Maand November  

* Haal blad van uw pad. Als het nat is kunt u uitglijden

* Bladeren van het gazon halen

* Binnen in huis Notensla of Rucula kweken

* Druif snoeien

* Voorjaarsbollen planten

* Geef vogels te eten

* Haal beelden en potten binnen die niet vorstvrij zijn, of pak ze goed in

* Pak vorstgevoelige planten goed in

* Bindmateriaal goed vastmaken vanwege stormen

* Niet snoeien wanneer het vriest

* Net over de vijver spannen voor de bladeren

* Zorg dat de vijver niet dicht vriest  


Actinidia kolomikta = Sierkiwi

Actinidia kolomikta behoort tot de Kiwi's. Wordt 3 a 4 meter hoog en moet het van het blad hebben. Het blad verkleurt pas na een aantal jaar driekleurig. In het najaar kleuren de bladeren egaal van kleur. Standplaats zon op een beschutte plek. Is winterhard en is bladverliezend.  De zoete eetbare vruchten worden ook bij een alleenstaande plant gevormd, zodat zelfbestuiving mogelijk is. Vermeerderen door te zaaien in november - juni. De zaden eerst 4-8 weken in de koelkast bewaren en vervolgens zaaien in zaai- en stekgrond bij kamertemperatuur. Als er na enkele weken geen kieming optreedt, kunt u de zaden opnieuw in de koelkast bewaren. Na 4-8 weken weer warm zetten. Met de overgang van kou (winter) naar warmte (lente) moet de kiemingsrust doorbroken worden en mogelijk zijn daar meerdere koude periodes voor nodig.  Zaaitijd november - juni. Aantal per m2 is 2 stuks.



Pernettya mucronata = Parelbes

De bessen van een Pernettya mucronata verkleuren prachtig van wit/groen naar rood, roze of wit en blijven de gehele winter aan de struik zitten. Wil graag een plek in de tuin op lichtzure tot zure grond. Pernettya is 2 huizig, je hebt dus altijd een mannelijke plant nodig om jaarlijks verzekerd te zijn van bessen. Wordt 50 cm a 1 m hoog, is normaal winterhard tot - 15 graden en is wintergroen. De bloeitijd is mei/april met witte bloemetjes. Standplaats: halfschaduw/zon. Staat de plant in de zon, dan dient de grond vochtig te zijn. Vermeerderen door het nemen van stekken in nov-dec. Om nieuwe scheuten te stimuleren snoeit u in de winter als het niet vriest, of in het voorjaar sterk terug. Doordat de plant - 15 graden kan hebben, dekt u de plant af met dennentakken. Geef geen leidingwater, gebruik onthard water of regenwater. Zet 3 planten op 1 vierkante meter


 


Malus 'Professor  Sprenger' = Sierappel

Geeft in mei witte bloemen die sterk geuren en wordt 5 a 6 meter hoog. Is niet wintergroen, maar wel winterhard. Wil een plek in de zon op een drogere, voedzame, goed doorlatende grond. Vormt gele appeltjes die ver in de winter aanblijven. Het blad heeft een goudgele herfstverkleuring. Is licht schurftgevoelig en gevoelig voor bloedluis. Onderhoud en snoeien in oktober november.






Acer palmatum 'Garnet' = Japanse Esdoorn 

Wordt 1,50 hoog en wil een plek in de zon/halfschaduw, liefst in de luwte, op vochthoudende, goed doorlatende grond. De grond mag licht zuur tot kalkhoudend zijn. Geeft kleine, roodachtig paarse bloemen die in de lente verschijnen. De gevleugelde zaden zijn net helikopters als men ze in de lucht gooit. Is winterhard maar niet wintergroen. Snoeien doet u bij voorkeur niet. De Acer kan sterk bloeden. Wilt u echter wel snoeien, doe dit dan in de rustperiode en dat is voor het einde van het jaar. 




Euonymus alatus `Compactus`= Kardinaalshoed

Uitspraak = UIO-NIE-MUS

Bloeit van mei/juni met onopvallende geelgroene bloemetjes en wordt 1 m tot 1,20 m hoog en 1,5 m tot 2,5 m breed. Standplaats in de zon/halfschaduw op alle zuur, kalkhoudend, neutraal, humusrijke vochthoudende grond. De vruchtdozen in de herfst hebben oranje zaden en de bladeren kleuren prachtige felrood. Is een bladverliezende struik en zeer winterhard. Snoei kan om de struik netjes te houden en dat doet u bij voorkeur in maart. Een mogelijke plaag is de kardinaalsmutsstippelmot. De rupsen vreten het blad aan, waarna ze dichte spinsels maken. Je kunt er tegen spuiten met een insecticide op basis van deltamethrin. Vermeerderen d.m.v. een winterstek




Viburnum opulus ‘Compactum’ = Gelderse roos

Bloeit wit in mei/juni en wordt 1,50 m hoog. Het blad kleurt in de herfst rood, roze en paars. In de herfst komen er trossen met felrode bessen aan de heester. Ze blijven tot diep in de winter aan de heester zitten. Is winterhard maar niet wintergroen. De standplaats dient zon/halfschaduw te zijn, op een voedzame, humusrijke grond, waarin water goed wordt vastgehouden. De plant heeft op een droge standplaats snel last van bladluizen. Snoeien doet u na de bloei. Snoei bij volgroeide struiken één op de vijf van de oude stengels bij de basis weg. Snoei scheuten die zwak zijn helemaal weg. Past u verjongingssnoei toe, dan worden alle stengels bij de basis weggesnoeid. De stengels bloeien dan pas in het tweede jaar. Vermeerderen door een stek af te snijden en deze laten wortelen in vochtige compost. Of door afleggen. Buig de takken naar de grond en leg een steen op de tak. Na verloop van tijd vormen zich worteltjes op het laagste punt. Daarna knipt u de tak af en heeft u een nieuwe plant.