm lust wel een slokje water. Zorg dat de kluit vochtig blijft op goed drainerende grond. In de winter sla je het water geven over als de plant buiten staat, anders bevriest dit. Winterhard tot ongeveer - 5 graden. Zet de plant op een beschutte plek in de zon. Kan 3 meter hoog worden.


Coreopsis grandiflora  'Early Sunrise' = Meisjesogen (Vaste plant)

Bloeit geel in juni-september en wordt 40-50 cm hoog. Uitgebloeide bloemen wegsnoeien, bevordert de bloei. Wil een plek in de zon op elke goede doorlaatbare tuingrond. Is bladverliezend en goed winterhard. Per vierkante meter 8-11 stuks. Vermeerderen door te zaaien in september-oktober.

Coreopsis grandiflora 'Sonnenkind' = Meisjesogen

Bloeit geel in juni/september en wordt 40 cm hoog. Vaste plant die groenblijvend is en matig winterhard. Wil een plek in de zon op een grond die vochthoudend, goed doorlatend en voedselrijk is. Natte winters overleven de meisjesogen niet. Snijd de uitgebloeide bloemstengels in de herfst tot op de grond af en verwijder regelmatig de uitgebloeide bloemen uit de plant dat verlengt de bloeiperiode. 7 a 9 st. per m2  Vermeerderen door te zaaien of te delen.


Coreopsis grandiflora 'Sunray' = Meisjesogen (Vaste plant)

Bloeit geel in juni-september en wordt 50 cm hoog. Is groenblijvend en winterhard. Standplaats in de zon op een goed doorlatende, voedselrijke grond. Per vierkante meter 7-9 stuks. Vermeerderen door te zaaien ter plekke in mei-juli of door te delen aan het einde van de zomer.

 

Cornus kousa 'Schmetterling' = Japanse grootbloemige kornoelje (Vaste plant)

Wordt ongeveer 3,50 meter hoog en breed en bloeit met creme-witte vlinderachtige bloemen in mei/juni. Rode eetbare bessen die september en oktober aan de struik groeien en in augustus rijp zijn. Verkiest een licht zure grond turf of heidegrond op een wind beschutte plaats in de zon. Is winterhard maar niet wintergroen en heeft in het najaar rozerode met groene herfstkleur.


Cornus Mas = Gele kornoelje (Sierheester)

Bloeit geel in februari-maart en wordt 5 - 6 meter hoog. De bloemen bloeien voordat de bladeren groeien. In de herfst kleurt het blad naar geeloranje. Na de bloei groeit er een rode bes die eetbaar is. De rijpe bessen zijn geschikt voor verwerking tot jam-gelei, confituur en vruchtenmoes. Standplaats zon-halfschaduw/schaduw. Grondsoort dient kalkrijk te zijn. Is winterhard en windbestendig. Snoeien doet u na de bloei, maar is niet nodig. Vermeerderen door middel van zaaien, afleggen en stekken.


Cotinus coggygria 'Royal Purple' = Pruikenboom

Bloeit geel-groen in juni-juli en wordt 4,50 hoog op een matig voedselrijke, droge tot vochthoudende, zandige bodem. Standplaats in de zon, maar de grond dient wel vochthoudend te zijn. Kan in april-mei nachtvorst schade oplopen. Draagt paars blad en valt onder de heesters. Is niet wintergroen en niet giftig. Snoeien na de bloei bij ruimte gebrek, anders ongemoeid laten.


Corylus avellana - Hazelaar (Heester)

Voordat het blad uit komt, groeien de mannelijke katjes. De katjes met de vrouwelijke bloemen rozerood zoals de op de foto, zijn kleiner en vormen ongeveer in augustus september de hazelnoten. De hazelnoten worden door mens en dier gegeten. De hazelnoten zullen pas na een jaar of 7 à 10 verschijnen wanneer het goed warm is. Bij koud weer zullen de noten niet rijp worden. Als de mannelijke katjes al vroeg hun stuifmeel hebben verstrooid, voordat de vrouwelijke bloemen zijn verschenen, zullen er maar weinig noten groeien. Ook is er geen bestuiving wanneer de vrouwelijke bloemen zijn bevroren. Na het vallen van de mannelijke katjes, krijgt de hazelaar zijn blad. De Hazelaar wordt 6 meter hoog en 4 tot 4,5 meter breed. Is bladverliezend en winterhard. Wortelt oppervlakkig en wil graag een plek in de zon-half schaduw. De grond dient vochtig en leemachtige te zijn. Snoeien eind februari/maart door gekruiste en dode takken weg te halen na 7 jaar een verjongssnoei uit voeren door twee gesteltakken weg te snoeien.


Corylopsis pauciflora = Schijnhazelaar (Sierheester)

Bloeit lichtgeel in maart - april en wordt 1 meter hoog. Standplaats zonnig tot lichte schaduw. De bloemen bloeien voordat er bladeren verschijnen. Zo vallen de bloemen nog meer op. Wil een matig voedselrijke, vochthoudende tot vochtige, bodem. Is winterhard, maar niet wintergroen. Vermeerderen door in de zomer kruidachtige of halfverhoute stekken nemen of door te enten.


Cosmos atrosanguineus = Cosmea (Knol)        

Bloeit donkerrood in juni-oktober en wordt 30 a 50 cm hoog. De bloemen ruiken naar chocolade. Is bladverliezend en matig winterhard. Standplaats in de zon halfschaduw, op normale vochtige bodem, die goed doorlatend is. Snoei de uitgebloeide bloemen steeds weg, voor herbloei. Vorstvrij bewaren in een laagje turfmolm, of afdekken met een dikke laag blad of stro. Na ijsheiligen ondiep weer planten. Vermeerderen door te zaaien vanaf april of door de vlezige wortelknollen af te nemen en te herplanten. Per vierkante meter 9 stuks.

 

Cosmos bipinnatus = Cosmea

Bloeit roze/rood of wit in mei - juni en wordt als struik 5 tot 8 meter hoog. Wordt ook gekweekt als boomvorm. Standplaats dient in de zon te zijn voor de meeste bloei, op een grond die het liefst kalkrijk is, niet te arm en niet te droog. Geeft vruchtjes in september - oktober die door vogels worden gegeten. Heeft recht opstaande doorns op de takken. Vermeerderen door te zaaien, maar kan wel twee jaar duren.


Crataegus monogyna = Eenstijlige meidoorn (Struik/kleine boom)

Bloeit roze/rood of wit in mei - juni en wordt als struik 5 tot 8 meter hoog. Wordt ook gekweekt als boomvorm. Standplaats dient in de zon te zijn voor de meeste bloei, op een grond die het liefst kalkrijk is, niet te arm en niet te droog. Geeft vruchtjes in september - oktober die door vogels worden gegeten. Heeft recht opstaande doorns op de takken. Vermeerderen door te zaaien, maar kan wel twee jaar duren.

 

Crocus = Krokus (Bol)

De krokus bloeit in vele kleuren. Geel, wit en paars. Het knolgewas verwildert en je hoeft het niet uit

de grond te halen na de bloei. De eerste bloei is meestal in februari en gaat door tot eind maart. Je

plant ze  twee tot driemaal zo diep plant als de knol groot is.


Chrysanthemum vernale = Margriet (Meerjarig)

Bloeit wit met een geel hartje in mei--september en wordt 75 cm hoog. Standplaats zonnig op een goed doorlaatbare grond. Is winterhard maar niet wintergroen. Vermeerderen door te zaaien in de volle grond, in juni-augustus. Bloeit het jaar daarop. Door te splitsen na de bloei


Cyclamen

De bloeitijd ligt eraan welke u koopt. Is wintergroen en de grootte zijn verschillend Een Cyclaam moet een aantal jaar staan, wil deze rijkelijk bloeien. Standplaats humusrijke grond met goede drainage, niet in de felle zonlicht maar bv onder het bladerdek van een boom. Bescherm de Cyclaam tegen kou in de winter.  Plant de knollen oppervlakkig. Vermeerderen door te zaaien.


Cytisus 'Golden sunlight = Brem (Sierheester)

De Cytisus 'Golden sunlight bloeit geel van april tot mei. Wordt 1,5 m hoog, is wintergroen en goed winterhard. Standplaats zon - halfschaduw in neutrale tot zure grond. Is goed wind en zeewind bestendigt. Na de bloei kunt u de Brem terugsnoeien, maar snoei niet tot op het oude hout. Bloeit op meerderjarig houten krijgt olijfgroene zaaddozen, die in de late herfst naar zwart verkleuren. Vermeerderen door de zaden eerst te weken in water om daarna te zaaien in mei. Komt niet zuiver uit zaad terug. Door een zomerstek in augustus te nemen.


Cytisus 'Windlesham Ruby' = Brem (Sierheester)

Bloeit in april - mei roze - rood en wordt 1 tot 1,5 meter hoog en breed. Standplaats volle zon half schaduw. Is winterhard, maar niet wintergroen. Snoeien direct na de bloei, niet tot op het oude hout. Vermeerderen door halfrijpe stekken in de late zomer of vroege herfst en hardhouten stekken in de winter.


 

Encyclopedie