Waterjuffers 

Chalcolestes  Viridis

Bruine ogen en wordt ongeveer 45 tot 50 mm. Het mannetje houdt het vrouwtje vast tijdens het paren en wordt begeleidt naar de bomen. De vrouwtjes zetten hun eitjes af in spleetjes van de boombast. De eieren overwinteren en in het voorjaar komen zij uit. Uit het eitje komt een prolarve. Ze lijken niet op echte larven, maar ze kunnen wel goed springen. Ze springen uit het ei om in het water terecht te komen.  De nimf jaagt op de bodem en is al na drie maanden een volwassen dier geworden. Vliegt van midden juli tot soms diep in oktober. 


Vlinders

Klein koolwitje - Pieris rapae 

Klein Koolwitje is een dagvlinder. De vleugel heeft een lengte van 21 tot 27 millimeter en is gesierd met enkele zwarte vlekken. Op de aderen zit een groene bestuiving. De vrouwtjes en de mannetjes hebben een donkere tip aan de bovenkant van de voorvleugel. Bij de mannetje zit daaronder nog één stip en bij het vrouwtje nog twee stippen. 



Pissebedden

Kelderpissebed - Oniscus asellus

De Kelderpissebed is grijs maar heeft vaak lichte vlekjes. De jongen zien er ruwer uit en glimmen iets. Soms zie je wel eens paarsblauwe Kelderpissebedden. Ze zijn ziek. Ze hebben de ziekte Iridovirus. Ze gaan na een week ongeveer dood. De Kelderpissebed houdt van rottend plantenmateriaal en is een nachtdiertje. Overdag vindt je ze op donkere en vochtige plekken. 



Muggen

Langpootmug Tipula

Door hun lange poten is de Langpootmug nogal onhandig. Zij hebben 1 paar vleugels. Vrouwtjes hebben een legboor op het einde van hun lijf, maar steken niet. Langpootmuggen zijn ongevaarlijk. De larven van deze muggen brengen wel schade aan jonge groene delen van de planten.




Wormen

Hazelworm

Pootloze hagedis. Heeft een voorkeur voor bossen, bosranden, houtwallen, heide en weg- en spoorbermen. Ze eten wormen, slakken, insecten en larven. In hun jonge stadium zijn ze lichter van kleur.




Wantsen


Berkenschildwants

Zuigt plantensappen op van de berk. Legt eitjes onder de bladeren of op bloemen. De berkenschildwants overleeft de strenge winters tussen de bladeren. Gevallen blad verwijderen en niet naar de composthoop brengen, maar in de kliko gooien.  



Groene Stinkwants Palomena prasina

Komt het meeste voor in de tuin, vooral in het voorjaar en de herfst. Produceert een stinkende stof. Wordt in het najaar op zoek naar een schuilplaats bruin van kleur.

 



Snuitkeverwants

De snuitkeverwants heeft antennes dat geelrood is. Leeft van andere insecten en het liefste snuittorretjes. Met de zuigsnuit prikt hij in de zachte delen van de kever.  

 



Kevers

Elzenhaantje

Volwassen kevers overwinteren in de grond. In het voorjaar zal het elzenhaantje van de bladeren eten. Eieren leggen ze in mei-juni aan de onderzijde van de bladeren. Bestrijden door bespuiting of kevers uit de boom schudden. Zorg voor een goede groeiomstandigheid. 



 

Johanneskever - Phyllopertha horticola

De johanneskever wordt 8 tot 12 millimeter groot. Overdag en ‘s avonds is de kever actief en vliegt rond om een partner of voedsel te zoeken. Ze eten bladeren van de eik, hazelaar en berk, maar eten liever de bloemen van de kers en rozen. De larven eten de wortels van grassen en kruidachtige planten. 




 

Kleine rode weekschildkever = Rhagonycha fulva

Door de kleur rood en zwart, worden ze door vogels gezien als gevaarlijk en zo met rust gelaten. Ze worden 7 tot 10 mm groot. Ze snoepen van nectar en ook bloem bezoekende insecten eten ze op. De larven leven op de bodem en eten slakken en insectenlarven.




Lieveheersbeestjes 

Viervleklieveheersbeestje

Zwart met op beide schilden twee oranje vlekken. Leeft meestal op naaldbomen. Eten bladluizen en schildluizen. 




Zevenstippelig lieveheersbeestje

Eet vele bladsluissoorten, larven van bladhaantjes en thrips. 







Pop van het zevenstippelig lieveheersbeestje

 




Larve van het zevenstippelig lieveheersbeestje

De larve van het lieveheersbeestje eten bladluizen.




 

 Sprinkhanen

 

Leptophyes punctatissima = Struiksprinkhaan

(foto van een jonge nimf)

De nimfen leven op stevige kruiden en kunnen met tientallen worden aangetroffen. Struiksprinkhanen zitten op bladeren van bomen en struiken. Ze eten plantaardig materiaal dat bestaat uit bladeren maar ook bloemen. 

 

Hommels
 

Boomhommel = Bombus hypnorum

De Boomhommel is te herkennen aan het roodbruine borststuk en de witte achterlijfpunt. De Boomhommel komt algemeen in Nederland voor. Nesten worden gemaakt bovengronds in holtes. 




 

Bombus hortorum = Tuinhommel 

Hommels zijn niet vervelend dat ze rond je hoofd vliegen. Hommels laten mensen met rust. Het aantal is de laatste jaren drastisch gedaald. Door parasieten en het verjagen door door de mens daalt het aantal hommels. Zij leven o.a. van klaver en luzerne. Let op: Hommels kunnen steken. Is te vinden in Europa in bosranden en struikgewas. Heeft een lange kop en kan prima bij het nectar komen.



Slakken 

Slakken

Niet alle slakken zijn lastig in de tuin. De Segrijnslak en de Naaktslak eten de sappige jonge bladeren op, maar veel soorten slakken zijn belangrijke opruimers. Zij eten het afval uit de tuin en zelfs dode dieren. 
 



Libelle  

Libellenlarf

Libellenlarven leven in het water, maar verlaten na een aantal jaar het water. Als ze boven water zijn, vervellen zij voor de laatste keer en veranderen daarna in een volwassen insect. Als de vleugels droog zijn vliegt de libel weg.    



Libelle = Odonata

De libelle leeft als larve in het water en overwinteren als nimf. De libelle kan niet steken of bijten bij de mens. Omdat de huid van de mens te hard is. Alleen bij de hele grote soorten kan dit een sneetje veroorzaken. Libellen eten muggen, vliegjes, motjes, vlinders en soms ook elkaar.   

 


Mieren 

Mieren

Mieren verzamelen honingdauw van de bladluis. Zij beschermen de bladluis tegen hun natuurlijke vijanden. Tevens eten mieren afval en rottend hout.     

 



Luizen

Bladluis

De bladluis is een plantenetende insect, die in verschillende kleuren bestaan. Groene, paarse, witte, zwarte, gele en rode. De bladluis zuigt de voedingsstoffen en sappen van groene planten binnen. Bij iedere beet in de plant drukt de bladluis speeksel in de cel van de plant. Daarmee infecteert hij de plant met virussen en verzwakt zo de plant. Planten zullen hierdoor verzwakken of zelf dood gaan. Bestrijden met een harde waterstraal.

 


Dopluis

Dopluizen zitten vaak verscholen op gewassen en houden van vochtige en warme omstandigheden. Doordat ze aan de bladeren en twijgen zuigen ontstaan er verkleuringen, groeiremmingen en uiteindelijk bladval. Dopluizen scheiden honingdauw af. Dit komt omdat ze teveel aan suikers opzuigen uit de plant. Dit geeft weer een voedingsbodem voor roetdauwschimmels. Bestrijden met lieveheersbeestjes en sluipwespen. 



© 2012. Plantadvies. Alle Rechten Voorbehouden.