Plantenencyclopedie S
Salix gracilistyla ‘Mount Aso’ – Wilg (vaste plant)
Bloeit met rozerode katjes in februari–april en wordt 1,5–2 meter hoog. Winterhard en hoeft niet gesnoeid te worden; zo ja, direct na de bloei. Standplaats zon–halfschaduw, in normale bodem. Goed windbestendig.
Salvia microphylla ‘Hot Lips’– Salie (Vaste plant)
Dit prachtige kruid bloeit van juni tot september met rood-witte bloemen en bereikt een hoogte van 70 cm tot 1 meter en ca. 60–80 cm breed. Hoewel niet volledig winterhard, blijft het groen en gedijt het goed op niet al te natte grond. Aanbevolen wordt 7–9 exemplaren per vierkante meter te planten en te vermeerderen door zaaien. Salvia microphylla ‘Hot Lips’ trekt tal van bestuivers aan, zoals bijen en vlinders, en vormt zo een levendige toevoeging aan de tuin. Soms gevoelig voor meeldauw of wortelrot.
Salvia nemorosa ‘Caradonna’ – Salie (vaste plant)
Bloeit paars in mei–augustus en wordt ca. 60 cm hoog. Standplaats zon–halfschaduw, in goed doorlatende grond. Niet groenblijvend, wel winterhard. Insectenlokkend. Plantdichtheid: 9 stuks per m². Na de bloei terugknippen. Vermeerderen door delen of stekken in voorjaar of herfst.
Salvia ‘Wendy’s Wish’ – Salie (vaste plant)
Salvia ‘Wendy’s Wish’ is een opvallende, langbloeiende salie met diepe karmijnroze bloemen die in dichte aren boven het blad uitsteken. De plant wordt 70–90 cm hoog en 40–60 cm breed, met frisgroen, aromatisch blad en een bossige, opgaande groeiwijze. Hij bloeit van mei tot ver in oktober, vaak tot de eerste nachtvorst, en trekt veel bijen, hommels en vlinders aan. De plant staat graag in de volle zon tot lichte halfschaduw en houdt van een warme, beschutte plek met goed doorlatende, humusrijke grond. In Nederland is hij niet volledig winterhard; vaak wordt hij als kuipplant gehouden of in de winter binnen vorstvrij overwinterd. Regelmatig toppen en het verwijderen van uitgebloeide aren stimuleert een compacte groei en een lange bloei. Vermeerderen: stekken in het voorjaar of de zomer. Mogelijke ziekten: meeldauw, wortelrot, bladluizen, witte vlieg.
Sanguisorba ‘Pink Brushes’ – Pimpernel (Vaste plant)
Bloeit met roze aren in juni – augustus. Wordt 120 – 150 cm hoog en ca. 75 cm breed. Winterhard en bladverliezend. Gedijt het beste op een zonnige plek in vochtige, voedselrijke grond. Vermeerdering door wortelstekken of door ter plaatse te zaaien in september. Mogelijke ziekten: meeldauw, bladvlekkenziekte, wortelrot.
Sarcococca hookeriana – Vleesbes (heester)
Wordt ca. 80 cm hoog en bloeit geurend crème‑wit in januari–maart. Wintergroen en winterhard. Na de bloei verschijnen zwarte bessen. Standplaats schaduw, in vochtige, humusrijke, goed doorlatende grond. Licht snoeien na de bloei. Niet windbestendig. Vermeerderen door zaad, stek of afleggen. Plantdichtheid: 5 stuks per m².
Saxifraga × arendsii ‘Touran White’ – Steenbreek (vaste plant)
Compacte, wintergroene vaste plant met witte bloemen in april–mei. Vormt een laag, kussenvormig tapijt van ongeveer 10–20 cm hoog en 30–45 cm breed. Geschikt als bodembedekker in rotstuinen, borders en potten, en groeit het best in zon tot halfschaduw op koele, vochtige, goed doorlatende zanderige grond. Kan gevoelig zijn voor wortelrot bij natte bodem, meeldauw bij slechte ventilatie en incidentele aantasting door bladluizen of slakken. Plantdichtheid:9–12 planten per m². Vermeerderen: door scheuren.
Saxifraga ‘Peter Pan’ – Steenbreek (Vaste plant)
Wintergroene vaste plant die bloeit met roze bloemen in april en mei. Deze plant groeit tot ongeveer 15 cm hoog en een breedte van 30 tot 40 cm. Hij gedijt het best op een zonnige tot licht beschaduwde plek in vochthoudende, enigszins voedselrijke grond. Is winterhard tot -25°C en is wintergroen. Na de bloei is het aan te raden om de bloemstengels te snoeien voor een nette uitstraling. Voor een dichte beplanting worden 8 tot 11 planten per vierkante meter geadviseerd. Vermeerderen kan eenvoudig door scheuren of via uitlopers/wortelstokken. Mogelijke ziektes meeldauw, bladvlekkenziekte of wortelrot bij slechte drainage.
Scabiosa columbaria – Duifkruid (vaste plant)
Bloeit lila in juni–september en wordt 30–40 cm hoog. Standplaats halfschaduw, in niet te zware en niet te natte grond. Plantdichtheid: 7 stuks per m². Insectenlokkend. Uitgebloeide bloemen verwijderen voor herbloei. Niet wintergroen en vaak gevoelig voor strenge winters; terugknippen tot 5 cm en afdekken met stro. Vermeerderen door zaaien in augustus of scheuren.
Scabiosa caucasica – Duifkruid / Schurftkruid (vaste plant)
Bloeit lichtblauw in juli–september en wordt 70–90 cm hoog. Standplaats zon, in goede, niet te droge, kalkrijke grond. Liever niet verplanten; zo ja, in april. Uitgebloeide delen verwijderen en voeding geven. Vermeerderen door zaaien of delen in april. Plantdichtheid: 7 stuks per m².
Scabiosa columbaria ‘Butterfly Blue’ – Schurftkruid / Duifkruid (vaste plant)
Bloeit lavendelblauw in juni–september en wordt 30–40 cm hoog. Standplaats zon–halfschaduw, in neutrale, zeer goed doorlatende grond. Haat natte voeten. Winterhard, niet wintergroen, verdraagt zeewind. Uitgebloeide bloemen verwijderen. Plantdichtheid: 7–9 stuks per m². Vermeerderen door delen in voorjaar.
Scilla siberica – Oosterse sterhyacint (Bol)
Bloeit in maart–april en wordt ongeveer 15 cm hoog. Prefereert zonnige tot halfschaduwrijke locaties, in matig voedselrijke, goed doorlatende grond die niet te nat is. Plant kan vermeerderd worden via zaad of broedbollen. Zeer geschikt voor natuurlijke verspreiding. Kan last hebben van bolrot, wortelrot, blad of stengelvlekken, slakken of muizen, die de jonge scheuten of de wortelstokken eten.
Sedum ‘Cape Blanco’ – Vetkruid (vaste plant)
Sedum ‘Cape Blanco’ is een laagblijvend, zilvergrijs vetkruid dat vooral opvalt door zijn compacte rozetten en het bijna krijtachtige blad. De plant wordt 5–10 cm hoog en 20–30 cm breed, waardoor hij ideaal is als bodembedekker, in rotstuinen, tussen stapelstenen of in schalen en potten. Hij bloeit in mei en juli met kleine, gele sterbloemen die mooi afsteken tegen het zilvergrijze blad en veel bijen aantrekken. De plant staat graag in de volle zon en houdt van droge, stenige, goed doorlatende grond. Sedum ‘Cape Blanco’ is volledig winterhard en vraagt nauwelijks onderhoud; te natte grond in de winter is de enige echte zwakte. Vermeerderen: delen of stekken van rozetjes in het voorjaar of de zomer. Mogelijke ziekten: wortelrot, bladvlekkenziekte, meeldauw.
Sedum ‘Herbstfreude’ – Hemelsleutel / Vetkruid (vaste plant)
Bloeit rood‑roze in september–oktober en wordt ca. 50 cm hoog. Standplaats zon, in droge tot normale grond. Niet groenblijvend, wel winterhard. Gevoelig voor wortelrot, bacterierot en Phoma‑schimmel; aangetaste planten verwijderen en gereedschap reinigen. Trekt vlinders aan. Vermeerderen door delen in voorjaar/najaar of stekken. Plantdichtheid: 7 stuks per m².
Sedum ‘Matrona’ – Vetkruid (vaste plant)
Bloeit roze van augustus tot oktober en wordt 60 tot 80 centimeter hoog en circa 40 tot 60 centimeter breed. De plant is goed winterhard maar niet groenblijvend en staat graag in de zon tot halfschaduw, in voedzame, goed doorlatende grond. Plant 6 stuks per vierkante meter. Vermeerderen: stekken of delen. Mogelijke ziekten: wortelrot.
Sedum spathulifolium ‘Cape Blanco’ – Vetkruid (vaste plant)
Laagblijvende bodembedekker met wit‑blauwgrijs blad. Bloeit geel in mei–juli en wordt ca. 5 cm hoog. Standplaats zon. Vermeerderen door delen.
Sedum spectabile – Vetkruid (vaste plant)
Bloeit roze in juli–september en wordt 40–60 cm hoog. Winterhard, niet wintergroen. Standplaats zon–lichte schaduw, in normaal vochtig tot droog, goed gedraineerde, matig voedselrijke grond. Trekt vlinders en bijen aan. Gevoelig voor wortelrot, bacterierot en Phoma‑schimmel. In voorjaar oude stengels afknippen. Plantdichtheid: 8 stuks per m². Vermeerderen door delen of stekken in voorjaar.
Sedum reflexum – Tripmadam (Vaste plant)
Sedum reflexum bloeit in juni en juli met prachtige gele bloemen en bereikt een hoogte van circa 20 cm en ongeveer 30 cm breed. Deze soort gedijt goed op zonnige, open plekken in droge, voedselarme, licht kalkarme en enigszins zure zandgrond, maar ook op rotsachtige locaties. Te veel vocht kan leiden tot wortelrot of bacterierot, vooral bij hogere temperaturen, en bij aantasting door de schimmel Phoma telephii is het verstandig de plant te verwijderen om verspreiding te voorkomen. Sedum reflexum is een groenblijvende, winterharde plant die zich eenvoudig laat vermeerderen door stekken of delen. Mogelijke ziektes: wortelrot, bacterierot, schimmel.
Sesbania punicea – Rode sesbania (struik/heester)
Alle plantendelen zijn giftig. Wordt ca. 5 meter hoog. Bloeit oranje‑rood van lente tot vroege zomer. Zaden maken een ratelend geluid. Bloeit al in het eerste jaar. Standplaats zon–lichte schaduw. Bladverliezend en winterhard. Vermeerderen door zaad.
Sidalcea ‘Elsie Heugh’ – Griekse malva (Vaste plant)
De Sidalcea ‘Elsie Heugh’, een niet-wintergroene vaste plant, bloeit roze van juli tot en met augustus en wordt 90 cm hoog. De plant gedijt in de volle zon in luchtige, goed bemeste en goed doorlatende grond en verdraagt natte winters slecht. U kunt 7 stuks per vierkante meter aanplanten. Vermeerderen kan door te scheuren in het najaar of voorjaar, via een basisstek in het voorjaar, of door te zaaien in april/mei of juli/september. De plant is over het algemeen resistent tegen roest, maar kan soms last hebben van bladvlekkenziekte, bladluizen of mijten.
Sinapis alba – Witte mosterd (eenjarig)
Bloeit geel van mei–november en wordt ca. 1 meter hoog. Sterk bijen‑ en vlinderlokkend. Zaden zijn wit, vandaar de naam. Zaaien ter plekke in maart–april, in zon–halfschaduw, op alle grondsoorten. Uitstekende groenbemester. Giftig voor paarden.
Skimmia japonica ‘Fragrant Cloud’ – Skimmia (heester)
Bloeit roomwit met groene waas in april–mei en wordt ca. 1 meter hoog. Wintergroen en winterhard tot –15 °C. Standplaats lichte schaduw, in matig voedselrijke, licht zure grond. Gevoelig voor nachtvorst in april–mei. Plantdichtheid: 1 per m².
Skimmia japonica ‘Obsession’ – Skimmia (heester)
Vrouwelijke planten dragen rode bessen; mannelijke planten dragen bloemtrossen. Voor bessen is kruisbestuiving nodig. Standplaats halfschaduw, in humusrijke, licht zure, goed doorlatende grond. Winterhard en groenblijvend. Niet snoeien. Vermeerderen door stek of zaad. Wordt ca. 1 meter hoog.
Skimmia japonica ‘Red Riding Hood’ – Skimmia (heester)
Bloeit wit in maart–april en wordt 70–100 cm hoog. Heeft mannelijke én vrouwelijke bloemen, dus geen bestuiver nodig. Winterhard en groenblijvend; vormt rode bessen na de bloei. Standplaats halfschaduw–schaduw, in vochtige, goed doorlatende, zure tot neutrale grond. Plantdichtheid: 1 per m². Vermeerderen door stek in voorjaar; stekken groeien langzaam.
Solanum melongena – Aubergine / Eierplant (groente)
Wordt ca. 1 meter hoog. Standplaats zon. In Nederland éénjarig. Vruchten rijpen alleen in warme zomers. Paarse bloemen vormen de vruchten. Oogsten bij volle kleur en doffe schil. Zaaien in voorjaar.
Sorbus koehneana – Lijsterbes (heester)
Bloeit wit in mei–juni. Vormt decoratieve witte bessen. Bladverliezende sierheester die ca. 6 meter hoog wordt. Standplaats zon.
Solanum sisymbriifolium – Wilde tomaat (eenjarig)
Solanum sisymbriifolium wordt 1,20 tot 1,50 m hoog en 60 tot 80 cm breed. Bloeit van juli tot september met blauwe of witte bloemen en gele stampers. Houdt van een zonnige standplaats en vochtige, normale grond. Rijpe rode vruchten zijn eetbaar vanaf augustus, maar onrijpe groene vruchten zijn giftig. Bladeren en stelen zijn sterk bezet met stekels. Zaaien in mei, direct in volle grond. Mogelijke ziekten: meeldauw, wortelrot, bladluizen en bladkevers.
Solidago – Guldenroede (vaste plant)
Solidago bloeit geel in juli tot augustus, wordt ongeveer 1 meter hoog en 60–80 cm breed en staat het liefst in de volle zon in een goed doorlatende, arme tot matig vruchtbare grond, bij voorkeur zandgrond. Deze vaste plant is winterhard, niet groenblijvend en kan gaan woekeren wanneer de standplaats zeer gunstig is. Per vierkante meter worden 7 stuks aangeplant. Vermeerderen gebeurt door te scheuren, bij voorkeur in het voorjaar of na de bloei. Mogelijke ziekten: meeldauw, roest. Solidago is een uitstekende bijen- en vlinderplant, de bloei is rijker op schrale grond.
Spiraea betulifolia ‘Tor Gold’– Spirea (heester)
Deze compacte heester wordt 50–75 cm hoog én breed en bloeit met witte bloemen van juni tot augustus. Het blad is geel en valt in de winter af. De plant is winterhard en staat het liefst zonnig in goed doorlatende grond. Snoei na de bloei om de vorm te behouden en nieuwe bloei te stimuleren. De bloemen trekken vlinders en bijen aan. Plant 3–5 stuks per m². Vermeerdering kan via zaad, zomerstek of afleggen. Mogelijke ziektes en plagen: meeldauw, bladluizen, spint, wortelrot.
Spiraea x cinerea ‘Graciosa’ – Spierstruik (heester)
Uitspraak: spi-ree-a
Witbloeiende heester met een geel hartje, bloeit rijkelijk in april-mei. Wordt 100–120 cm hoog en 80–100 cm breed. Verliest zijn blad in de winter, maar is goed winterhard. Groeit het best op een zonnige tot halfschaduwrijke plek in normale tot vochtige, neutrale grond. Snoei direct na de bloei terug tot 40–50 cm of een derde van de plant. Ziektes: deze heester is over het algemeen ziektevrij.
Spiraea japonica ‘Anthony Waterer’ – Spierstruik (Heester)
Bloeit met roze tot karmijnrode schermen van juni – september. Wordt 60 – 80 cm hoog en ca. 80 – 100 cm breed. Bladverliezend en winterhard. Gedijt het best in goed doorlatende, neutrale tot lichtzure grond op een zonnige locatie of lichte halfschaduw. Aanplanten met ca. 3 – 4 stuks per vierkante meter. Vermeerdering door zomerstekken (eenvoudig) of door scheuren. Mogelijke ziekten: meeldauw, bladvlekkenziekte, wortelrot bij slechte drainage.
Spiraea nipponica ‘Snowmound’ – Struikspirea (Heester)
Spiraea nipponica ‘Snowmound’ is een bladverliezende, winterharde sierheester die in mei en juni bloeit met witte bloemen op éénjarige takken. De plant groeit breed uit met sierlijk overhangende takken en bereikt een hoogte van 1,5 tot 2 meter en een breedte van 1 tot 2 meter. Ze gedijt op een zonnige tot halfschaduwrijke plek in vrijwel elke goed doorlatende tuingrond. Snoei na de bloei de bloeiende takken tot een derde terug. Vermeerderen kan door houtige stekken. Mogelijke ziektes: bladvlekkenziekte, meeldauw, wortelrot, bladluizen.
Sutera cordata – Bacopa / Tapijtbloem (Eenjarige)
Bloeit van mei tot oktober met witte, roze of lila bloempjes. Wordt 15 cm hoog en hangt tot 40 cm uit. Geen bessen. Niet winterhard. Bladverliezend. Standplaats: volle zon of halfschaduw. Grond: humusrijk, constant vochtig, goed doorlatend. Verdraagt wind redelijk. Onderhoud: snoei is meestal niet nodig; de plant behoudt vanzelf zijn vorm. Vermeerderen: stengelstekken in de zomer. Bijvriendelijk. Ziekten: wortelrot of spint bij droogte.
Symphyotrichum lateriflorum – Uitstaande aster (vaste plant)
Symphyotrichum lateriflorum bloeit wit met een roze hart in augustus–november en wordt ongeveer 90 tot 120 centimeter hoog en circa 60 tot 90 centimeter breed. De plant is bladverliezend, winterhard en staat graag in zon tot halfschaduw, op matig vruchtbare, gemiddeld vochtige en goed doorlatende grond. Snoei in de late herfst de uitgebloeide stengels weg. Vermeerderen kan door om de drie tot vijf jaar te scheuren. Mogelijke ziekten: meeldauw, stengelbasisrot. De uitstaande aster vormt in de herfst honderden kleine sterbloemen langs de stengel, waardoor hij in natuurtuinen vaak “de sluieraster” wordt genoemd.
Syringa josikaea ‘Odensala’ – Sering (heester)
Bloeit paars in mei–juni en wordt ca. 4,5 meter hoog. Standplaats zon–lichte schaduw, in vochthoudende, humusrijke, zure tot neutrale grond. Niet wintergroen. Oppervlakkig wortelend. In voorjaar mest geven op arme grond. Snoeien na de bloei: enkele takken tot aan de grond verwijderen.
Syringa patula ‘Miss Kim’ – Sering (heester)
Bloeit geurend lila in mei en juni en wordt 1,50 tot 2 meter hoog en 1,20 tot 1,50 meter breed. De plant staat graag in de volle zon tot halfschaduw, bij voorkeur in goed gedraineerde grond. Deze sering hoeft niet gesnoeid te worden, behoudt zijn compacte vorm vanzelf en is niet groenblijvend, maar wel winterhard. Hoewel de cultivar ‘Miss Kim’ bekendstaat als een sterke en gezonde sering, kan hij soms worden aangetast door meeldauw, bacterievuur en bladluizen, die de sierwaarde verminderen.
Syringa vulgaris – Sering (heester)
Bloeit geurig roze, wit of paars in mei–juni en wordt ca. 5 meter hoog. Standplaats zon–halfschaduw, in voedzame grond. Winterhard en bladverliezend. Snoeien na de bloei; nieuwe scheuten laten staan voor bloei volgend jaar. Bij verjonging snoeien tot 30–50 cm; loopt opnieuw uit.
